07
Jan
13

De Grebbeberg

Stuwwallen

Hoe lang duurt duurzaamheid? Hoe eeuwig zingen de bossen? Wanneer komt de volgende ijstijd? Kunnen er nog grotere vloedgolven optreden dan die van Tweede Kerstdag 2004? Het zijn allemaal vragen die ons dwingen ver in de tijd vooruit te kijken. En niet alleen maar tot het jaar 2100, zoals de meeste klimaatmodellen doen: dat is de toekomst gemeten met de menselijke maat. We moeten minstens tot het jaar 10.000 kijken, omdat natuurlijke processen als klimaatverandering, zeespiegelstijging, aardbevingen en vulkanische erupties in veel grotere tijdschalen fluctueren. Omdat er over tienduizend jaar nog mensen zullen leven die de consequenties van onze huidige activiteiten ondervinden. Die misschien juist blij zijn met het beetje extra broeikasgas dat wij aan de atmosfeer hebben toegevoegd, want daardoor is de ijstijd waarin zij leven niet zo koud… We weten niet of het klimaat in het jaar 2100 warmer zal zijn dan nu, maar we kunnen wel voorspellen dat na de huidige warme tijd weer een ijstijd komt.

Salomon Kroonenberg

De menselijke maat (achterflap)

Koude rivieren

ijstijden schemaWij leven in de geologische periode het Kwartair. Deze periode kenmerkt zich door de afwisseling van koude en warme tijden, glacialen en inter-glacialen. Ook het Kwartair verdelen wij weer onder in twee tijdvakken. Het Pleistoceen en het Holoceen. Wij leven nu in dat laatste tijdvak dat begint met het einde van het laatste glaciaal. Glacialen kennen wij beter als ijstijden. Al die  tijden hebben ook weer een naam gekregen. Zo wordt de laatste ijstijd het Weichselien genoemd. De rivier de Wisla (Weichsel = Duitse naam) in Polen is hier de naamgever. Allerlei afzettingen uit deze laatste ijstijd zijn nabij deze rivier gevonden. Ook de oudere ijstijden zijn naar rivieren genoemd. Voor het Weichselien waren daar het Saalien (rivier de Saale in Duitsland) en het Elsterien (rivier de Elster in Duitsland). Ook daarvoor kwamen verschillende ijstijden voor, maar is de indeling te complex om hier te behandelen. Bovengenoemde naamgeving geldt alleen voor Noord-Europa. In Engeland, de Alpenlanden maar ook Amerika wordt een andere naamgeving gehanteerd. Vooral de naamgeving uit de Alpen is hier bekend, omdat deze vroeger bij aardrijkskunde ook voor Nederland werd gebruikt. De ouderen onder ons kennen nog wel het rijtje Gü¨nz, Mindel, Riss en Wü¨r¨m (allemaal rivieren in Zuid-Duitsland). Deze laatste valt in tijd gelijk met wat wij in ons land nu dus het Weichselien noemen. In Engeland wordt dit het Devensian (rivier Dee in GB) genoemd en in Amerika het Wisconsinian (rivier Wisconsin in gelijknamige staat in VS).

 

SaaleKoude getuigen

In het Nederlandse landschap zijn slechts de gevolgen van de laatste twee ijstijden zichtbaar. Tijdens het Weichselien kwam het Scandinavische landijs niet verder dan Hamburg. Tijdens het Saalien, dat duurde van 200.000 tot 125.000 jaar geleden bedekte het ijs bijna de helft van Nederland. Dit gebeurde pas tegen het eind en dan ook nog in fasen. Het was niet zo dat het ijs zich langzaam maar zeker uitbreidde tot wat wij nu de HUN-lijn noemen (Haarlem – Utrecht – Nijmegen). Dit gebeurde met horten en stoten. Soms trokken de gletsjertongen aan het uiteinde van de gigantische ijsmassa zich weer terug om tijdens een koudere periode weer terrein te winnen. In Nederland zijn op veel plaatsen de resultaten van deze ijsbewegingen nog goed zichtbaar. De Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en het Rijk van Nijmegen zijn de meest zuidelijke getuigen.

 

Koude krachten

stuwwalvormingDe Scandinavische ijskap was in het centrum enkele kilometers dik. Aan de randen was het ijs weliswaar veel dunner, maar met een waarschijnlijke dikte van ongeveer 200 meter toch nog aanzienlijk. De krachten die deze ijsmassa ontwikkelden waren enorm. Elke oneffenheid werd onderweg gladgestreken. Op menig rotsblok dat onder het ijs gevangen zat, zijn de slijtsporen (gletsjerkrassen) nog zichtbaar. Zand, kiezels en keien werden fijngemalen en vastgevroren meegevoerd. hunebedVan deze transportband, waardoor keien uit Scandinavië honderden kilometers zuidelijker kwamen te liggen, konden later de hunebedbouwers profiteren. Ook de dunne ijslobben aan het uiteinde hadden nog een enorme kracht. Zij drukten de bodem daar soms meer dan honderd meter omhoog, de zogenaamde stuwwallen. Vergelijk het met de drab die naast je laarzen omhoog komt als je door de modder loopt. Al wandelend creëer je zo je eigen mini-stuwwalletjes. En je voetafdruk is vergelijkbaar met het diepe bekken dat het ijs achterliet. Zoals de Gelderse Vallei die daarna langzaam maar zeker werd opgevuld met zand, klei en veen.

 

stuwwallen in NLNa opbouw komt afbraak

Toen het ijs was verdwenen kon de grote afbraak beginnen. Als het al niet door het ijs zelf of haar smeltwater was opgeruimd zoals bij de Darthuizer Poort. Weer, wind en rivieren hebben de afgelopen 125.000 jaar ruim de tijd gehad om hun werk te doen. Grote delen van de de stuwwallen zijn dan ook verdwenen of zoals in het westen van Nederland onder een dikke laag klei en veen verstopt, maar wat over is gebleven is indrukwekkend genoeg. Zeker voor Nederlandse begrippen. Zo is Signaal Imbosch op de Veluwe met 109,9 meter het hoogste punt van ons land buiten Zuid-Limburg. Ook de hoogste bulten in Het Gooi, de Utrechtse Heuvelrug, het Rijk van Nijmegen, Montferland en Twente overschrijden de 50 meter ruimschoots. We mogen ervan uitgaan dat deze ‘bergen’ ooit tientallen meters hoger zijn geweest.

 

grebbeberg silhouetMarkante getuige

Met zijn 52 meter is de Grebbeberg nog redelijk bescheiden in hoogte. Maar dankzij zijn ligging toch erg indrukwekkend. De beboste, steile hellingen steken fraai af tegen de rivier de Neder-Rijn. Dezelfde rivier die ervoor verantwoordelijk is dat de hellingen zo steil zijn en dat de Utrechtse Heuvelrug niet meer aan de Veluwe vast zit. GrebbebergTussen Wageningen en Rhenen heeft de Neder-Rijn zowaar een gat weten te slaan. Voorlopig zal er hier weinig meer aan het landschap veranderen. De dijken en strekdammen hebben de rivieren in een strak keurslijf gedwongen zodat de Grebbeberg zich van die kant onbedreigd weet. Als eerste aardkundige monument van de Provincie Utrecht, is het er ook sinds 1995 van verzekerd dat de mens er met zijn handen vanaf zal blijven.

 

Heetst van de strijd

schoolplaat grebbelinieDat was een kleine 75 jaar geleden wel anders. De Grebbeberg was de meest zuidelijke punt van de Grebbelinie die doorliep naar het IJsselmeer. Dit was een oostelijke voorpost van de Hollandse Waterlinie. Hoewel deze linie aan het begin van de 20e eeuw in onbruik was geraakt, besloot het Nederlandse leger in 1939 dat het toch zou worden ingezet als verdediging mocht ons land door Duitsland worden aangevallen. In mei 1940 was het dan ook zover. Overal werd land onder water gezet en op de Grebbeberg werd enkele dagen zwaar gevochten. Aan Nederlandse kant vielen ruim 400 doden en de Duitsers verloren 275 man. Wie nu door de bossen op de Grebbeberg dwaalt, komt nog resten van loopgraven tegen en in de bomen zijn nog de initialen te zien van de soldaten die hier in de meidagen van 1940 op dit stukje stuwwal op de vijand wachtten.

 

Nu 75 jaar later lijkt het niet te willen winteren. Maar volgens Salomon Kroonenburg is het wachten op de volgende ijstijd.

 

Advertenties

0 Responses to “De Grebbeberg”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: