Posts Tagged ‘Utrecht

10
Jan
16

Kockengen, luilekkerland dankzij de cope-ontginning?

 

 

Hoe het was in Luilekkerland

Ik ben er vroeger veel geweest,

het was er alle dagen feest,

het heette daar: Luilekkerland.

Er zwommen daar de hele week

gebakken vissen door de beek.

je kon ze pakken met je hand.

Waar was dat land? Hier om de hoek.

De hoofdstad heette Pannekoek.

De koning heette: Nooitgeendorst.

Uit elke pomp kwam bessenvla,

elk dak was er van chocola,

de regenpijp was leverworst.

Gebraden gans vloog in je mond,

gebraden varkens liepen rond

met mes en vork al in hun rug.

En als de klok ging beieren,

legden de paarden eieren,

van floep floep floep, wat ging dat vlug.

En bij een muur van wittebrood,

daar stond een boom, zo mooi en groot,

dat was de oliebollenbeuk.

En weet je wat de sneeuw dan deed?

Die gaf de boom een suikerkleed.

God, kinderen, wat was dat leuk.

Er was een sneeuwpop en een slee

en vader deed zo vrolijk mee,

we waren dan opeens heel rijk.

Door de herinnering gevernist,

lijkt het zo mooi. Er is een mist

van tranen, als ik daar naar kijk.

Willem Wilmink  1936 – 2003

Bron:  Verzamelde liedjes en gedichten. Deel I


Bewaren voor het nageslacht

kinderdijk_20De piramides van Cheops, Macchu Picchu, Stonehenge, de Borobudur, het Vrijheidsbeeld, de Taj Mahal. Allemaal meesterwerken, door de mens in de afgelopen eeuwen overal ter wereld aangelegd. Om deze meesterwerken voor het nageslacht te bewaren worden ze allemaal door de Unesco via een verdrag als Werelderfgoed aangeduid.

Het Werelderfgoedverdrag bestaat sinds 1972 en is bedoeld om cultureel en natuurlijk erfgoed dat van unieke en universele waarde is voor de mensheid, beter te kunnen bewaren voor toekomstige generaties,” staat er op de site van Unesco te lezen.

Ook Nederland kent erfgoed dat helemaal terecht op deze lijst staat; de Stelling van Amsterdam, het Rietveld-Schröderhuis, de Beemster en de molens op de Kinderdijk zijn enkele voorbeelden. In tegenstelling tot veel erfgoed uit de rest van de wereld is het Nederlandse erfgoed vaak slechts enkele eeuwen tot enkele decennia oud. Gezien de cultuurgeschiedenis van Nederland is dit logisch. Toen hier de eerste boeren op zoek gingen naar droge voeten in het natte West-Nederland werden er elders in de wereld al enorme bouwwerken neergezet. Maar in dat natte Nederland werd wel een prestatie van wereldformaat neergezet. Een prestatie die het verdiend om te worden bewaard net als de grote bouwwerken; de cope-ontginningen in het veen van Utrecht.

Het veen en zijn geheimen

Noa-Yde3Veen is een bruinzwarte grondsoort die bestaat uit dode planten die grotendeels humus zijn geworden. Waar onder normale omstandigheden planten door schimmels en bacteriën worden verteerd, is dat onder water anders. Door het grotendeels ontbreken van zuurstof stapelen de plantenresten zich op zonder te gaan rotten. Goed herkenbare bladeren, hele boomstammen en soms zelfs een menselijk lichaam kunnen duizenden jaren bewaard blijven in zo’n veenpakket. Een mooi voorbeeld in Nederland is het 2000 jaar oude meisje van Yde. Door het vele humuszuur is haar huid gelooid en bijna zwart geworden. Ook heeft het lichaam geen botten meer, want die zijn door datzelfde zuur helemaal opgelost. Maar verder lijkt het kortgeleden te zijn overleden. Bij vondsten van veenlijken in Denemarken werd in sommige gevallen dan ook de politie gewaarschuwd. Omdat men dacht het slachtoffer van een recent misdrijf te hebben gevonden. Als het al door een misdrijf om het leven zou zijn gekomen, dan was dit echter allang verjaard.

 

Hoogveen en laagveen

veenWe onderscheiden twee soorten veen; hoogveen en laagveen De namen doen vermoeden dat het iets zegt over de ligging. Vroeger dacht men dat inderdaad, maar hoogveen komt ook in lager gelegen gebieden voor en omgekeerd. Hoogveen is voor de vochthuishouding geheel afhankelijk van voedselarm – oligotroof – regenwater, terwijl laagveen wordt gevoed door grondwater en ander reeds aanwezig zoet water zoals meertjes. Dit water is veel voedselrijker – eutroof. De samenstelling van de venen verschilt dan ook omdat het is opgebouwd uit verschillende soorten planten. Zegge en riet zijn voorbeelden van de voedselrijke laagvenen en veenmos komen we tegen in het voedselarme hoogveen. In de streken die vroeger de karakteristieke laagveengebieden genoemd werden, kwam na verloop van tijd ook hoogveen voor. Het veenpakket was dan zo dik, dat het alleen nog gevoed werd door regenwater. Ook zijn er overgangen te vinden van voedselrijk naar voedselarm. Een goed voorbeeld van dit zogenaamde mesotrofe veen zijn de moerasbossen, ook wel broekgebieden genoemd. In Nederland zijn plaatsnamen als Langbroek, Westbroek, Broek in Waterland en ook Breukelen (in het Engels Brooklyn) aanwijzingen dat hier ooit moerasbos aanwezig was. In het westen van Nederland komen deze gebieden vooral in Holland en Utrecht voor.

 

Ontginning van het veen

veengebieden in NederlandIn Nederland was het veen het laatste gebied dat werd ontgonnen. De natte omstandigheden liet men lang links liggen. De hogere stroomruggen, rivierduinen en anderszins hogergelegen gebieden werd eerst benut. Halverwege de middeleeuwen trokken de mensen dan toch noodgedwongen de veengebieden binnen. Ook hier werden eerst de hoger gelegen gebieden in bezit genomen, daar waar zee en rivier zich niet al te vaak lieten zien. Terwijl de moerasbossen bij hoogwater van de rivieren onderliepen. Hier kwam pas verandering in toen de eerste dijken werden aangelegd en onbelangrijke maar steeds weer overstromende rivierarmen werden afgedamd. Dit alles om ook in deze gebieden droge voeten te houden. Zo werd in 1122 de Oude Rijn – in de Romeinse tijd nog de hoofdtak van deze rivier – bij Wijk bij Duurstede afgesloten. Sindsdien gaat deze tak als Kromme Rijn door het leven en kon dit gebied ten zuidoosten van Utrecht worden ontgonnen. Daarnaast werden weteringen gegraven om overtollig water af te voeren. Er was al vroeg sprake van duidelijke organisatie. Die organisatie is ook terug te zien in de ontginningen zelf.

 

Eerlijke regelmaat

veenontginning met copeDe eigenaren van deze broeklanden, de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht hielden zich in die tijd (rond 1100) niet zelf bezig met de ontginning. Dat besteedden zij uit aan zogenaamde locatoren – aanbesteders zouden wij vandaag de dag zeggen – die contracten afsloten met boeren die bereid waren het natte veen in te trekken. Deze contracten – copes – werden eerlijk en gelijk onder de verschillende boeren verdeeld. De kavels waren allemaal even groot en ook ongeveer even vruchtbaar. Vanuit de drogere vruchtbaarste ontginningsbasis werden smalle stroken steeds verder de nattere onvruchtbare gebieden in, uitgetekend.

Het te ontginnen gebied werd volgens een vaste maatvoering door de locatoren uitgegeven. De kavels hadden een vaste breedte van 30 Stichtse roeden en een lengte van 360 roeden oftewel een zesvoorling. Een voorling was de afstand die men ploegde zonder de ploeg te keren. Was een ontginning succesvol, dan werden de kavels soms verlengd tot twaalf voorling; men spreekt van zes- en twaalfvoorling hoeven.

i_NL.IMRO.0331.08benschopoost-BP01_0004Niet alle roedes waren echter even lang. Soms werd een roede gebruikt die een standaardmaat had van twaalf Rijnlandsevoet. Vandaag de dag komt dit overeen met 3,77 meter. Een andere keer werd er echter gebruik gemaakt van de zogenaamde Koningsroede die slechts tien voet lang was. De kavels hadden daardoor een breedte die varieerde van 94 tot 113 meter en een lengte van 1125 tot 1350 meter (zesvoorlinghoeve).

De ontginners groeven parallelle sloten om het water af te voeren. Langs de achterzijde werd een dwarssloot of een dwarsdijkje (achterkade) aangelegd om te voorkomen dat water van het hogergelegen veengebied voor problemen zou zorgen. Tevens werden er rondom de percelen vaak dijken aangelegd om het water uit het omringende gebied te weren. Op de kop van de kavel werd de hoeve geplaatst.

 

Werelderfgoed?

namen rond KockengenHoewel we aan plaatsnamen als Boskoop, Nieuwkoop, Willeskop en Benschop deze unieke ontginningsmethode nog herkennen, is veel van dit typische landschap in allerlei ruilverkavelingen en stads- en dorpsuitbreidingen helaas verdwenen. Een van de gebieden die nog goed herkenbaar is, ligt rond Kockengen ten westen van de A2 ter hoogte van Breukelen. Degenen die dit gebied eeuwen geleden ontgonnen deden dit met het idee dat het hier een luilekkerland zou worden. Exotische plaatsen dienden ter inspiratie. Namen als Kortrijk (in West-Vlaanderen), Kamerik (Cambrai in Noord-Frankrijk, Portengen (verbastering van Bretagne) en Spengen (Spanje) liggen hier allemaal vlakbij elkaar in de buurt van Kockengen. Deze laatste plaats is genoemd naar het land van Kokanje – Luilekkerland*.

kockengen Google EarthHoewel dit gebied deel uitmaakt van het beschermde Groene Hart willen sommigen het nog meer verankerd zien. Wanneer dit gebied Werelderfgoed wordt, dan is het voor de komende generaties behouden. Het staat helaas nog niet op de lijst van gebieden en gebouwen die Nederland tot 2020 wil voordragen. ** We moeten niet vergeten dat we hier te maken hebben met een unieke ontginningsmethode die bijna nergens anders ter wereld voorkomt. Alleen ten zuiden van Bremen vinden we een soortgelijk landschap. Al vanaf 1106 werd deze methode hierheen geëxporteerd door de aartsbisschop van ’t Sticht. Dit is dan ook de enige plek buiten Nederland waar copes voorkomen.

 

Met dank aan:
Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen
J.A.J. Vervloet – Landsheerlijke venen: het cope-ontginningslandschap

 

* Luilekkerland  is een sprookjesland vol overvloedig eten en drinken, ontsproten aan de middeleeuwse fantasie in West-Europa.

** Het dichtst in de buurt ligt de Nieuwe Hollandse Waterlinie die in 2018 wordt voorgedragen.

 

 

 

 

01
Dec
14

De Plofsluis, hindernis voor vriend en vijand

Ergens in Nederland

Ergens in Nederland – hevig verscholen

Achter een grachtje – daar weet ik een fort…

’t Is in de buurt van … neen, ’t landsbelang eischt nu,

Dat het niet nader omschreven meer wordt.

 

Ergens in Nederland – weet ik een landstreek,

Waar onze linie van water begint.

’t Is om den hoek bij … neen, ’t landsbelang eischt nu,

Dat je je daaromtrent even bezint!

 

Ergens in Nederland – ’t brand op m’n lippen,

Weet ik een schhur, die geen schuur is, te staan,

Als je rechtsaf slaat… neen, ’t landsbelang eischt weer!

Dat ik niet zeg, waar je rechts af moet slaan.

 

Nederland! Vaderland! – heusch ik kan zwijgen!

‘t Landsbelang eischt het – dus wees maar niet bang!

Maar … ‘ergens in Nederland’ ken ik een meisje

Waar? Dát verzwijg ik uit eigen belang!

Wim Kan (1939 gemaakt) en afgedrukt in soldatenweekblad “De Wacht”

PLOF 260px-The_Netherlands_compared_to_sealevelNederland is een van de weinige landen die het water niet alleen als vijand ziet, maar ook als bondgenoot. Als wij niet al meer dan duizend jaar geleden waren begonnen met het bouwen van dijken, dan zou bijna de helft van ons land met grote regelmaat onder water lopen. Meer dan de helft van Nederland ligt lager dan 1 meter + NAP en daar komt het rivierengebied met zijn deels getemde meanders nog eens bij. Als de nood aan de man is doet de Nederlander wat de natuur ondanks de dijken nog regelmatig deed de afgelopen eeuwen; het lager gelegen gebied onder water zetten.

Ruggengraat

PLOF 250px-Nieuwe_Hollandse_Waterlinie_the_NetherlandsTot bijna 75 jaar geleden de Teutoonse vliegtuigen een illusie deed vervliegen, was de Nieuwe Hollandse Waterlinie de ruggengraat van de verdediging van het economische hart van Nederland. Van Muiden tot Werkendam, van Naarden Vesting tot aan het Fort aan het Steurgat moest het water de vijand buiten Holland houden. Overal werden grote en kleine stukken land zo ingericht, dat met het openzetten van enkele sluizen en het doorsteken van een paar dijken een strook water een onoverbrugbare barrière zou vormen. Enkele zwakkere plekken werden beschermd door forten met intrigerende namen als ‘Het Werk aan de Spoel’, ‘de Westbatterij’ en ‘Fort Spion’.

PLOF Werk aan het Spoel Luchtfoto_ca._1974_bewerktSluitstuk

Soms gingen economie en defensie niet helemaal hand in hand. Zo ook 80 jaar geleden. In 1934 werd een begin gemaakt met de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal. Deels zou dit kanaal het al bestaande Merwedekanaal volgen, maar ten zuiden van Utrecht kwam een nieuw te graven gedeelte dat via Wijk bij Duurstede tot aan Tiel, waar de Waal werd bereikt, zou lopen*. Dit nieuwe kanaal kruiste ter hoogte van Jutphaas de Hollandse Waterlinie en daarmee was deze verdedigingslinie niet meer sluitend. De eenvoudigste oplossing zou hier de aanleg van sluizen zijn geweest. Om twee redenen werd dit niet gedaan. Het Amsterdam Rijnkanaal moest een waterweg worden met zo min mogelijk obstakels zodat er geen onnodig tijdverlies zou optreden. Het waterniveau tussen Lek en Amsterdam kwam op hetzelfde niveau te liggen. Daarnaast zou in geval van oorlogsnood het sluiten van een sluis te veel tijd kosten. Er moest een ander sluitstuk komen.

PLOF plofsluisPloffen

In 1937 werd begonnen met de bouw van wat officieel ‘de Keersluis te Jutphaas bij km 43’ werd genoemd. Maar vanwege de werking is het al snel onder zijn bijnaam bekender geworden. In plaats van sluizen werd een grote betonnen bak boven het kanaal aangelegd. Deze bak, bestaande uit vijf parallelle compartimenten, beschikte over een relatief dunne gewelfde bodem. De compartimenten konden worden gevuld met 40 miljoen puin en zand. In geval van nood zou de bodem worden opgeblazen zodat puin en zand direct het kanaal konden afsluiten tot 2,5 meter + NAP. Toen in 1940 de oorlog uitbrak was deze Plofsluis nog niet klaar. Hoewel zijn overbodigheid datzelfde jaar was aangetoond, werd er in de oorlog nog wel gebouwd aan de sluis. Deze bijzondere keersluis is echter nooit helemaal afgebouwd. Toen in 1952 het Amsterdam-Rijnkanaal werd geopend lag het werkeloos als lompe brug zonder verkeer boven de waterweg.

Overbodig

PLOF 05248000_plofsluis_nieuwegeinToen in de decennia daarna het Amsterdam-Rijnkanaal steeds drukker bevaren werd, kwam de plofsluis steeds meer in de weg te liggen. Het kanaal kon hier niet worden verbreed en de doorvaarhoogte werd ook steeds meer een belemmering. Het opruimen van het betonnen gevaarte was echter ook te kostbaar. Toen in 1981 tot verbreding werd overgegaan, werd het Amsterdam-Rijnkanaal hier gewoon om de Plofsluis heen geleid. Wanneer schepen vanuit het zuiden komen aanvaren lijken ze recht op de Plofsluis af te stevenen, om op het laatste moment met een kleine boog de bocht naar Utrecht in te zetten. De onwetende automobilist die op de N408 van Nieuwegein naar Utrecht op de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal naar rechts kijkt, vraagt zich af welke brug daar nooit is afgebouwd. Toch is er een bestemming voor de vijf enorme betonnen bakken gevonden.  Sinds 1978 heeft schietvereniging Ultrajectum hier de beschikking over enkele fraaie overdekte schietbanen.

PLOF AR Kanaal* Wat betreft de verschillende varianten voor het Amsterdam-Rijnkanaal werd uiteindelijk voor het zogeheten ‘Plan-Mussert’ gekozen. Deze latere bruine baas van de NSB, bedacht als hoofdingenieur van de Utrechtse Waterstaat eind jaren ’20, begin jaren ’30 het plan om tussen Amsterdam en de Lek het waterpeil op één niveau te houden en daarmee de sluizen weg te kunnen laten. Daarmee werd het Amsterdam-Rijnkanaal niet alleen een kortere, maar ook een snellere vaarroute. Vandaag de dag is dit met bijna 90.000 schepen per jaar, het drukst bevaren kanaal ter wereld.

17
Nov
14

Meteorieten in Nederland; kanonskogels en kapotte dakpannen

Het is 2 juni 1843, 8 uur ‘s avonds. Willem Ooms, de knecht van Jan Teunisse Bosch is bezig de paarden van het land te halen. Plots schrikken hij en de paarden als zij kort achter elkaar vier knallen en een hoge fluittoon horen. Geschrokken kijkt Willem in de richting van Fort Blaauwkapel. Vijfentwintig jaar geleden gebouwd, kort nadat de Fransen ons land hadden verlaten, moet dit fort Holland beschermen tegen toekomstige vijanden. Hij heeft nog nooit eerder kanongebulder bij het fort gehoord. De fluitton wordt steeds luider en net als hij verder wil lopen, werpt vlak voor hem een voorwerp ter grootte van een kanonskogel een fontein van zand omhoog. Als het weer rustig is en er niet nog meer kogels volgen, loopt hij erheen en ziet een gat van bijna drie voet diep. Snel brengt Willem de paarden naar de stal en rent terug met de spade over de schouder. Hij begint te graven en als de klei plaatsmaakt voor zand, ziet hij dat het geen kanonskogel is. Het is een voorwerp met een ietwat onregelmatige, langwerpige gedaante. Als het gat groot genoeg is tilt hij met de nodige moeite het voorwerp eruit. Hij schat het gewicht op ongeveer 15 Nederlandse ponden. Het raadselachtige lichaam is vrijwel geheel bedekt met een zwarte verbrande korst, die slechts op een plek is beschadigd. Hier ziet hij de grijze stof van de steen tevoorschijn komen. Hij besluit de steen naar zijn boer te brengen.

Jeugdige fascinatie

Utrecht VallendeSter_1Al van jongs af aan ben ik gefascineerd door het buitenaardse. In eerste instantie natuurlijk door Ufo’s en buitenaardse wezens. Boeken als ‘Waren de Goden Kosmonauten’ van Erich von Däniken en ‘Zij kwamen van andere Planeten’ van Peter Kolosimo heb ik tijdens mijn puberale zoektocht verslonden. Ondertussen staan ze al tientallen jaren onaangeroerd ergens onopgemerkt in een van mijn vele boekenkasten. Het was dan ook logisch dat uit mijn profielkeuze tijdens de middelbare school bleek dat ik iets in de ruimtevaart wilde gaan doen. Ik heb er mijn pakketkeuze op aangepast, maar toen ik echt moest kiezen besloot ik toch dichter bij huis te blijven en ging ik Fysische Geografie studeren. Op aarde was ook nog zoveel moois te ontdekken. Al ga ik in augustus toch steevast pas naar bed als ik minstens één ‘ster’ uit de Perseïden heb zien vallen.

Utrecht Meteor_Crater_Near_Winslow_ArizonaGeen getuigen

De meeste van deze meteorieten bereiken nooit het aardoppervlak. De rest is meestal te klein om een gat te kunnen slaan. Het is alleen al het fascinerende beeld van de lichtstreep die deze ‘vallende sterren’ achterlaten. Een enkele keer is een meteoriet groot genoeg om schade aan te richten. Zo zijn de dinosauriers 65 miljoen jaar geleden waarschijnlijk uitgestorven door de inslag van een enorme ruimtebrok ergens voor de oostkust van Mexico. Een van de mooiste kraters vinden we in Arizona, de Barringerkrater met een doorsnee van bijna anderhalve kilometer. De meteoriet die hier insloeg was zlef waarschijnlijk ‘slechts’ 50 meter groot. Ook in Europa vinden we verschillende inslagkraters. De grootste vinden we in Rusland. Deze Popigaikrater heeft een diameter van maar liefst 100 kilometer. De meteoriet die hier insloeg had een doorsnee van 5 tot 8 kilometer. De druk tijdens de inslag was zo groot dat al het grafiet in de bodem direct in diamant veranderde. Waarschijnlijk werd hier meer diamant gevormd dan er elders van nature op aarde aanwezig is. Dichterbij is er nog een krater vaag zichtbaar in het midden van Zweden. Een deel wordt gevormd door het meer Siljan. Deze grotendeels geërodeerde krater heeft een doorsnee van 52 kilometer. Ook bij onze oosterburen bevindt zich een grote krater. De Nördlinger Ries in Zuid-Duitsland heeft een diameter van 24 kilometer is alleen vanuit de lucht als dusdanig herkenbaar. Al deze kraters zijn miljoenen jaar oud en los van nu uitgestorven diersoorten was er niemand die de meteorieten heeft zien neerkomen.

Utrecht 800px-Kaali_main_crater_on_2005-08-10.3Voer voor legendes

Dat is niet het geval bij de kraters bij Kaali in Estland. De grootste krater is ‘slechts’ 100 meter in doorsnee. De kleinere kraters in de buurt zijn brokstukken van een en dezelfde meteoriet die vlak voor de inslag uit elkaar is gevallen. Dit gebeurde ongeveer 6000 jaar geleden. De gebeurtenis heeft toch zoveel indruk gemaakt dat het terugkomt in de Kalevala, het nationale epos van Finland. In de eeuwen daarna is dit een heilige plek geweest waar offers voor de goden werden gebracht.

Utrecht Verwoesting_GlanerbrugOngeschikt voor kraters

Ook in Nederland  zijn de laatste eeuwen enkele meteorieten naar beneden gekomen. Zonder overigens een krater te veroorzaken. Helaas hebben wij daar ook niet de bodem voor. Zelfs een iets grotere meteoriet – en dank daarbij aan decimeters – zou door de drassige veenbodem worden opgenomen en direct weer worden bedekt. Dit lot was menig vliegtuig in de Tweede Wereldoorlog ook beschoren. Gelukkig wonen we hier met velen en kijken we regelmatig omhoog als plots een lichtstreep langs de hemel trekt. Zo ook op 7 april 1990 toen er in grote delen van Nederland en Duitsland een grote vuurbol te zien was. Volgens sommigen bijna net zo helder als de volle maan. De meteoriet sloeg in in een huis aan de Gronausestraat in Glanerbrug vlakbij de grens met Duitsland. In het huis – dat inmiddels is afgebroken – werden een dag later op zolder stukjes dakpan en andere steentjes gevonden. De familie uit het huis en de politie Twente dachten eerst aan vandalisme of inbraak. Er is toen een onderzoek ingesteld en de stukjes van de meteoriet zijn meegenomen als bewijsmateriaal. Na het onderzoek en getuigenverhoor van sterrenwachten en andere onderzoekers is gebleken dat het om een meteoriet ging.

Utrecht kaart UtrechtVoor de wetenschap

De grootste meteoriet die in Nederland is gevonden, kwam op 2 juni 1843 iets ten noorden van de stad Utrecht naar beneden. Vlakbij het plaatsje Blauwkapel, waar ook toen al het gelijknamige fort stond, werd de bijna 7 kilo zware ‘De Utrecht’ door Willem Ooms, de knecht van Jan Teunisse Bosch uit het weiland gehaald. Een paar kilometer westelijker, waar nu de huizen van de Utrechts wijk Overvecht staan, werd vrijwel tegelijkertijd nog een meteoriet gevonden. Deze ruim 2,5 kilo zware steen, ‘Het Loevenhoutje’ werd door boer Johannes Verweij uit zijn weiland gehaald. Hij verkocht de steen later aan een dakpannenbakker die hem op zijn beurt aan de Hogeschool Utrecht schonk. Zodoende is dit stukje meteoriet uiteindelijk in de collectie van de Universiteit Utrecht beland. Vanwege allerlei onderzoek iets kleiner dan toen de steen ruim 170 jaar geleden werd gevonden. Naar de knallen te oordelen hoorde deze steen bij de grotere ‘De Utrecht’. Bij het binnendringen van de aarde atmosfeer is de meteoriet in stukken gebroken en in meerdere kleinere brokken neergekomen. Vandaag de dag zouden de andere brokstukken waarschijnlijk ook zijn gevonden. Het was trouwens een geluk dat de meteoriet  niet een tiental kilometer verder naar het westen was neergekomen. Blauwkapel ligt niet al te ver van de Utrechtse Heuvelrug. Daarom bevindt zich hier op 1 meter diepte al zand. Verder westwaarts zit het zand soms tientallen meters diep. Een meteoriet was daar niet meer teruggevonden.

utrecht komeetVoor eigen gewin

Wat er daarna precies met ‘De Utrecht’ is gebeurd, blijft tot op de dag van vandaag een raadsel. Het enige wat we zeker weten is dat de meteoriet tegenwoordig in de kelder van het Natuur Historisch Museum van Boedapest in Hongarije ligt. Waarschijnlijk heeft boer Jan Teunisse Bosch het stuk steen voor goed geld weten te verkopen. Een jaar later kocht hij namelijk een mooie boerderij en enkele stukken land. Hij boerde daarna zo goed dat hij in 1861 een nieuwe boerderij liet bouwen die hij de toepasselijke naam Eben Haëzer, ‘Steen der hulp’, gaf. Ook van Willem Ooms ontbreekt elk spoor. Hopelijk heeft de boer zijn knecht wel enigszins beloond.

12
Dec
11

Bankbiljet 250 gulden, ‘de Vuurtoren’ – R.D.E. ‘Ootje’ Oxenaar en J.J. Kruit

Toen ik ergens rond 1975 mijn eigen bankrekening opende, was er van pinnen nog geen sprake. Voor cash geld stond je binnen bij de bank in de rij. Achter vuistdik glas werd je paspoort gecontroleerd voordat het geld werd overhandigd. Sinds een paar jaar was dat het papiergeld dat was ontworpen door R.D.E. ‘Ootje’ Oxenaar (Erflaters II-serie*).  De voorgangers, behorende tot de zogenaamde Erflaters I-serie van Eppo Doeve, kwamen toen nog sporadisch in de portemonnee terecht. Opvallend aan de nieuwe briefjes van Oxenaar was het felle kleurgebruik. Een traditie die tot het eind van de gulden stand zou houden.  In het buitenland werd er overigens regelmatig wantrouwend naar ons ‘monopolygeld’ gekeken. Dit werd nog erger toen Michiel de Ruyter werd vervangen door de Snip en de nieuwe briefjes van 50 en 250 gulden (de felgele Zonnebloem en de paarse Vuurtoren) in omloop werden gebracht.

Dit laatste biljet beschouw ik nog steeds als het mooiste bankbiljet dat ik ooit in handen heb gehad. Voor mij werd hier het ontwerpen van een bankbiljet tot kunst verheven. Geen nationalistische kijk op geld, maar een esthetische. In eerste instantie wilde Oxenaar het Rietveld-Schröderhuis op het biljet van 250 gulden afbeelden. Dit werd afgewezen, waarschijnlijk omdat de andere grote steden zich gepasseerd zouden kunnen voelen. Rotterdam zou de Euromast erop willen hebben en Den Haag de Ridderzaal, om over Amsterdam maar te zwijgen. Het werd uiteindelijk de neutralere vuurtoren van Haamstede. Op deze manier ontstond ook een bankbiljet met een makkelijke bijnaam, net als bij de Snip en de Zonnebloem.

De vuurtoren komt uit in 1986 en zal tot de komst van de euro in 2002 het enige biljet van 250 gulden blijven dat ooit in Nederland in omloop is geweest. Ik ga niet in op alle beveiligingskenmerken zoals de watermerken. Maar één aspect maakt dit biljet extra fraai. Met het briefje van 250 in je portemonnee had je ook poëzie op zak. Voor de lezer met zeer goede ogen of een leesbril, was in kleine lettertjes een fragment te lezen van het gedicht ‘Een eerlijk zeemansgraf van J. Slauerhof. Dit stond er in de ‘hals’ van de vuurtoren te lezen:

De golven slaan in woesten dans,
De wolken stormen langs de zon
En breken op den horizon,
De vuurtoren staat in ’t geklots,
Fier op zijn eenzaamheid, zijn rots,
Alsof de zware stalen trans
Zich zonder hem niet welven kon.

Deze Erflaters II-serie werd eind jaren ’80 vervangen door een serie abstracte bankbiljetten die ontworpen waren door Jaap Drupsteen. Als enige van de drie ‘kunst-biljetten’ van Oxenaar werd toen ook de Snip vervangen. Er kwamen geen nieuwe biljetten van 50 en 250 gulden. 
   

13
Mei
11

Een kunstwerk in 140 tekens: Rietveld Schröderhuis – Gerrit Rietveld (1924)

In 1984 begon ik met mijn studie Fysische Geografie in Utrecht. Ik woonde het eerste jaar nog thuis in Hilversum en reisde dagelijks met trein en fiets naar de Universiteit op de Uithof. Vanaf Utrecht Centraal fietste ik dan via het Vredenburg, Potterstraat, Nobelstraat, Nachtegaalstraat en Burgemeester Reigerstraat naar het Wilhelminapark. Hier had ik altijd een beetje het gevoel dat ik de stad verliet. Teleurgesteld fietste ik dan na een paar minuten op de Prins Hendriklaan weer tussen de bebouwing. Na de Jan van Scorelstraat gekruist te hebben, fietste ik vervolgens langs het net leegstaande Sint Antonius Ziekenhuis. Vlak voordat de straat via een laag viaduct onder de toenmalige ringweg doorging, lag aan de linkerkant een grijze kubusachtige woning.

Pas na een paar weken kwam ik erachter dat dit het Rietveld-Schröderhuis  was. Ontworpen door Gerrit Rietveld , bij mij toen alleen bekend vanwege zijn stoel, in samenspraak met de bewoonster van het huis, Truus Schröder. Toen ik dat eerste jaar van mijn studie daar twee keer per dag langsfietste was mevrouw Schröder dik in de 90 en dat was aan het onderhoud goed te zien. De witte pleister was grauwgrijs. De primaire kleuren die het gebouw nu zo typisch bij de Stijl doen horen, waren niet goed meer zichtbaar. Voor de ramen hingen rafelige donkerbeige vitrages. Een enkele keer zag ik de vitrage bewegen en in de loop van de tijd fietste ik altijd iets langzamer langs het huis, in de hoop een glimp op te vangen. Niet zozeer van de oude bewoonster als wel van het interieur. Ik had echter nooit de moed om af te stappen, laat staan aan te bellen.

Een klein jaar later was duidelijk dat mevrouw Schröder was overleden. De staat van het huis was nog net zo deplorabel, maar de vitrage bewoog niet meer. Toen die een paar maanden later dan ook verdween, was duidelijk dat de renovatie was begonnen. Ik woonde intussen in Utrecht en kwam niet meer dagelijks langs mijn favoriete gebouw. Want dat was het ondertussen wel geworden. Ik stelde mij voor hoe het er van binnen uit zou zien en hoe het eruitzag in perfecte staat. Na de renovatie bleek dat wat betreft de buitenkant mijn verbeelding goed klopte. Het stralend witte pleisterwerk en de lijnen in de primaire kleuren waren precies zoals ik het mij had gedacht. Het interieur overtrof al mijn verwachtingen. Eigenlijk is het een vrij klein gebouw. Dankzij allerlei schuivende panelen is er echter veel ruimte te creëren. Daardoor lijkt het huis van binnen veel groter dan het in werkelijkheid is. Het meest onder de indruk was ik nog van het venster op de hoek aan de voorkant. Hier wordt geen raam opengezet, maar een heel huis. De ruimte stroomt letterlijk van buiten naar binnen. Ik heb nog nooit een huis gezien waar vorm en functie zo perfect samenkomen.

Nou was het wel zo dat ik als bezoeker niet alles zag. Het verhaal gaat dat het dak vaak aan lekkage onderhevig was. Een probleem dat zich vaker bij huizen van Rietveld voordeed. Een ander nadeel van het huis is dat het in Utrecht staat. De stad waar ik woon. Het huis is nu ongeveer twintig jaar open voor het publiek en ik heb het pas twee keer bezocht. Had het in een grote stad ergens in Europa gestaan, dan was ik er vast vaker geweest. Ik fiets er wel vaak langs. De laatste jaren ook met mijn dochters. Enthousiast vertel ik dan hetzelfde als hierboven. De oudste heeft zelfs korte tijd de ambitie gehad architect te worden.

Het zou trouwens nog jaren duren voordat ik erachter kwam dat er in Utrecht nog veel meer gebouwen van Gerrit Rietveld staan. Een heel fraai rijtje notabene aan de andere kant van die ringweg.

 

20
Apr
11

Het tweetverhaal bij de foto van @pixeljunky: 20 april 2011

Vandaag in plaats van een nieuwsfoto een foto van een collegatweep. Deze is van @pixeljunky.

Wil je ook een verhaal bij jouw foto? Kom maar op!

08
Apr
11

Een kunstwerk in 140 tekens: Het Lam Gods – Gebroeders van Eyck (1432)

Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt”. Jezus Christus als zoenoffer.

Dit altaarstuk bestaand uit twaalf panelen is de beroemdste weergave van dit tafereel. Het is geschilderd door de broers Hubert en Jan van Eyck.

Vooral het centrale paneel kent iedereen. Daarop wordt ‘Het Lam Gods’ aanbeden door engelen, heilige vrouwen, belijders en kerkvaders. Onder het Lam staat een achthoekige fontein afgebeeld, genoemd “de fontein van het leven”. Voor mij als inwoner van Utrecht is dit paneel nog interessanter. Linksachter het Lam Gods steekt een toren omhoog. Inzoomend is duidelijk te zien dat het hier de Domtoren uit Utrecht betreft. Het is echter onduidelijk of deze er bij de voltooiing in 1432 al op stond. In dat geval is het de oudst bekende weergave van de Domtoren. Sommige deskundigen denken dat de toren er pas in 1550 tijdens een restauratie bij is geschilderd. Voor deze theorie zou het feit pleiten dat de Utrechts schilder Jan van Scorel aan de restauratie heeft meegewerkt. Dat de Domtoren er opstaat is niet geheel onlogisch. De bouw van deze toren was in haar tijd niet onomstreden. Geert Grote schreef in 1374 over de in aanbouw zijnde Dom: ‘… als een tweede toren van Babel, een symbool van trots en verspilling, slechts bedoeld om de ijdelheid te strelen en de bewondering van de bezoekers te wekken.’

Dat het schilderij nog bijna intact in Gent te zien is, is eigenlijk al een klein wonder.

1432: het schilderij is klaar en komt in de St.Janskerk (nu St. Baafskathedraal) te Gent terecht.

1566: Tijdens de protestantse beeldenstorm wordt het altaarstuk in de toren van de kerk verborgen.

1574: Stadsbestuur van Gent wil het altaarstuk aan Elizabeth van engeland schenken.

1794: De Fransen nemen de centrale delen mee naar Parijs

1815: Na Waterloo komen deze panelen terug naar Gent.

1816: De zijpanelen worden verkocht aan de koning van Pruisen.

1822: De rest van het altaarstuk ontsnapt aan een grote brand.

1861: Panelen Adam en Eva worden verkocht aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.

1914: Restanten van het altaarstuk  worden verstopt bij de Duitse inval.

1920: Alle panelen weer herenigd dankzij het Verdrag van Versailles: art 247: Germany undertakes to deliver to Belgium, through the Reparation Commission, within six months of the coming into force of the present Treaty, in order to enable Belgium to reconstitute artistic work: The leaves of the triptych of the Mystic Lamb painted by the Van Eyck brothers, formerly in the Church of St. Bavon at Ghent, now in the Berlin Museum.

1934: De Stoutmoedige Diefte: Twee panelen worden gestolen. Het paneel ‘De Rechtvaardige Rechters’ is nooit teruggevonden.

1940: Na de Duitse inval wordt het altaarstuk naar Pau gebracht.

1942: Het altaarstuk komt in de Linzer Sammlung terecht. De persoonlijke kunstverzameling van Hitler.

1946: Het altaarstuk komt terug naar Gent.

Vooral de ‘Stoutmoedige Diefte’ spreekt nog altijd tot de verbeelding. In 1934 werd in de nacht van 10 op 11 april twee panelen van het altaarstuk; ‘De Rechtvaardige Rechters’ en ‘Johannes de Doper’ gestolen. Het tweede paneel werd snel weer teruggevonden, maar voor ‘De Rechtvaardige Rechters’ werd via een brief een losgeld van 1 miljoen Belgische Franken gevraagd. Onderzoek wees uit dat de brief afkomstig was van ene Arsène Goedertier. Hij was koster in de Sint Gertrudiskerk van Wetteren, tien kilometer ten oosten van Gent. Voordat de koster echter goed ondervraagd kon worden stierf hij. Op zijn sterfbed vertelde hij dat hij wist van het verdwenen paneel zich bevond. “Mijn geweten is rein,” verklaarde hij. “Ik alleen weet waar het paneel van het Lam Gods zich bevindt. Zoek in mijn schrijftafel de groene envelop.” Helaas kon niemand verder iets uit zijn stamelende laatste woorden opmaken.

Er werd daarna overal in Wetteren en Gent naar het paneel gezocht. De St.Gertrudiskerk werd ondersteboven gehaald, een garagevloer werd opengebroken en er werd in een oude waterput in Gent gedregd. Met de losgeldbrieven in de hand probeert ook nog vandaag de dag menig speurneus het raadsel op te lossen. Nog met grote regelmaat verschijnen er boeken die een nieuw licht op de zaak moeten werpen. Er gaan zelfs geruchten dat de Rooms Katholieke kerk zelf achter de diefstal zit en er een verband is die ook in de Da Vinci Code aan de orde kwam.

Het paneel met de Rechtvaardige rechters werd in 1941 voorlopig vervangen door een kopie van de hand van Jef Vanderveken.

n




Archief

Tweets