Posts Tagged ‘Waal

29
Apr
16

Ruimte voor de rivier (deel 2): De Beerse Maas

De Beerse Maas: Ruimte voor de rivier door de eeuwen heen

Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.16.17

 

 

Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.36.38Na de overstromingen van 1809 werd duidelijk dat op Rijks schaal de afvoer van de rivieren in de delta moest worden aangepakt. Naast deze grootschalige aanpak waarbij zelfs rivieren werden gegraven, gebeurde er al eeuwenlang het een en ander op lokale en regionale schaal. Een van de meest gebruikte methoden om overtollig water af te voeren was de ‘Overlaat’. Een overlaat was een laag gedeelte in een dijk of andere waterkering waarover het water bij hoge waterstanden kon wegstromen. In Nederland ging het meestal om rivierwater en een enkele keer om zeewater. Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.16.40Het water werd dan afgevoerd zodat de waterstand in de rivier werd verlaagd om een dijkdoorbraak verder stroomafwaarts te voorkomen. Eigenlijk ging het hier om een gecontroleerde overstroming op een vantevoren aangewezen plek om een overstroming op een willekeurige plek met alle desastreuze gevolgen van dien te voorkomen. Meestal stroomde het water verder stroomafwaarts weer terug naar de rivier. In het verleden waren op bijna 40 plekken zulke overlaten in ons rivierengebied te vinden. Ze kwamen voor langs de Maas, Waal, Rijn, IJssel en zelfs langs de kust van de voormalige Zuiderzee*, in de IJsseldelta. Een van de beroemdste overlaten bevond zich in Noord-Brabant, de Beerse Overlaat.

 

Gecontroleerde overstromingen

Schermafbeelding 2016-04-27 om 14.57.56De Beerse overlaat bestond uit een hele serie overlaten en kon eigenlijk gebruikt worden voor het hele gedeelte langs de Maas tussen Cuyk en Geertruidenberg. Ten zuiden van Cuyk stroomt de Maas door het heuvelland van Midden-Limburg met slechts een smalle strook dat onder water kan komen te staan. Voorbij Cuyk wordt de Maas door de stuwwal bij Nijmegen naar het westen gedwongen en komt zij in het oneindige laagland terecht. Toen er nog geen dijken waren, trad de Maas hierna dan ook regelmatig buiten haar oevers. Nadat in 1350 de Maas tussen ’s Hertogenbosch en Grave was bedijkt, had het water veel minder de ruimte. Schermafbeelding 2016-04-29 om 10.56.28Wanneer er in het achterland veel neerslag viel – en met name de Ardennen waren hofleverancier – dan steeg het Maaswater tussen de dijken regelmatig tot gevaarlijke hoogte, met dijkdoorbraken als gevolg. Al in het begin van de 15e eeuw werd besloten om de Maas gecontroleerd buiten zijn oever te laten treden. Ten westen van het gehucht Katwijk – iets ten noorden van Cuyk – werd de dijk verlaagd en was de Beersche overlaat geboren.

 

Parallelle sluiproute

Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.58.42Vandaar stroomde het water dan parallel aan de Maas eerst in de richting van Grave. Later kwam daar ook een overlaat om de Maas te ontlasten. Daarna stroomde deze brede, ondiepe dochter, die al snel de Beersche Maas of de Groene rivier werd genoemd, westelijk langs Ravestein en ten noorden van Oss in de richting van ’s Hertogenbosch. Als het grootste gevaar was geweken, dan stroomde het water hier weer terug naar de Maas. Maar bij ’s Hertogenbosch deed zich vaak een andere complicatie voor. Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.03.43Daar kwamen kleine riviertjes als de Aa, de Dommel en de Dieze vanaf de Brabantse zandgronden bij elkaar. Als deze ook opgezwollen waren na langdurige regenval, dan zouden bij Den Bosch  de problemen opnieuw beginnen. In dat geval stroomde de Beersche Maas nog een tijdje door. Ten zuiden van het Land van Heusen en Altena stroomde het water via de Baardwijksche overlaat naar de Langstraat om daar via het Oude Maasje – niet te verwarren met de Oude Maas bij Rotterdam – naar de Amer bij Geertruidenberg. Zo werd het overtollige water al in de 15e en 16e eeuw, toen de Bergsche Maas en de Nieuwe Merwede nog gegraven moesten worden, via een kortere route naar het Hollands Diep afgevoerd.

 

Als de Maas ‘om’ is

Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.05.52Lezend in het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden – dat tussen 1837 en 1851 in 14 kloeke delen werd samengesteld door de Amsterdammer Abraham Jacob van der Aa – staat te lezen dat de Beersche Maas minimaal één keer en vaak meerdere keren per jaar water voerde. Voor de boeren wier land dan onderliep, was dit uiteraard geen pretje. De gebieden die onder water konden komen te staan waren alleen geschikt als hooiland en weiland voor het vee. Al in de 16e eeuw werd hierover geklaagd. Sommige stadjes en dorpen waren wekenlang van de buitenwereld afgesloten. Om de schade nog enigszins te beperken werd bepaald dat de Beerse Overlaat alleen tussen 15 november en 15 maart gebruikt mocht worden. Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.06.03De overlaat werd gebruikt op het moment dat bij Grave een waterstand werd bereikt van 10 meter boven het Amsterdams Peil (AP). ‘De Maas is om’ heette dat. Om de boeren te waarschuwen zodat ze hun vee moesten binnenhalen, werd in Grave een kanon afgeschoten. Ook werden er in het gehele stroomgebied van de Beersche Maas dwarsdijken als de Schutlakensche Dam en de Groene Dijk aangelegd. Op die manier liep niet altijd het gehele gebied onder water. Maar dit leidde weer tot onenigheid tussen de boeren onderling. Van de een liep het land liep onder en bleef veel langer blank staan terwijl de ander droge voeten hield. In de 19e eeuw werd duidelijk dat een onbelemmerde doorstroom het beste was. Alle ruimte voor de rivier dus. En natuurlijk zoveel mogelijk schutsluisen. Om het overtollige water indien mogelijk weer zo snel mogelijk naar de moederrivier terug te laten stromen. Ook bij de aanleg van nieuwere infrastructuele werken moest hier rekening mee worden gehouden. De spoorlijn van ‘s Hertogenbosch naar Nijmegen liep vlak voor Ravestein over een brug midden in een weiland. Op oude kaarten staat deze nog aangegeven als ‘doorlaatbrug’ in de Buitenpolder. Maar het fraaiste staaltje hiervan is nog steeds te zien; de Moerputtenbrug** ten westen van ‘s Hertogenbosch. Midden in het kletsnatte veengebied van de Moerputten ligt hier een spoorbrug. Ooit reed hier het halvezolenlijntje over van de Langstraat naar ‘s Hertogenbosch. Vanuit dit leerlooiersgebied rond Waalwijk werden de halffabricaten naar ’s Hertogenbosch gebracht om schoenen van te maken. De in onbruik geraakte spoorbrug is een paar jaar geleden gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor wandelaars. Wandelend op schoenen uit het Verre Oosten.

Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.08.42

 

Een normale Maas

Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.10.23Ondanks de overlaten bleef de Maas regelmatig overstromen. Er moest iets anders gebeuren om de rivier te temmen. De overlaten moesten het veld ruimen voor de zogenaamde normalisering van de Maas. Bochten werden afgesneden, er kwam een stuw bij Lith, heggen moesten uit het zomerbed verdwijnen, kribben legden de breedte van het rivierbed vast en als ultiem staaltje werd de Bergsche Maas – niet te verwarren met de Beersche Maas – aangelegd. De Beerse Overlaat hield nog even stand. Pas in 1942 werd de overlaat gesloten. De normalisatie van de Maas was toen nog niet klaar. Pas in 1982 was die met de bochtafsnijding bij Boxmeer voltooid. Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.11.18De Maas was door alle afsnijdingen in totaal ongeveer 23 kilometer korter geworden, ongeveer de lengte van de Bergsche Maas. Zijn de overlaten dan helemaal verdwenen? Nee, in het uiterste noordwesten van de provincie is er weer een aangelegd. In het kader van het project ‘Ruimte voor de Rivier’ is in het noorden van de Brabantse Biesbosch de Noordwaard ontpolderd. Langs de Nieuwe Merwede is wat men nu noemt, een verlaagde dijk aangelegd. Vroeger heette dit een overlaat!

 

 

Schermafbeelding 2016-04-28 om 12.16.18* Na de rampzalige overstromingen in de winter van 1824/25, toen vrijwel het gehele kustgebied van de toenmalige Zuiderzee onder water kwam te staan, werd in de buurt van Kampen ook het fenomeen overlaat ingezet om toekomstige hoogwatersituaties gecontroleerd de baas te kunnen zijn. Bij Mastenbroek werden twee overlaten aangelegd en ten westen van Kampen kwam de Dronthense Overlaat. Deze laatste werd pas in 1979 opgeheven. De Zuiderzee heette toen al bijna 50 jaar IJsselmeer en lag de overlaat aan het randmeer het Drontermeer. De kans bestaat nu dat bij de hoogwatergeul die in het kader van ‘Ruimte voor de Rivier’ zuidlangs Kampen wordt aangelegd, dit stukje dijk helemaal verdwijnt.

 

** De nattigheid rond ‘s Hertogenbosch werd ook gebruikt als verdedigingsmiddel. Daarom mocht in het moerassige gebied ten zuiden en westen van de hoofdstad van Noord-Brabant niet worden gebouwd en moest al het water vrij weg kunnen stromen. Een extra reden om de Moerputtenbrug aan te leggen.

 

Met dank aan:
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), diverse auteurs
Estersheem.nl
F.I. Kappers: Overlaten; (g)een oplossing van de problemen bij te veel water (2002)

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
26
Apr
16

Ruimte voor de rivier (deel 1): De Bergsche Maas

De Bergsche Maas: Ruimte voor de rivier in de 19e eeuw

 

In het oosten wringt

en kronkelt de Maas

als een giftige slang

en waant zich de baas.

Maar achter haar rug

ondergraaft men die macht

in een bedding

gericht naar de zee.

Cees Visser

 

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.21.30Mijn jonge collega Marco kon eind januari 1995 makkelijk een paar dagen bij ons in Utrecht komen wonen. Dat scheelde hem ook nog eens enkele uren reistijd per dag. Zijn ouders en jongere zusje verhuisden tijdelijk naar een vakantiehuisje in Grave. ­­Zij mochten niet in hun huis in Afferden – Gelderland – blijven. Het gehele Land van Maas en Waal werd samen met de Bommelerwaard, de Ooijpolder en later ook de Betuwe ontruimd. Deze evacuatie was noodzakelijk omdat de rivieren op recordhoogte stonden en op sommige plaatsen dreigde een doorbraak. Wanneer dit zou gebeuren dan zouden sommige gebieden maar liefst 5 meter onder water komen te staan. Bij Ochten was de situatie het meest kritiek. Dankzij de inzet van militairen en duizenden zandzakken werd een doorbraak van de Waaldijk daar voorkomen. Ik ben nooit de naam van diens burgemeester vergeten; Henk Zomerdijk.

 

Een nieuw Deltaplan

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.23.01In ruim een jaar tijd, december 1993 en januari 1995, hadden ’s lands grote rivieren aangetoond dat de dreiging van het water niet alleen uit het westen kwam. Na de Zuiderzeewerken en de Deltawerken maakte Nederland zich op voor een comfortabel achteroverleunen in droogte en veiligheid. Totdat hevige regenval en smeltende sneeuw in de bovenstroomse heuvels de Rijn en de Maas zorgwekkend deden opzwellen. Na de zeeweringen moesten ook de rivierdijken worden verhoogd. Terwijl de eerste dijken werden verhoogd en rechtgetrokken en menig idyllische dijkwoning onder de sloopkogel bezweek, ontstond aan het begin van de 21e eeuw het inzicht dat verhogen alleen niet de oplossing zou worden.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.24.13Deels voortbordurend op het Plan Ooievaar uit de jaren ’80 van de vorige eeuw werd ‘Ruimte voor de Rivier’ opgetuigd. Uiterwaarden werden uitgegraven, obstakels in diezelfde uiterwaarden moesten verdwijnen, kribben werden verlaagd, nevengeulen gegraven en sommige dijken werden verlaagd om te dienen als overlaat zodat bij hoogwater het achterliggende binnendijkse land onder water kon lopen om zo de rivieren te ontlasten.

 

Sneller naar zee

Schermafbeelding 2016-04-26 om 18.32.05On-Nederlands aan dit plan was dat er in sommige gevallen mensen plaats moesten maken voor water. En dat in een land waar het water altijd voor zijn inwoners had moeten wijken. Elke keer als het water zijn woeste kracht had getoond, had de Nederlander keihard teruggeslagen door dat water nog meer te temmen. Het was alsof de Nederlander na 1995 eindelijk inzag dat het de echte strijd zou gaan verliezen en dat alleen een samenwerking tot droge voeten zou leiden. En toch was niet alles helemaal nieuw. Sterker nog, er was in vroeger tijden ook al ruimte aan de rivieren gegeven om overstromingen tegen te gaan. Kijkend naar ons rivierengebied zo’n 200 jaar geleden is zichtbaar dat die ruimte erg nodig was. Overal hoopte zich water op als het in de bovenloop hard regende of als in Nederland de winter voorbij was en kruiend ijs dammen in de rivier vormde.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 18.33.33In 1809 stond nog vrijwel het gehele rivierengebied onder water. Het onder Napoleon* opgerichte Rijkswaterstaat ging de volgende decennia aan het werk om de waterafvoer in het rivierengebied te verbeteren. Een goede eeuw daarvoor was daartoe al het Pannerdens Kanaal en het Bijlands Kanaal gegraven. Dit zorgde ervoor dat 2/3 van het Rijnwater via de Waal werd afgevoerd en 1/3 via de Nederijn (2/9e) en de IJssel (1/9e). Een verdeling die vandaag de dag nog steeds van kracht is. Vooral in de omgeving van Gorinchem kwam veel water bij elkaar. De Maas kwam hier in de Waal uit en moest via de smalle Merwede richting zee worden afgevoerd. Vanaf Werkendam werd daarom dwars door de Biesbosch een kanaal gegraven. Sinds 1874 stroomt hier de Nieuwe Merwede. Zo kon snel water worden afgevoerd naar het Hollands Diep, dat tot de Deltawerken in direct contact met de zee stond. De oude stroomt sindsdien met twee namen door het landschap. Van Gorinchem tot Werkendam is het nu de Boven Merwede en na Werkendam is het de Beneden Merwede. De Nieuwe Merwede vormt hier sindsdien de grens tussen Noord-Brabant en Zuid-Holland.

 

Welke Maas is nu dé Maas?

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.26.00Maar nog steeds kwam er vaak te veel water bij Gorinchem samen. Men wilde eigenlijk wel van de Maas af. De oplossing was een eigen afvoer richting het al eerder genoemde Hollands Diep. Bij Ammerzoden werd daartoe tussen 1887 en 1904 een 24 kilometer lang kanaal gegraven naar Geertruidenberg, de Bergsche Maas.  Grotendeels werd hiervoor de genormaliseerde Amer gebruikt. Ten Westen van Geertruidenberg is die naam dan ook nog bewaard gebleven en stroomt de Maas als de Amer in het Hollands Diep. De Maas tussen Ammerzoden en Slot Loevestijn heet sindsdien de Afgedamde Maas, vanwege de afsluitdijk bij Well. Om de Maas en de Waal toch per boot bereikbaar te houden is deze Afgedamde Maas ter hoogte van Nederhemert via het Heusdens Kanaal verbonden met de Bergsche Maas.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.30.09Het enige dat vandaag de dag er nog aan herinnert dat de Maas vroeger noordelijker stroomde zijn de namen Oude- en Nieuwe Maas in Rotterdam. De al eerder genoemde Beneden Merwede splitst zich bij Dordrecht. Naar het noorden gaat de rivier verder als de Noord, om bij Krimpen waar de Lek zich erbij voegt, als Nieuwe Maas naar het centrum van Rotterdam te stromen. Het deel van de rivier dat vanaf Dordrecht naar het zuidwesten stroomt heet de Oude Maas. Dit was ooit de noordelijke tak van de Maas vlak voordat deze in zee uitmondde. Maar daarvan is door al dat gegraaf weinig overgebleven. In de buurt van Vlaardingen komen de huidige Oude en Nieuwe weer bij elkaar. En voordat dit water als de Nieuwe Waterweg in de Noordzee uitkomt, gaan ze nog 13 kilometer samen door het leven als Het Scheur. Eigenlijk zijn al deze maatregelen – zowel de 19e eeuwse als de 21e eeuwse Ruimte voor de Rivier – genomen om Rotterdam droog te houden. Want Rotterdam met zijn haven is de kurk waar onze economie op drijft. Een ondergelopen polder overleven wij nog wel. Maar een ondergelopen Maasstad is fataal voor onze welvaart.

 

* Lodewijk Napoleon, koning van Holland en broer van Napoleon Bonaparte, bezocht in 1809 enkele getroffen gebieden. Het verhaal gaat dat hij eigenhandig meehielp dijken met zandzakken te versterken.

 

 

 

20
Aug
15

De Eem vs. de Rijn

Natuur verkoos den gront in liefelijcke streecken.

Dat Griecken Tempe love, en d’oude Hengstebron:

ik loof dit lantprieel op ’t ruischen van de beecken;

ik loof den Heilgen Bergh, den Duitschen Helikon.

De Nachtegael van Amisfort (1657); Joost van den Vondel

Een echte rivier?

beken gelderse valleiVolgens sommige bronnen is de Eem met zijn 18 kilometer, de enige rivier die in Nederland ontspringt en in Nederland uitmondt. Als we in de directe omgeving kijken lijkt dit te kloppen. We zien veel stroompjes, maar die ontgroeien nooit het stadium van beek. Maar elders in Nederland komen toch heus rivieren voor die hun hele loop van monding tot bron in eigen land blijven. Ik noem alleen al de Tjonger in het zuiden van Friesland, die ook nog eens een stuk langer is. En de Eem heet bij de monding dan wel de Eem, aan de bron – en dat zijn er meerdere – zijn totaal andere namen verbonden.

dwarsprofiel kwel-2Als we op zoek gaan naar de bron van de Eem, dan komen we uit bij enkele beekjes die aan de rand van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug opborrelen. De belangrijkste zijn de Heiligenbergerbeek, de Barneveldse Beek en de Lunterse Beek. Zij voeren het water af dat eeuwen eerder als regen op de stuwwallen neergutste. Dit water zakte in de zandgronden van de stuwwal weg en kwam in het grondwater terecht. Na een lange reis kwam dit water als kwelwater aan de voet van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug weer aan de oppervlakte.

Al deze beken en beekjes, sommige door de mens gekanaliseerd, komen in de buurt van Amersfoort uiteindelijk samen in de Eem. Om de laatste 18 kilometer als heuse rivier furore te maken. Want dat de rivier de Eem heet, dat zullen we weten. Namen als Eemnes, Eemdijk, Eembrugge en Eemland zeggen al genoeg. En dan te bedenken dat de naam Amersfoort komt van de oude benaming voor de Eem, de Amer.

Een echte rivier!

dwarsprofiel rivierBij rivieren wordt vaak op een andere schaal gedacht. Brede, slingerende snelwegen van water vlakbij de monding, smalle dalen met af en toe een waterval en stroomversnellingen verder weg. En aan begin een gletsjer waar het smeltwater de bron van de rivier vormt. Kijkend naar de grote rivieren in Europa zoals de Rijn, de Rhône en de Po dan klopt dat beeld deels. Ze ontspringen allemaal in de Alpen op een hoogte tussen de 1500 en 2000 meter, al heeft alleen de Rhône een echte gletsjer als bron. De Rijn bijvoorbeeld begint als een miezerig plasje water ergens midden in Zwitserland dat het moet hebben van de macht van het getal en de zwaartekracht. Vanaf de bron vlakbij de Oberalppas in Graubünden van wat dan de Voor-Rijn heet, komen er steeds meer kleine beekjes bij en door de grote hoogteverschillen vormt zich al snel een razende beek die zich via stroomversnellingen en watervallen naar beneden stort. De rivierbedding alpenrivier is dan alleen nog bevaarbaar voor kano’s en rafts. Over korte afstand wordt een groot hoogteverschil overbrugd. Het zogenaamde verval is erg groot. Het eroderend vermogen van de rivier eveneens. Zeker als bij noodweer extra water in de rivier terechtkomt. Dan worden niet alleen grind en kiezels door het water meegevoerd. Dan kunnen ook kleine keien en soms zelfs hele rotsblokken worden meegevoerd. Dankzij dit grote eroderende vermogen snijdt de rivier zich hier sterk in.

Uebersicht_RheinfallWanneer de Rijn de Alpen verlaat worden de hoogteverschillen stukken minder en neemt het verval ook af. Dit geldt tegelijkertijd voor de erosieve kracht. Als de rivier veel water vervoert dan wordt er ook nog grind en een enkele kiezel meegenomen. Midden in de zomer wanneer de afvoer gering is en de stroomsnelheid ook, dan is het vaak alleen nog zand en klei dat wordt meegenomen. In dit middendeel van de rivier is er afwisselend sprake van erosie en sedimentatie. Vlak voordat de Rijn bij Basel breed en bevaarbaar wordt voor grote rijnaken, stort het zich bij Schaffhausen nog één keer naar beneden.

DEMsuedlicher-oberrheinVoorbij Basel denkt de Rijn even bijna bij zee te zijn. Geflankeerd door Zwarte Woud en Vogezen komt de rivier in de tussenliggende slenk terecht. Tot aan Frankfurt meandert de Rijn hier traag en breed over de vrijwel vlakke Boven-Rijnse laagvlakte. Er vindt hier alleen sedimentatie van zand en klei plaats. Voorbij Frankfurt stuit de Rijn echter op een paar dwarsliggende gebergten zoals de Taunus en de Hunsrück. Met moeite heeft is de Rijn erin geslaagd hier doorheen te breken*. Hier aan de voet van de Lorelei vindt alleen erosie plaats en vrijwel geen sedimentatie. Voorbij Koblenz komt de rivier weer in rustiger vaarwater. Was het verval tussen Basel en Bonn – een afstand van ongeveer 500 kilometer – nog ruim 200 meter, tussen Bonn en de zee – ongeveer 350 kilometer varen – hoeft de Rijn nog maar een goede 40 meter te overbruggen. De Rijn begint weer te meanderen en het is duidelijk dat op het laatste traject er alleen nog maar sedimentatie van zand en klei plaatsvindt. Wanneer de Rijn bij Lobith Nederland binnenkomt is deze echt bijna bij de zee. De rivier vormt dan een delta. Hij slingert niet alleen, hij splitst zich ook op in meerdere takken. De grootste, de Waal, gaat via Nijmegen naar Rotterdam. De andere tak, de Nederrijn, verandert nog een paar keer van naam om ook bij Rotterdam in zee uit te monden.**

Schermafbeelding 2015-08-20 om 15.44.42

Samen sterk.

Grebbelinie_the_NetherlandsAl deze verschillen overziend lijken de beide rivieren weinig gemeen te hebben. Toch zijn ze beide betrokken bij een van de minder bekende verdedigingswerken van Nederland, de Grebbelinie. Deze waterlinie loopt van Rhenen tot aan Spakenburg en moest de vijand uit het oosten een tijdje ophouden zodat in het westen de Hollandse Waterlinie helemaal in gereedheid kon worden gebracht. Ook langs de Grebbelinie *** zouden grote gebieden onder water worden gezet. Hiervoor werd water gebruikt uit de Eem en haar bronrivieren en uit de Rijn. grebbeberg-silhouetSinds 1940 weten wij in Nederland wat de waarde is van water als hindernis voor de vijand. De Duitsers vlogen er en masse overheen en alleen bij een klein stukje werd kort weerstand geboden en dat was niet omdat het water was, maar een berg, de Grebbeberg.

* Het is niet zo dat de Rijn hier letterlijk doorheen is gebroken. Toen deze gebergten werden gevormd stroomde de Rijn hier al. De Rijn wist het omhoogkomende gebergte steeds snel genoeg af te breken zodat het vandaag lijkt alsof de Rijn er dwars doorheen is gebroken. Ditzelfde proces geldt voor de Maas die door de Ardennen is ‘gebroken’.

** Op de verschillende mondingen van de Rijn door de eeuwen heen kom ik in een ander blog nog terug.

*** zie apart blog over Grebbelinie (zsm beschikbaar)

05
Nov
12

Het Wiel van Bassa

Rivieren, dijkdoorbraken en kolkgaten

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland

zie ik breede rivieren

traag door oneindig

laagland gaan,

rijen ondenkbaar

ijle populieren

als hooge pluimen

aan den einder staan;

en in de geweldige

ruimte verzonken

de boerderijen

verspreid door het land,

boomgroepen, dorpen,

geknotte torens,

kerken en olmen

in een grootsch verband.

de lucht hangt er laag

en de zon wordt er langzaam

in grijze veelkleurige

dampen gesmoord,

en in alle gewesten

wordt de stem van het water

met zijn eeuwige rampen

gevreesd en gehoord.

Hendrik Marsman

Rivieren slingeren door oneindig laagland

Een groot deel van Nederland is opgebouwd door de rivieren de Rijn en de Maas die hier in de Noordzee uitkomen. Zich steeds verleggend, overal zand en klei afzettend is West-Nederland door de rivieren vormgegeven. Het gebied ten zuiden van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe en ten Noorden van de Brabantse zandgronden is HET rivierengebied. Voor de bedijkingen slingerden hier ongeremd, zich steeds verleggend, de voorlopers van Rijn, Waal en Maas. Overal getuigen de fossiele oeverwallen (hoge oude zandbedding) en komgronden (lage kleigebieden) in de ondergrond nog van deze vroegere rivierlopen. De Rijn bijvoorbeeld heeft de laatste 2000 jaar verschillende hoofdarmen gehad. In de Romeinse tijd was de tak Nederrijn – Kromme Rijn (via Utrecht) – Oude Rijn de hoofdtak en stroomde de Rijn bij Katwijk in zee. In de vroege middeleeuwen veranderde dit en werd de Lek de voornaamste afvoer van de Rijn. In de late Middeleeuwen werd deze functie overgenomen door de Waal.

 

De eerste dijken

Vanaf dat moment begon de mens zich te bemoeien met de loop van de rivieren. Rivierarmen en meanderbochten werden afgedamd zodat het water ‘sneller’ en dus makkelijker wegstroomde. Toen de Waal de belangrijkste rivier was geworden, was de bedijking, die rond het jaar 1000 was begonnen en rond 1300 compleet was, er de oorzaak van dat de rivieren niet meer vrij hun gang konden gaan. Een enkele dijkdoorbraak daargelaten, bleef de rivier netjes binnen de hem toegewezen bedding stromen en zijn ligging kon niet meer gewijzigd worden. Het gebied tussen de eigenlijke rivierloop en de dijk noemt men sindsdien uiterwaarden. Sinds de bedijkingen is de Waal steeds de belangrijkste Rijntak gebleven.

 

Dijkdoorbraken

Voor de bedijking gingen de mensen op de hoger gelegen oeverwallen wonen. Na de bedijking bleef men dit doen doordat er nog veelvuldig doorbraken voorkwamen en de lager gelegen komgronden onder water liepen. Door de bedijking kon het water bij hoog water niet weg over de oeverwallen de kommen in. Het water werd in de relatief smalle bedding opgestuwd tegen de, zeker in het begin nog, zwakke dijken. De belangrijkste oorzaken van opstuwing waren grote hoeveelheden neerslag,  stormen aan de kust en kruiend ijs aan het eind van de winter. Wanneer het aan de kust stormde, zoals bijvoorbeeld tijdens de verschillende Allerheiligenvloeden* dan kon het rivierwater de hogere zee niet snel genoeg instromen. Het water kwam dan in de rivieren zo hoog te staan dat de dijken bezweken. Datzelfde kon gebeuren als ijsschotsen op de zandbanken kwamen klem te zitten. Daarachter vormde het kruiende ijs een dam. Het opgestuwde water brak dan ook regelmatig door de toen nog zwakke dijken. Achter het gat in de dijk ontstond een diep kolkgat, ook wel wiel of waai genoemd en ook de rest van het achterliggende land liep onder water. Vroeger vormden rivierdijkdoorbraken een grotere bedreiging voor de bewoners van Nederland dan de doorbraken aan de kust. Veel slachtoffers vielen er zodoende in vroeger tijden in het rivierengebied.

 

Binnen- of buitendijks.

Het herstellen van de dijk kon niet zomaar dwars over het metersdiepe kolkgat. Het nieuwe stuk dijk werd dan langs de kortste zijde van het kolkgat gelegd. Hierdoor kwam het kolkgat soms binnendijks, soms buitendijks te liggen. De buitendijkse kolkgaten kwamen daarna vaker onder water te staan en slibden vaak deels of zelfs geheel weer dicht. De binnendijkse kolkgaten, zeker de grotere, bleven bijna allemaal bestaan. Het kostte gewoon teveel kostbare grond om ze weer te dempen. Vandaar dat de meeste kolkgaten nu nog zichtbaar zijn. Als getuige van kleine en grote rampen, vaak al eeuwen geleden. Dit verklaart gelijk waarom een dijk vaak meer slingert dan de rivier zelf. Langs de grote rivieren moet ik eigenlijk zeggen slingerde. Daar zijn veel dijken de laatste 15 jaar alsnog rechtgetrokken. En verhoogd.

 

Andere maatregelen tegen hoogwater

Om overstromingen zoveel mogelijk te voorkomen werden de oeverwallen nog verder opgehoogd en ontstonden er terpen, die vandaag de dag nog duidelijk zichtbaar aanwezig zijn. Ook ging men vaak op de dijk wonen en zo ontstonden de typische dijkdorpen. Andere maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperken was het aanleggen van overlaten en dwarsdijken. Overlaten waren verlagingen in de dijk om zo bij zeer hoge waterstanden het water gereguleerd af te voeren om catastrofes te voorkomen. Dwarsdijken werden aangelegd tussen twee rivieren om het water van een overstroming verder stroomopwaarts, te belemmeren verder te komen. Nadeel was de stagnatie van dit water tegen aan de oostzijde van deze dwarsdijken. Een enkele keer brak zelfs zo’n dwarsdijk door.

 

Dwars door de ‘Achterdeur van Holland’

Zo ook in 1571 langs de Diefdijk, de dwarsdijk tussen Lek en Linge. Omdat deze dijk op de grens van Gelderland en Holland lag en dus Holland moest beschermen tegen overstromingen, werd deze dijk de ‘achterdeur van Holland’ genoemd. In februari 1571 brak de Diefdijk door ter hoogte van Schoonrewoerd. Toen de dijk hier in 1573 voor een tweede keer doorbrak, bleef herstel tot 1577 uit. Dit kwam mede door de vele oorlogshandelingen** in dit gebied. Zo kon hier het grootste wiel van Nederland ontstaan, het Wiel van Bassa, ook wel het Kruithofwiel of Schoonrewoerdse wiel genoemd. Omdat de Diefdijk onderdeel ging uitmaken van de Hollandse Waterlinie werd het de eeuwen daarna netjes onderhouden. Om die reden zit er in het viaduct waar de dijk de snelweg A2 kruist, een schuif die in geval van nood naar beneden kan om zo het dijklichaam te sluiten.

 

Veilig?

Om dit soort noodgrepen onnodig te maken werden in de 19e eeuw de rivieren op grote schaal genormaliseerd. Veel zandbanken werden verwijderd en er werden kribben in de rivier aangelegd om de stroom te dwingen het midden van de rivier aan te houden om zo ondermijning van de dijken te voorkomen. Vandaag de dag lijkt in het rivierengebied het grootste leed geleden, maar in de jaren ’90 van de 20e eeuw bleek dat de rivierdijken toch nog erg kwetsbaar waren. Grote delen van het rivierengebied werden geëvacueerd en met man en macht wist men een dijkdoorbraak te voorkomen.

Na het veilig maken van onze kust werden de daar vrijgekomen manschappen nu door Rijkswaterstaat ingezet voor de dijkverzwaring. Van de landschappelijk fraaie, kronkelende en op het oog veilige rivierdijken werden rechte, onooglijke en meters hoge maar veilige dammen gemaakt. Aan het verkrijgen van veiligheid in ruil voor landschap hangt een prijskaartje!?

 

Riviervruchten

Een groot deel van het rivierengebied is in gebruik voor de fruitteelt, met als meest bekende de Betuwe. Als we naar de ondergrond kijken zien we dat de fruitbomen altijd op zandgrond staan. Meestal omdat hier de zandbeddingen van oude rivierlopen liggen. Bij een dijkdoorbraak werd het zand uit het kolkgat als een waaier erachter weer neergelegd. Vaak zien we daar vandaag de dag ook fruitbomen groeien.

 

PS. We vinden niet alleen kolkgaten langs de rivieren. Ook langs de kust kunnen dijkdoorbraken voorkomen. Omdat de Noordzeekust wordt beschermd door voornamelijk duinen moeten we daarvoor elders gaan kijken. Vooral langs de voormalige Zuiderzee komen we zeer veel kolkgaten tegen. Soms nog de enige getuigen dat hier ooit water tegen de dijk aan klotste.

 

* Nederland kent maar liefst vijf Allerheiligenvloeden. Achtereenvolgens was dat in 1170, 1532, 1570, 1675 en 2006. Dankzij de opgehoogde dijken was er in dat laatste jaar in het rivierengebied nergens schade.

 

** Er wordt wel eens een verband gelegd tussen de staat van de Nederlandse dijken halverwege de 16e eeuw en het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Als wordt gekeken naar de vele overstromingen in die periode, met als hoogtepunt de zwaarste overstroming uit onze geschiedenis, de Allerheiligenvloeg van 1 november 1570, wordt dit verband duidelijk. Een opstand tegen de Spanjaarden was misschien ook wel een opstand tegen de armoede in het rivierengebied.




Archief

Tweets