12
Okt
14

Campione d’Italia, met dank aan de oorlogspaus

campioneDeze enclave aan het meer van Lugano is ontstaan uit dankbaarheid. In 1512 gaf Paus Julius II het gebied rondom Campione d’Italia aan Ticino. Uit dankbaarheid voor de steun die deze latere deelstaat van Zwitserland had gegeven tijdens de Oorlog van de Heilige Liga, ook wel de Oorlog van de Liga van Kamenrijk genoemd.

Aanzet tot een schisma?

Het is niet voor niets dat aan het begin van de 16e eeuw er weerstand tegen de Katholieke kerk ontstond. Op 31 oktober 1517 spijkerde Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg als protest tegen de handel in aflaten door een dominicaanse priester. Maar de geestelijke onrust moet in die jaren al wijder verspreid zijn geweest. De pausen waren in die jaren meer keizerlijke machthebbers op jacht naar steeds meer gebiedsuitbreiding dan plaatsvervanger van God op aarde. We kennen allemaal Paus Alexander VI (1492-1503), die in de TV-serie ‘de Borgias’ de op macht beluste hoofdrol speelt. En ook zijn indirecte opvolger, Julius II was vooral bezig het gebied van de Kerkelijke Staat uit te breiden.

Een geboren Paus

Julius II heeft zijn kerkelijke carrière te danken aan zijn oom. Als Paus Sixtus VI (1471-1484) zorgde deze ervoor dat zijn neef al voor zijn 30e in korte tijd eerst tot bisschop en korte tijd later tot kardinaal werd benoemd. Hij wilde dan ook niets liever dan zijn oom opvolgen. Tot zijn frustratie moest hij echter nog drie* pausen voor zich dulden, voordat hij in 1503 dan eindelijk de Heilige Stoel mocht beklimmen. Het feit dat hij de bijnaam ‘Oorlogspaus’ kreeg geeft al aan waar hij zich vooral mee bezighield. Zo brak hij de macht van de Borgia’s, streed tegen Venetië om heerschappij in het noorden van het land en slaagde hij er met heel veel moeite en hulp in om de Fransen naar hun eigen land terug te jagen. Deze strijd tegen Frankrijk is de geschiedenis ingegaan als de Oorlog van de Heilige Liga, oftewel de Oorlog van de Liga van Kamenrijk.

Voor wat hoort wat

Omdat hij voor al die gevechten allianties was aangegaan, moesten er ook beloningen worden uitgedeeld. Dit waren meestal stukken land die aan een van de – vaak tijdelijke – bondgenoten werden gegeven. Deze manier van belonen leidde in de periode 15-10 – 1513 tot de nodige enclaves. Ik zal er hier een paar noemen die voor korte tijd een enclave zijn geweest(#): Ferrara, Aosta (1 week!), Florence, Pontremoli, Lucca, Venetië, Napels, Milaan en Cremona. Maar er was een cadeautje dat tot op de vandaag de dag een enclave zou blijven. In 1512 gaf Paus Julius II het gebied rond het stadje Campione aan Ticino, dat later een van de kantons van Zwitserland zou worden.

Italiaanse toevoeging

Niet het hele gebied ging echter over naar Ticino. Het klooster van Sant’Ambrogio uit Milaan hield controle over het dorpje Campione zelf. Toen in 1796 Ticino bij Zwitserland kwam, besloten de bewoners van Campione dat zij bij Lombardije wilden blijven behoren. In 1800 werd van Zwitserse kant tevergeefs een ruil voorgesteld en ook in een referendum in 1814 kozen de bewoners voor Lombardije. Toen een halve eeuw later, tijdens de oorlogen rond de Italiaanse onafhankelijkheid de bewoners alsnog bij Zwitserland wilden, werd dit door de Zwitsers afgewezen. Hun neutraliteit was hen meer waard dan ruzie met de zuiderburen. Toen Italië in 1871 onafhankelijk werd en Lombardije daar deel van ging uitmaken, werd Campione dan ook Italiaans. In de jaren ’30 werd dit nog eens benadrukt doordat Mussolini het stadje het achtervoegsel d’Italia gaf. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog stond het stadje niet onder Italiaans maar onder Amerikaans gezag. Zwitserland liet oogluikend toe dat de CIA hier zijn ogen en oren eenvoudig op Italië kon richten en indien nodig kon binnendringen.

Van twee walletjes

Vandaag de dag hoort Campione d’Italia belastingtechnisch bij Italië, weliswaar met allerlei belastingvoordelen, zodat het een gunstig klimaat voor een casino bood. Maar als je daar wilt gokken is de Zwitserse Frank toch de munt waarmee wordt betaald. De auto’s uit dit stadje hebben ook een Zwitsers kenteken en ook een Zwitsers telefoonnummer. Alleen om het stadhuis te bellen, moet een Italiaans nummer worden gedraaid. Wanneer een bewoner buiten het stadje naar een ziekenhuis moet worden gebracht, dan gebeurt dat met een Zwitserse ambulance naar een ziekenhuis elders in Zwitserland. Maar als hij wordt staande gehouden door de politie, dan staat er carabinieri of Polizia Locale op zijn borst. Maar een eventuele brand wordt weer door de Zwitsers geblust.

* De derde paus, Pius III, bekleedde het ambt van 22 september tot 18 oktober 1503. Hij stond bekend als hervormingsgezind en wilde afrekenen met de politieke intriges die onder zijn voorganger schering en inslag waren. Vandaar ook dat er geruchten gingen dat hij niet aan een uit de hand gelopen beenzweer, maar door vergiftiging om het leven is gekomen.

** Julius II heeft nog een andere link met Zwitserland. In 1506 werd officieel de pauselijke Zwitserse Garde opgericht, nadat hij een jaar eerder 189 Zwitserse hellebaardiers had gevraagd om de Kerkelijke Staat te dienen.

# Met dank aan Wim Wessels

Advertenties

0 Responses to “Campione d’Italia, met dank aan de oorlogspaus”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: