03
Nov
14

De Lange Heul; toen de wind vrij spel had in ’t Gooi

Zittend op het bankje bovenop de Lange Heul kijk ik naar het noorden. In de ‘diepte’ – een hoogteverschil van enkele meters is in dit deel van Nederland als snel enorm – strekt de Bussumerheide zich uit. Aan de rand verbergt een rij bomen het grootste deel van Bussum. Alleen enkele kerktoren prikken er bovenuit. Daar ergens stond de wieg van de hedendaagse televisie. Op 2 oktober 1951 vond vanuit studio Irene, gevestigd in een voormalige kerk, de allereerste landelijke televisieuitzending plaats. Achter mij weet ik omroepdorp Hilversum. Daar bracht ik mijn jeugd door, omdat mijn vader werkzaam was bij de VARA. Ik ken de heide hier dan ook op mijn duimpje. Over het ontstaan leerde ik pas veel later. Toen ik in Utrecht studeerde en Hilversum definitief achter mij had gelaten.

Alle ruimte voor de rivieren

Rivieren NL vlak voor ijstijdNet als het grootste deel van “vlak” Nederland heeft ook het Gooi vorm gekregen in het Pleistoceen. Dit is de tijd met warmere maar vooral koudere perioden, de ijstijden. Het zijn met name de laatste twee ijstijden van dit tijdvak die hun stempel op het landschap hebben gedrukt. Daarvoor waren vooral de Rijn en de Maas hier heer en meester.

Voordat ongeveer 150.000 jaar geleden Nederland werd bedekt met een dik pakket ijs, maakte dit gebied deel uit van een grote delta. Deze delta was opgebouwd door rivieren uit het zuiden, de voorlopers van de Rijn en de Maas en soms ook door rivieren uit het oosten, de voorlopers van de Eems, de Weser en de Elbe. De afzettingen van beide riviersystemen zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. De zuidelijke rivieren zetten over het algemeen donkere, mineraalrijkere zanden en grinden af, terwijl het zand en grind dat door de oostelijke rivieren werd neergelegd witter en kwartsrijker was. In warmere tijden waren deze rivieren meestal meanderend, stroomden zij traag door het oneindige laagland en was het materiaal dat werd neergelegd fijnzandig. In koudere tijden waren de rivieren meestal verwilderd. Door het steilere verhang stroomden de rivieren sneller. Door deze hogere snelheid en doordat er vanuit de minder begroeide omgeving meer materiaal in de rivieren terecht kwam werden er toen vooral grovere zanden en grind neergelegd. Door het sterk wisselende karakter van de afvoer van deze rivieren is de korrelgrootteverdeling van de zanden niet erg gelijkmatig. Het ene moment voerde de rivier veel water en werden alleen grinden afgezet, het volgende moment was er minder water aanwezig en werden er ook grove zanden neergelegd. Bij de meanderende rivieren was de waterafvoer en daarmee ook de afzetting veel gelijkmatiger en vond er niet veel variatie in de korrelgrootte van het materiaal plaats.

Het ijs rukt op

de-kei-van-hilversumAan het einde van de koude periode, het Saalien, voorlopig de voorlaatste ijstijd die Europa heeft geteisterd, was het zo koud dat het landijs ook Nederland bereikte. Langs de lijn Haarlem, Utrecht, Nijmegen bulldozerde dit ijs grote stuwwallen omhoog. De afzettingen uit de delta werden in grote schubben opgeduwd en kwamen op sommige plaatsen tot op bijna 30 meter hoogte te liggen. Deze stuwwallen werden opgestuwd door de ijslob die via het huidige dal van de Eem en de huidige Gelderse Vallei naar het zuiden opdrong. Naast de stuwwal van het Gooi werden door deze ijslob ook de Utrechtse Heuvelrug en de stuwwal van Ede-Wageningen opgeduwd. In het Gooi zijn tenminste twee stuwingsfasen te onderscheiden. De eerste stuwingsfase heeft de stuwwal van Hilversum gevormd en de tweede de stuwwal van Huizen\Laren. Bij deze tweede stuwwing werd het Eemdal tot een diepte van 70 meter beneden NAP uitgeschuurd. Overal waar het ijs heeft gelegen is aan de onderzijde keileem afgezet. Dit is materiaal, varierend van fijne leem tot grove stenen en grind met soms een zwerfkei, dat in Scandinavië reeds door het ijs is meegenomen. Op de lange weg naar het zuiden is dit materiaal onder het ijs grotendeels vermalen en tot keileem verworden. In Hilversum staat in het centrum een steen met de toepasselijke naam “DE KEI” die ook uit het keileem afkomstig is.

Er is ook water

landscape-stuwwallenGelijktijdig met de stuwing vond al in belangrijke mate ijsafsmelten plaats. Dit ijssmeltwater zocht zich een weg door de lagere punten in de reeds gevormde stuwwallen. Als een waaier werd zo langs de rand van het ijs een zoom van ijssmeltwaterafzettingen gevormd. Zo’n sandr was voornamelijk opgebouwd uit materiaal afkomstig uit de stuwwallen. In sommige gevallen werden deze afzettingen vlak voor de zich nog uitbreidende ijslob neergelegd.

De sandr werd in deze gevallen overreden en deels opnieuw gestuwd. Ook tijdens het terugtrekken van het ijs ging dit proces van sandr-vorming door. Deze nieuwe sandrs werden niet meer door het ijs overreden en gestuwd. Zo werd het gebied tussen de twee stuwwallen geheel opgevuld met sandr-materiaal.

Gedurende deze tijd waren de rivieren die normaal hierlangs stroomden gedwongen een westelijkere route te volgen. Het ijs blokkeerde de weg naar het noorden. Na het verdwijnen van het ijs waren het de stuwwallen die een verdere doorgang naar het noorden van de Rijn en de Maas verhinderden. Nog steeds stromen de Rijn en de Maas in Nederland naar het westen naar de Noordzee. Wel probeert met name de Rijn het een en ander van de stuwwallen af te knabbelen, maar erg ver is hij nog niet gekomen.

EemienTussendoor even aangenaam warm

In de warme periode die op het Saalien volgde, het Eemien, steeg de zeespiegel gestaag. Het dal van de Eem en de Gelderse Vallei die door het ijs tot grote diepte waren uitgesleten maakten in die tijd deel uit van de Eemzee. Langzaam maar zeker werden deze dalen weer opgevuld. Voornamelijk door schelpenhoudende klei, dat op sommige plaatsen nu nog 50 meter dik is. Aan de randen kwamen ook nog erosieresten van de sandrs en de stuwwallen in de dalen terecht. Aan het einde van het Eemien waren het Eembekken en de Gelderse Vallei vrijwel geheel opgevuld.

Een ijskoude wind steekt op

weichselienOngeveer 70.000 jaar geleden werd het weer kouder en breidde het landijs zich opnieuw vanuit Scandinavië uit. Ditmaal bereikte het ijs Nederland niet en kende het een poolwoestijnklimaat. Gedurende deze periode, het Weichselien, was er vrijwel geen sprake van enige vegetatie en de bodem was lange tijd permanent bevroren. Door deze permanent bevroren ondergrond, de permafrost, kon het sneeuwsmeltwater aan het einde van de lente niet in de bodem wegzakken. Het water stroomde langs de oppervlakte af en dankzij de schurende werking hiervan werden in de stuwwallen en de sandrs zogenaamde sneeuwsmeltwaterdalen uitgesleten. Met het verdwijnen van de permafrost verdween ook het watervoerende karakter van de dalen. Alleen bij hevige regenval of bij sneeuwsmelt na een strenge winter stroomde er nog wel eens water door de overigens droge dalen. Tot voor 50 jaar zorgde bij hevige regenval de kanaalwerking van deze dalen ervoor dat men in het centrum van Hilversum met wateroverlast te maken kreeg. Vandaag de dag zijn deze dalen nog duidelijk te herkennen als langgerekte laagtes op de Hilversumse heide.

Lange HeulGedurende de drogere perioden tijdens het Weichselien had niet het water maar de wind vrij spel. Het naakte zand, dat overal onbeschermd aan het oppervlakte lag, was een makkelijke prooi voor Aeolos. Het door de voornamelijke westenwinden meegenomen zand werd oostelijker als een deken weer neergelegd. Soms werd dit dekzand ook in ruggen en duinen afgezet. Een mooi voorbeeld hiervan is de Lange Heul op de Bussumer heide. Samen met zijn zuidelijke broertje ligt deze dekzandrug mooi west-oost. Deze 2 kilometer lange en ongeveer 3 meter hoge rug bestaat voor een dekzandrug uit relatief grof materiaal. Het materiaal is van zeer lokale herkomst, want veel verder kan de wind materiaal dat zo grof is niet verplaatsen.

Mediterrane warmte?

Het_Gooi10.000 jaar geleden werd het weer warmer, was het Weichselien ten einde en begon de periode waarin we nu leven, het Holoceen. Door de stijgende temperatuur smolten de ijskappen en langzaam maar zeker steeg de zeespiegel weer naar een “normaal” niveau. Het westen van Nederland werd steeds vochtiger en tot aan de voet van de stuwwallen vond veenvorming plaats. Hiertussen zochten riviertjes als de Eem en de Vecht hun weg naar het noorden, naar de Zuiderzee. In het noordelijkste deel van het Eemdal was er op een gegeven moment zelfs weer sprake van zee-invloed, toen de Zuiderzee steeds verder opdrong. Dit gevaar is door de aanleg van de afsluitdijk voorlopig geweken.

Misschien dat een toekomstige zeespiegelstijging ten gevolge van het verkeerd omgaan met onze aarde ertoe leidt dat Hilversum alsnog aan zee komt te liggen. Zittend op het bankje op de Lange Heul zie ik dan misschien beneden mij het brede strand van het mediterrane eiland Hilvergooi.

Advertenties

0 Responses to “De Lange Heul; toen de wind vrij spel had in ’t Gooi”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: