Posts Tagged ‘Zwitserland

20
Aug
15

De Eem vs. de Rijn

Natuur verkoos den gront in liefelijcke streecken.

Dat Griecken Tempe love, en d’oude Hengstebron:

ik loof dit lantprieel op ’t ruischen van de beecken;

ik loof den Heilgen Bergh, den Duitschen Helikon.

De Nachtegael van Amisfort (1657); Joost van den Vondel

Een echte rivier?

beken gelderse valleiVolgens sommige bronnen is de Eem met zijn 18 kilometer, de enige rivier die in Nederland ontspringt en in Nederland uitmondt. Als we in de directe omgeving kijken lijkt dit te kloppen. We zien veel stroompjes, maar die ontgroeien nooit het stadium van beek. Maar elders in Nederland komen toch heus rivieren voor die hun hele loop van monding tot bron in eigen land blijven. Ik noem alleen al de Tjonger in het zuiden van Friesland, die ook nog eens een stuk langer is. En de Eem heet bij de monding dan wel de Eem, aan de bron – en dat zijn er meerdere – zijn totaal andere namen verbonden.

dwarsprofiel kwel-2Als we op zoek gaan naar de bron van de Eem, dan komen we uit bij enkele beekjes die aan de rand van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug opborrelen. De belangrijkste zijn de Heiligenbergerbeek, de Barneveldse Beek en de Lunterse Beek. Zij voeren het water af dat eeuwen eerder als regen op de stuwwallen neergutste. Dit water zakte in de zandgronden van de stuwwal weg en kwam in het grondwater terecht. Na een lange reis kwam dit water als kwelwater aan de voet van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug weer aan de oppervlakte.

Al deze beken en beekjes, sommige door de mens gekanaliseerd, komen in de buurt van Amersfoort uiteindelijk samen in de Eem. Om de laatste 18 kilometer als heuse rivier furore te maken. Want dat de rivier de Eem heet, dat zullen we weten. Namen als Eemnes, Eemdijk, Eembrugge en Eemland zeggen al genoeg. En dan te bedenken dat de naam Amersfoort komt van de oude benaming voor de Eem, de Amer.

Een echte rivier!

dwarsprofiel rivierBij rivieren wordt vaak op een andere schaal gedacht. Brede, slingerende snelwegen van water vlakbij de monding, smalle dalen met af en toe een waterval en stroomversnellingen verder weg. En aan begin een gletsjer waar het smeltwater de bron van de rivier vormt. Kijkend naar de grote rivieren in Europa zoals de Rijn, de Rhône en de Po dan klopt dat beeld deels. Ze ontspringen allemaal in de Alpen op een hoogte tussen de 1500 en 2000 meter, al heeft alleen de Rhône een echte gletsjer als bron. De Rijn bijvoorbeeld begint als een miezerig plasje water ergens midden in Zwitserland dat het moet hebben van de macht van het getal en de zwaartekracht. Vanaf de bron vlakbij de Oberalppas in Graubünden van wat dan de Voor-Rijn heet, komen er steeds meer kleine beekjes bij en door de grote hoogteverschillen vormt zich al snel een razende beek die zich via stroomversnellingen en watervallen naar beneden stort. De rivierbedding alpenrivier is dan alleen nog bevaarbaar voor kano’s en rafts. Over korte afstand wordt een groot hoogteverschil overbrugd. Het zogenaamde verval is erg groot. Het eroderend vermogen van de rivier eveneens. Zeker als bij noodweer extra water in de rivier terechtkomt. Dan worden niet alleen grind en kiezels door het water meegevoerd. Dan kunnen ook kleine keien en soms zelfs hele rotsblokken worden meegevoerd. Dankzij dit grote eroderende vermogen snijdt de rivier zich hier sterk in.

Uebersicht_RheinfallWanneer de Rijn de Alpen verlaat worden de hoogteverschillen stukken minder en neemt het verval ook af. Dit geldt tegelijkertijd voor de erosieve kracht. Als de rivier veel water vervoert dan wordt er ook nog grind en een enkele kiezel meegenomen. Midden in de zomer wanneer de afvoer gering is en de stroomsnelheid ook, dan is het vaak alleen nog zand en klei dat wordt meegenomen. In dit middendeel van de rivier is er afwisselend sprake van erosie en sedimentatie. Vlak voordat de Rijn bij Basel breed en bevaarbaar wordt voor grote rijnaken, stort het zich bij Schaffhausen nog één keer naar beneden.

