19
Nov
12

Het Uddelermeer

Pingo-ruïnes

“Op een van de kaarten trek ik een cirkel met mijn wijsvinger.

– Deze gaten hier, worden algemeen voor doodijsgaten gehouden, nietwaar?

Arne buigt zich voorover om goed te kijken.

– Dat is te zeggen, de laatste tijd wordt ook wel beweerd dat sommige van die gaten pingo’s zouden kunnen wezen.

– Nou ja, de nieuwste modekreet. Maar weet je wat Sibbelee denkt? Dat het meteoorkraters zijn.

– Meteoorkraters?”

blz. 85 uit ‘Nooit meer Slapen‘ van W.F.Hermans

Jarenlang raadsel

Jarenlang stond men vooral in Drenthe voor een raadsel waar de ronde meertjes, ter plaatse dobben genoemd, vandaan kwamen. Velen dachten dat het relicten waren uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien, toen de helft van Nederland bedekt was met een kilometers dik pak ijs. Toen met het warmer worden, het landijs zich langzaam aan terugtrok, was aan de voorkant de kracht van het smeltwater enorm. De watervallen die zich van het ijs naar beneden stortten zouden grote ronde kolkgaten hebben gevormd. Anderen veronderstelden dat het overblijfselen van zogenaamde doodijsgaten waren. Af en toe bleven brokken smeltend ijs achter terwijl de gletsjer al was verdwenen. Deze stukken zogenaamd ‘dood ijs’ raakten bedekt en geïsoleerd met grind en zand dat door het smeltwater en de wind was meegevoerd. Als deze brokken ijs waren gesmolten bleef vaak een put in het landschap achter met een mooi randje van grind en zand. Voor Nederland was dit echter niet heel aannemelijk omdat deze gaten het in de volgende 200.000 jaar aardig te verduren zouden hebben gehad. Onderin die gaten zouden allerlei afzettingen uit die perioden zichtbaar moeten zijn. Dat is echter niet het geval. Er is alleen iets te vinden uit de laatste periode van de laatste ijstijd.

Kleine heuvels met ijs

Omdat in die laatste ijstijd, het Weichselien, Nederland niet door ijs werd bedekt, maar een toendralandschap kende zoals nu in Noord-Canada en Siberië te vinden is, konden bovengenoemde theorieën in de prullenbak. Door goed in die gebieden rond te kijken, werd daar wel de oplossing gevonden. Overal zijn daar heuvels te zien bedekt met toendrabodem. De kern van deze heuvels is geen aarde, maar ijs. In het Inuktitut, de taal van de Inuit in Noord-Canada zijn dit pingo’s, wat niet meer betekent dan ‘kleine heuvel.’ Deze ijslenzen ontstaan onder andere doordat er scheuren zitten in de altijd bevroren permafrostbodem. Hierdoor wordt water naar boven geperst dat in ijs verandert en de toendrabodem omhoog drukt. Ook het dooi- en vriesproces kan zulke lenzen veroorzaken. Door de aanvoer van water groeit de ijskern steeds meer. Soms kunnen deze pingo’s wel 90 meter hoog worden.

Het verval treedt in

Na verloop van tijd wordt de pingo zo groot dat de bedekkende laag begint te schuren. Sommige stukken glijden over het ijs naar beneden en de isolerende werking verdwijnt. Het ijs wordt nu direct aan de buitenlucht blootgesteld. Als de zon schijnt en zeker als het klimaat warmer wordt, begint de ijskern langzaam te smelten. Hoe meer van de beschermende laag naar beneden glijdt, hoe sneller het smelten verloopt. Uiteindelijk zal de hele ijskern zijn verdwenen. Als getuige blijft een cirkelvormige laagte over met een ringvormige wal. De pingo-ruïne is geboren. Bij de pingo-ruïnes in Drenthe bleef vaak water staan, dat op den duur verveende. Pas nadat de mens dit veen begon te steken kwam de pingo-ruïne in volle omvang weer in beeld. Vele zijn daarna weer met regenwater gevuld.

De grootste en de diepste

Nadat men op deze manier de oorsprong van de dobben had verklaard, werden ook buiten Drenthe pingo-ruïnes herkend. Vooral de vier noordelijke provincies zijn ruim bedeeld met pingo-ruïnes. Toch vinden we de grootste ruïne op de Veluwe; het Uddelermeer. Het meer, gelegen tussen Ermelo en Apeldoorn, heeft een diameter van bijna 240 meter en er staat ongeveer 2 meter water in. Boringen hebben uitgewezen dat de pingo-ruïne 17 meter diep was toen het 13.000 jaar geleden werd gevormd. Na het afsmelten van de pingo werd het jaar na jaar opgevuld met bladafval, stuifmeel, zaden, klei en zand. Al deze laagjes, ongeveer een millimeter per jaar, vertellen iets over de geschiedenis van dit stukje Veluwe. Vooral aan de hand van stuifmeelonderzoek kan iets worden gezegd over de vegetatie in dit deel van de Veluwe en vaak ook iets over het klimaat en de eventuele invloed van de mens op het landschap. Zo blijkt in de 16e eeuw de hoeveelheid hennepstuifmeel sterk toe te nemen met een piek in de 17e eeuw en weer een afname in de 18e eeuw. Hier in de buurt werd met name in de Gouden Eeuw veel hennep verbouwd om touw voor de scheepvaart van te maken. Toen het in de 18e eeuw economisch slechter ging, kwamen er ook minder touwslagers en was er dus minder hennep nodig.*

Niet buitenaards?

Ik hoor de criticasters zeggen: “Waarom kan het geen inslagkrater zijn van een meteoriet?” Vanuit de lucht valt het verschil dan ook niet op. Dan zou het ook een meteoriet kunnen zijn die verantwoordelijk is voor het gat. Omdat die vrijwel altijd onder een hoek inslaan ziet op de grond de wal om de krater er veel meer asymmetrisch uit dan bij een pingo-ruïne. Wanneer de meteoriet bijvoorbeeld uit het noordwesten komt, dan ligt de hoogste wal ten zuidoosten van de krater. Het is natuurlijk goed mogelijk dat door erosie en menselijk handelen dit allemaal niet meer zichtbaar is, maar vaak zouden er dan ook overblijfselen van de meteoriet gevonden moeten worden. In sommige gevallen zou het natuurlijk best mogelijk zijn dat wat vandaag de dag voor een pingo-ruïne wordt aangezien misschien toch wel een inslagkrater is. In Nederland heeft nog niemand een serieuze kandidaat aangewezen.

* Met dank aan Rieks van der Straaten op GeologievanNederland.nl

Advertenties

2 Responses to “Het Uddelermeer”


  1. september 13, 2015 om 8:48 pm

    Houd rekening met de mogelijkheid dat veel relatief hooggelegen grote ronde terreindepressies toch door vallend en tollend smeltwater werden uitgekolkt..
    Zulke schotelvormige terreindepressies vinden we ondanks later grondverzet ook nog in enkele delen van het stuwwallenlandschap, waar kleine kommetjes overigens veel talrijker waren en bleven. Ook die kleinere kommetjes zouden in veel gevallen trouwens smeltwaterkolkgaten kunnen zijn. We bedoelen dan uiteraard niet de 20ste-eeuwse bomkraters. En evenmin allerlei kuiltjes die in (vroeg)historische tijd ontstonden door de kleinschalige winning van klapperstenen, grind en leem.
    Is wel eens nagedacht over de mogelijkheid dat in ons land nu en dan ook autochtone vergletsjering mogelijk was? Bijvoorbeeld als sneeuw zich enkele eeuwen tussen nabije ijslobben zo sterk kon ophopen dat er een dunne ijskap ontstond. Bij het barsten en smelten ervan zal smeltwater dan kleinschalig hebben gekolkt. Dat zou ook in het Weichselien kunnen zijn gebeurd.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: