Posts Tagged ‘Noord-Brabant

26
Apr
16

Ruimte voor de rivier (deel 1): De Bergsche Maas

De Bergsche Maas: Ruimte voor de rivier in de 19e eeuw

 

In het oosten wringt

en kronkelt de Maas

als een giftige slang

en waant zich de baas.

Maar achter haar rug

ondergraaft men die macht

in een bedding

gericht naar de zee.

Cees Visser

 

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.21.30Mijn jonge collega Marco kon eind januari 1995 makkelijk een paar dagen bij ons in Utrecht komen wonen. Dat scheelde hem ook nog eens enkele uren reistijd per dag. Zijn ouders en jongere zusje verhuisden tijdelijk naar een vakantiehuisje in Grave. ­­Zij mochten niet in hun huis in Afferden – Gelderland – blijven. Het gehele Land van Maas en Waal werd samen met de Bommelerwaard, de Ooijpolder en later ook de Betuwe ontruimd. Deze evacuatie was noodzakelijk omdat de rivieren op recordhoogte stonden en op sommige plaatsen dreigde een doorbraak. Wanneer dit zou gebeuren dan zouden sommige gebieden maar liefst 5 meter onder water komen te staan. Bij Ochten was de situatie het meest kritiek. Dankzij de inzet van militairen en duizenden zandzakken werd een doorbraak van de Waaldijk daar voorkomen. Ik ben nooit de naam van diens burgemeester vergeten; Henk Zomerdijk.

 

Een nieuw Deltaplan

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.23.01In ruim een jaar tijd, december 1993 en januari 1995, hadden ’s lands grote rivieren aangetoond dat de dreiging van het water niet alleen uit het westen kwam. Na de Zuiderzeewerken en de Deltawerken maakte Nederland zich op voor een comfortabel achteroverleunen in droogte en veiligheid. Totdat hevige regenval en smeltende sneeuw in de bovenstroomse heuvels de Rijn en de Maas zorgwekkend deden opzwellen. Na de zeeweringen moesten ook de rivierdijken worden verhoogd. Terwijl de eerste dijken werden verhoogd en rechtgetrokken en menig idyllische dijkwoning onder de sloopkogel bezweek, ontstond aan het begin van de 21e eeuw het inzicht dat verhogen alleen niet de oplossing zou worden.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.24.13Deels voortbordurend op het Plan Ooievaar uit de jaren ’80 van de vorige eeuw werd ‘Ruimte voor de Rivier’ opgetuigd. Uiterwaarden werden uitgegraven, obstakels in diezelfde uiterwaarden moesten verdwijnen, kribben werden verlaagd, nevengeulen gegraven en sommige dijken werden verlaagd om te dienen als overlaat zodat bij hoogwater het achterliggende binnendijkse land onder water kon lopen om zo de rivieren te ontlasten.

 

Sneller naar zee

Schermafbeelding 2016-04-26 om 18.32.05On-Nederlands aan dit plan was dat er in sommige gevallen mensen plaats moesten maken voor water. En dat in een land waar het water altijd voor zijn inwoners had moeten wijken. Elke keer als het water zijn woeste kracht had getoond, had de Nederlander keihard teruggeslagen door dat water nog meer te temmen. Het was alsof de Nederlander na 1995 eindelijk inzag dat het de echte strijd zou gaan verliezen en dat alleen een samenwerking tot droge voeten zou leiden. En toch was niet alles helemaal nieuw. Sterker nog, er was in vroeger tijden ook al ruimte aan de rivieren gegeven om overstromingen tegen te gaan. Kijkend naar ons rivierengebied zo’n 200 jaar geleden is zichtbaar dat die ruimte erg nodig was. Overal hoopte zich water op als het in de bovenloop hard regende of als in Nederland de winter voorbij was en kruiend ijs dammen in de rivier vormde.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 18.33.33In 1809 stond nog vrijwel het gehele rivierengebied onder water. Het onder Napoleon* opgerichte Rijkswaterstaat ging de volgende decennia aan het werk om de waterafvoer in het rivierengebied te verbeteren. Een goede eeuw daarvoor was daartoe al het Pannerdens Kanaal en het Bijlands Kanaal gegraven. Dit zorgde ervoor dat 2/3 van het Rijnwater via de Waal werd afgevoerd en 1/3 via de Nederijn (2/9e) en de IJssel (1/9e). Een verdeling die vandaag de dag nog steeds van kracht is. Vooral in de omgeving van Gorinchem kwam veel water bij elkaar. De Maas kwam hier in de Waal uit en moest via de smalle Merwede richting zee worden afgevoerd. Vanaf Werkendam werd daarom dwars door de Biesbosch een kanaal gegraven. Sinds 1874 stroomt hier de Nieuwe Merwede. Zo kon snel water worden afgevoerd naar het Hollands Diep, dat tot de Deltawerken in direct contact met de zee stond. De oude stroomt sindsdien met twee namen door het landschap. Van Gorinchem tot Werkendam is het nu de Boven Merwede en na Werkendam is het de Beneden Merwede. De Nieuwe Merwede vormt hier sindsdien de grens tussen Noord-Brabant en Zuid-Holland.

 

Welke Maas is nu dé Maas?

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.26.00Maar nog steeds kwam er vaak te veel water bij Gorinchem samen. Men wilde eigenlijk wel van de Maas af. De oplossing was een eigen afvoer richting het al eerder genoemde Hollands Diep. Bij Ammerzoden werd daartoe tussen 1887 en 1904 een 24 kilometer lang kanaal gegraven naar Geertruidenberg, de Bergsche Maas.  Grotendeels werd hiervoor de genormaliseerde Amer gebruikt. Ten Westen van Geertruidenberg is die naam dan ook nog bewaard gebleven en stroomt de Maas als de Amer in het Hollands Diep. De Maas tussen Ammerzoden en Slot Loevestijn heet sindsdien de Afgedamde Maas, vanwege de afsluitdijk bij Well. Om de Maas en de Waal toch per boot bereikbaar te houden is deze Afgedamde Maas ter hoogte van Nederhemert via het Heusdens Kanaal verbonden met de Bergsche Maas.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.30.09Het enige dat vandaag de dag er nog aan herinnert dat de Maas vroeger noordelijker stroomde zijn de namen Oude- en Nieuwe Maas in Rotterdam. De al eerder genoemde Beneden Merwede splitst zich bij Dordrecht. Naar het noorden gaat de rivier verder als de Noord, om bij Krimpen waar de Lek zich erbij voegt, als Nieuwe Maas naar het centrum van Rotterdam te stromen. Het deel van de rivier dat vanaf Dordrecht naar het zuidwesten stroomt heet de Oude Maas. Dit was ooit de noordelijke tak van de Maas vlak voordat deze in zee uitmondde. Maar daarvan is door al dat gegraaf weinig overgebleven. In de buurt van Vlaardingen komen de huidige Oude en Nieuwe weer bij elkaar. En voordat dit water als de Nieuwe Waterweg in de Noordzee uitkomt, gaan ze nog 13 kilometer samen door het leven als Het Scheur. Eigenlijk zijn al deze maatregelen – zowel de 19e eeuwse als de 21e eeuwse Ruimte voor de Rivier – genomen om Rotterdam droog te houden. Want Rotterdam met zijn haven is de kurk waar onze economie op drijft. Een ondergelopen polder overleven wij nog wel. Maar een ondergelopen Maasstad is fataal voor onze welvaart.

 

* Lodewijk Napoleon, koning van Holland en broer van Napoleon Bonaparte, bezocht in 1809 enkele getroffen gebieden. Het verhaal gaat dat hij eigenhandig meehielp dijken met zandzakken te versterken.

 

 

 

Advertenties
22
Okt
12

De Peelrandbreuk (Geografie & Historie #1)

13 april 1992, 3.22 uur

Plotseling schrik ik wakker. Mijn bed staat op de stevige poten te trillen. De boekenkast zwaait een paar keer gevaarlijk heen en weer. Ik hoor een boek op de grond vallen. Dit kan niet een vrachtwagen of een trein zijn die langs het huis dendert. Het enige alternatief is een aardbeving. Wetend dat in Nederland aardbevingen nooit zwaarder zijn dan 5.5 op de schaal van Richter ga ik weer liggen. Ik draai mij op mijn zij en val al snel weer in slaap. Als ik de volgende ochtend wakker wordt van de wekkerradio hoor ik op het nieuws dat Limburg vannacht is opgeschrikt door een aardbeving met een kracht van 5.8 op de schaal van Richter. Met het besef dat ik vannacht hier in Utrecht wakker ben geworden van de zwaarste aardbeving uit de Nederlandse geschiedenis stap ik uit bed. Even ril als mijn voeten het koude zeil raken. Dan valt mijn oog op het boek dat vannacht uit de kast is gevallen; “De Rusteloze Aarde.”

De Peelrandbreuk 

De Peelrandbreuk vormt de grens tussen de Centrale Slenk in het westen en de hoger gelegen Peelhorst in het oosten. Grofweg volgt de breuk in noord-noordwestelijke richting de lijn Roermond – Deurne – Uden (Limburg en Noord-Brabant). Langs deze breuk vinden in de ondergrond van tijd tot tijd bewegingen plaats die ervoor zorgen dat de Centrale Slenk steeds iets verder zakt en de Peelhorst stukje bij beetje omhoog komt. Zo’n beweging gaat niet gelijkmatig want dan zou er weinig aan de hand zijn. De twee tegen elkaar schuivende vlakken zijn niet glad, maar juist heel onregelmatig. Lange tijd bewegen de beide vlakken niet en dan plotseling in één keer een groot stuk. Zo ook op 13 april 1992. Deze aardbeving werd veroorzaakt doordat in de buurt van Roermond de Centrale Slenk een paar decimeters  naar beneden zakte ten opzichte van de Peelhorst. Omdat het epicentrum op 17 kilometer diepte lag was de schade relatief gering. Ook al waren in Roermond en omgeving veel schoorstenen naar beneden gekomen en waren er in veel muren scheuren ontstaan. De schok was niet alleen in vrijwel heel Nederland gevoeld, ook in onze buurlanden werd men deze nacht met een schok wakker.

 De wijstgronden

De Peelrandbreuk is op een aantal plaatsen (Annabosch bij Uden, ten zuiden van Deurne bij de Peel) als een opvallende steilrand in het terrein herkenbaar met hoogteverschillen van enkele decimeters tot enkele meters. Ter hoogte van deze steilrand treedt ijzerrijk grondwater uit, dat wordt aangevoerd vanaf de hoger gelegen Peelhorst. Dieper in de ondergrond is de breuklijn dichtgesmeerd met kleiig materiaal en moet het grondwater ‘bovenlangs’ van de horst naar de slenk. Hier wordt echter ter plaatse van de breuk ijzer uit het grondwater vlakbij het oppervlak als een ijzeroerbank afgezet. Door de aanwezigheid van deze ijzeroerbank en de kleiige afzettingen iets dieper in de bodem, stagneert het grondwater op de Peelhorst. De hoger gelegen gronden aan de rand van de Peelhorst, de zogenaamde wijstgronden, zijn daarom natter dan die in de lager gelegen Centrale Slenk. Dit verklaart de aanwezigheid van de Peel iets ten zuidoosten van Deurne.




Archief

Tweets