DEMsuedlicher-oberrheinVoorbij Basel denkt de Rijn even bijna bij zee te zijn. Geflankeerd door Zwarte Woud en Vogezen komt de rivier in de tussenliggende slenk terecht. Tot aan Frankfurt meandert de Rijn hier traag en breed over de vrijwel vlakke Boven-Rijnse laagvlakte. Er vindt hier alleen sedimentatie van zand en klei plaats. Voorbij Frankfurt stuit de Rijn echter op een paar dwarsliggende gebergten zoals de Taunus en de Hunsrück. Met moeite heeft is de Rijn erin geslaagd hier doorheen te breken*. Hier aan de voet van de Lorelei vindt alleen erosie plaats en vrijwel geen sedimentatie. Voorbij Koblenz komt de rivier weer in rustiger vaarwater. Was het verval tussen Basel en Bonn – een afstand van ongeveer 500 kilometer – nog ruim 200 meter, tussen Bonn en de zee – ongeveer 350 kilometer varen – hoeft de Rijn nog maar een goede 40 meter te overbruggen. De Rijn begint weer te meanderen en het is duidelijk dat op het laatste traject er alleen nog maar sedimentatie van zand en klei plaatsvindt. Wanneer de Rijn bij Lobith Nederland binnenkomt is deze echt bijna bij de zee. De rivier vormt dan een delta. Hij slingert niet alleen, hij splitst zich ook op in meerdere takken. De grootste, de Waal, gaat via Nijmegen naar Rotterdam. De andere tak, de Nederrijn, verandert nog een paar keer van naam om ook bij Rotterdam in zee uit te monden.**

Schermafbeelding 2015-08-20 om 15.44.42

Samen sterk.

Grebbelinie_the_NetherlandsAl deze verschillen overziend lijken de beide rivieren weinig gemeen te hebben. Toch zijn ze beide betrokken bij een van de minder bekende verdedigingswerken van Nederland, de Grebbelinie. Deze waterlinie loopt van Rhenen tot aan Spakenburg en moest de vijand uit het oosten een tijdje ophouden zodat in het westen de Hollandse Waterlinie helemaal in gereedheid kon worden gebracht. Ook langs de Grebbelinie *** zouden grote gebieden onder water worden gezet. Hiervoor werd water gebruikt uit de Eem en haar bronrivieren en uit de Rijn. grebbeberg-silhouetSinds 1940 weten wij in Nederland wat de waarde is van water als hindernis voor de vijand. De Duitsers vlogen er en masse overheen en alleen bij een klein stukje werd kort weerstand geboden en dat was niet omdat het water was, maar een berg, de Grebbeberg.

* Het is niet zo dat de Rijn hier letterlijk doorheen is gebroken. Toen deze gebergten werden gevormd stroomde de Rijn hier al. De Rijn wist het omhoogkomende gebergte steeds snel genoeg af te breken zodat het vandaag lijkt alsof de Rijn er dwars doorheen is gebroken. Ditzelfde proces geldt voor de Maas die door de Ardennen is ‘gebroken’.

** Op de verschillende mondingen van de Rijn door de eeuwen heen kom ik in een ander blog nog terug.

*** zie apart blog over Grebbelinie (zsm beschikbaar)

Advertenties
12
Okt
14

Campione d’Italia, met dank aan de oorlogspaus

campioneDeze enclave aan het meer van Lugano is ontstaan uit dankbaarheid. In 1512 gaf Paus Julius II het gebied rondom Campione d’Italia aan Ticino. Uit dankbaarheid voor de steun die deze latere deelstaat van Zwitserland had gegeven tijdens de Oorlog van de Heilige Liga, ook wel de Oorlog van de Liga van Kamenrijk genoemd.

Aanzet tot een schisma?

Het is niet voor niets dat aan het begin van de 16e eeuw er weerstand tegen de Katholieke kerk ontstond. Op 31 oktober 1517 spijkerde Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg als protest tegen de handel in aflaten door een dominicaanse priester. Maar de geestelijke onrust moet in die jaren al wijder verspreid zijn geweest. De pausen waren in die jaren meer keizerlijke machthebbers op jacht naar steeds meer gebiedsuitbreiding dan plaatsvervanger van God op aarde. We kennen allemaal Paus Alexander VI (1492-1503), die in de TV-serie ‘de Borgias’ de op macht beluste hoofdrol speelt. En ook zijn indirecte opvolger, Julius II was vooral bezig het gebied van de Kerkelijke Staat uit te breiden.

Een geboren Paus

Julius II heeft zijn kerkelijke carrière te danken aan zijn oom. Als Paus Sixtus VI (1471-1484) zorgde deze ervoor dat zijn neef al voor zijn 30e in korte tijd eerst tot bisschop en korte tijd later tot kardinaal werd benoemd. Hij wilde dan ook niets liever dan zijn oom opvolgen. Tot zijn frustratie moest hij echter nog drie* pausen voor zich dulden, voordat hij in 1503 dan eindelijk de Heilige Stoel mocht beklimmen. Het feit dat hij de bijnaam ‘Oorlogspaus’ kreeg geeft al aan waar hij zich vooral mee bezighield. Zo brak hij de macht van de Borgia’s, streed tegen Venetië om heerschappij in het noorden van het land en slaagde hij er met heel veel moeite en hulp in om de Fransen naar hun eigen land terug te jagen. Deze strijd tegen Frankrijk is de geschiedenis ingegaan als de Oorlog van de Heilige Liga, oftewel de Oorlog van de Liga van Kamenrijk.

Voor wat hoort wat

Omdat hij voor al die gevechten allianties was aangegaan, moesten er ook beloningen worden uitgedeeld. Dit waren meestal stukken land die aan een van de – vaak tijdelijke – bondgenoten werden gegeven. Deze manier van belonen leidde in de periode 15-10 – 1513 tot de nodige enclaves. Ik zal er hier een paar noemen die voor korte tijd een enclave zijn geweest(#): Ferrara, Aosta (1 week!), Florence, Pontremoli, Lucca, Venetië, Napels, Milaan en Cremona. Maar er was een cadeautje dat tot op de vandaag de dag een enclave zou blijven. In 1512 gaf Paus Julius II het gebied rond het stadje Campione aan Ticino, dat later een van de kantons van Zwitserland zou worden.

Italiaanse toevoeging

Niet het hele gebied ging echter over naar Ticino. Het klooster van Sant’Ambrogio uit Milaan hield controle over het dorpje Campione zelf. Toen in 1796 Ticino bij Zwitserland kwam, besloten de bewoners van Campione dat zij bij Lombardije wilden blijven behoren. In 1800 werd van Zwitserse kant tevergeefs een ruil voorgesteld en ook in een referendum in 1814 kozen de bewoners voor Lombardije. Toen een halve eeuw later, tijdens de oorlogen rond de Italiaanse onafhankelijkheid de bewoners alsnog bij Zwitserland wilden, werd dit door de Zwitsers afgewezen. Hun neutraliteit was hen meer waard dan ruzie met de zuiderburen. Toen Italië in 1871 onafhankelijk werd en Lombardije daar deel van ging uitmaken, werd Campione dan ook Italiaans. In de jaren ’30 werd dit nog eens benadrukt doordat Mussolini het stadje het achtervoegsel d’Italia gaf. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog stond het stadje niet onder Italiaans maar onder Amerikaans gezag. Zwitserland liet oogluikend toe dat de CIA hier zijn ogen en oren eenvoudig op Italië kon richten en indien nodig kon binnendringen.

Van twee walletjes

Vandaag de dag hoort Campione d’Italia belastingtechnisch bij Italië, weliswaar met allerlei belastingvoordelen, zodat het een gunstig klimaat voor een casino bood. Maar als je daar wilt gokken is de Zwitserse Frank toch de munt waarmee wordt betaald. De auto’s uit dit stadje hebben ook een Zwitsers kenteken en ook een Zwitsers telefoonnummer. Alleen om het stadhuis te bellen, moet een Italiaans nummer worden gedraaid. Wanneer een bewoner buiten het stadje naar een ziekenhuis moet worden gebracht, dan gebeurt dat met een Zwitserse ambulance naar een ziekenhuis elders in Zwitserland. Maar als hij wordt staande gehouden door de politie, dan staat er carabinieri of Polizia Locale op zijn borst. Maar een eventuele brand wordt weer door de Zwitsers geblust.

* De derde paus, Pius III, bekleedde het ambt van 22 september tot 18 oktober 1503. Hij stond bekend als hervormingsgezind en wilde afrekenen met de politieke intriges die onder zijn voorganger schering en inslag waren. Vandaar ook dat er geruchten gingen dat hij niet aan een uit de hand gelopen beenzweer, maar door vergiftiging om het leven is gekomen.

** Julius II heeft nog een andere link met Zwitserland. In 1506 werd officieel de pauselijke Zwitserse Garde opgericht, nadat hij een jaar eerder 189 Zwitserse hellebaardiers had gevraagd om de Kerkelijke Staat te dienen.

# Met dank aan Wim Wessels

23
Aug
11

Syrië is geen Libië – Tweetverhaal bij de foto (23 augustus 2011)

Bij de foto:

Twee afgevaardigden lezen documenten over de situatie in Syrië voorafgaand aan een spoedbijeenkomst van de VN-mensenrechtenraad in Genève, Zwitserland. [Bron: AFP]

 

 

 




Archief

Tweets