13
Nov
12

Schokland, het einde van een eiland

De Zuiderzee drooggelegd

“… Een volk moet van tijd tot tijd een groot werk aanvatten en daarbij niet zien op de kosten. Een grote arbeid geeft aan een volk een nieuw en krachtig bewustzijn, maakt, dat men zich met geestdrift aan zijn taak kan wijden… Zulk een geestdrift past een nazaat van een geslacht, dat de zee niet alleen beheerst heeft door zijn admiralen, maar ook door zijn ingenieurs.”

Dr. H.J.A.M. Schaepman, in een rede over de Zuiderzeewerken in 1897

Dit jaar precies 80 jaar geleden werd Nederland een zee armer. Met het dichten van het laatste stukje Afsluitdijk op 23 mei 1932 kwam er een eind aan ruim duizend jaar Zuiderzee. Het afgesloten zuidelijke deel wordt sindsdien IJsselmeer genoemd en de rest heette voortaan Waddenzee.

Nederland krijgt vorm

Nederland heeft pas een kleine 6000 jaar zijn huidige omvang, ik heb het hier bewust niet over vorm. Nadat tienduizend jaar geleden de laatste ijstijd was afgelopen begon de zee weer bezit te nemen van de grotendeels drooggevallen Noordzee. Langzaam maar zeker steeg de zeespiegel tot een goede 5 meter onder het huidige niveau 6000 jaar geleden. Hierbij moet worden aangetekend dat er niet alleen sprake was van een stijging van de zeespiegel, maar ook van een daling van het land. In die tijd werd de kust gevormd door een paar lange duinenrijen. Vooral in het zuidwesten, waar Rijn, Maas en Schelde uitmondden werd die duinenrij doorbroken en ter hoogte van het huidige Bergen. Tot aan het begin van onze jaartelling bevond zich daar het zogenaamde Zeegat van Bergen. Dit was de verbinding tot een kleine binnenzee die de tegenwoordige Markermeer en het midden van Noord-Holland besloeg. Van een Waddenzee was nog helemaal geen sprake. In die periode steeg de zeespiegel ruim vier meter. Doordat in het westen van Nederland grote veenpakketten groeiden, ging die zeespiegelstijging niet ten koste van de omvang van Nederland, de kustlijn bleef redelijk op zijn huidige plek liggen.

Het oude Almere

In de Romeinse tijd slibde het zeegat van Bergen geheel dicht en was het huidige IJsselmeer een brakzoete binnenzee, Mare Flevo. In die periode rukte de zee vanuit het noorden op. De Middelzee, die grote delen van het huidige Friesland besloeg en andere zeearmen zochten hun weg naar het zuiden. Aan het begin van de Middeleeuwen kwam de binnenzee in contact met deze zeearmen en hebben we het over het Almere. Door erosie aan met name de oostkant die het meest kwetsbaar was voor westerstormen werd de binnenzee niet alleen groter, maar ook steeds zouter. In de tweede helft van de Middeleeuwen spreken we dan ook van de Zuiderzee. Dit was de Zuiderzee zoals die tot het begin van de 20e eeuw zou bestaan. In die Zuiderzee bevond zich een viertal eilandjes waarvan de laatste, Marken, pas in 1957 met het vasteland werd verbonden. Alle andere eilanden waren of zijn min of meer kunstmatig van oorsprong. Saillant detail is dat Wieringen een eiland werd na de Allerheiligenvloed van 1170 (zie ‘Het Wiel van Bassa’).

De eerste plannen 

Er wordt wel eens gedacht dat de Zuiderzeewerken, net als de Deltawerken vanuit veiligheidsoogpunt zijn aangelegd. Het is inderdaad zo dat dit aspect heeft meegespeeld, maar primair ging het hier om landwinning. Voordat Lely aan het eind van de 19e eeuw met zijn plan kwam, hadden al verschillende andere plannen het licht gezien. Een van de meest gewaagde was dat van ir. van Diggelen uit 1849. In dit plan werd niet alleen bijna de gehele zuidelijke Zuiderzee (huidige IJsselmeer) ingepolderd, maar ook een deel van het huidige waddengebied. Zo was een dijk voorzien tussen Den Helder en Terschelling en zouden Texel en Vlieland één groot supereiland worden. Veel van die plannen hielden onvoldoende rekening met de afwatering van de IJssel. Het plan van Diggelen wel en hij wilde daartoe zelfs een kanaal dwars door Noord-Holland laten graven, iets ten noorden van Alkmaar.

Het plan van Cornelis Lely

In 1886 werd de Zuiderzeevereniging opgericht. Onder leiding van Ingenieur Cornelis Lely werd onderzocht in hoeverre de gehele Zuiderzee drooggelegd kon worden. De resultaten van dit onderzoek werden tussen 1887 en 1892 gepubliceerd. De conclusies van het onderzoek zijn uiteindelijk bijna allemaal uitgevoerd. Het plan was vooral de vruchtbare kleigronden droog te leggen en de arme zandgronden te laten voor wat ze waren. Daarom was het waddengebied ook oninteressant. Dat bestaat grotendeels uit zandbanken en de diepe geulen zijn ook nog eens lastig af te sluiten met dijken. Het zou daarna nog ruim dertig jaar duren voordat de plannen ook daadwerkelijk werden uitgevoerd. Voornamelijk vanwege geldgebrek waren de aanbevelingen ergens onder in een la in Den Haag beland. Pas na de watersnoodramp van 1916 en de hongersnood aan het eind van de Eerste Wereldoorlog ging die la weer open. In 1918 werd de ‘Wet tot afsluiting van de Zuiderzee’, aangenomen. Allereerst werden de dijken opgehoogd en daarna werd een reeks projecten uitgevoerd.

Een overzicht van de projecten:

De Amsteldiepdijk (1920-1924).Verbindt Wieringen met het vasteland. Deze dijk wordt ook wel de ‘Kleine Afsluitdijk’ genoemd.

Proefpolder Andijk (1926-1927). Dit was letterlijk een proefpolder. Hier kon men op kleine schaal kijken wat er gebeurde met het drooggevallen land. Hoe bijvoorbeeld de zoute bodem moest worden ontgonnen.

Wieringermeer (1927-1930). Eigenlijk gepland NA aanleg Afsluitdijk. Door de dringende behoefte aan voedsel en dus landbouwgrond werd sneller met de aanleg begonnen. Het eiland Wieringen werd onderdeel van deze polder. Naast de vele boerderijen kwam er in 1934 een Joods Werkdorp voor 300 Joodse vluchtelingen uit Duitsland. In 1941 sloten de Duitsers het kamp en werden de Joodse bewoners naar Mauthausen gebracht. 187 van hen overleefden de oorlog niet.  In april 1945 bliezen de Duitsers op twee plaatsen de dijk op en liep de hele polder onder water. Alle gewassen en bijna alle bebouwing ging verloren.

Afsluitdijk (1927-1932). De dijk kwam uiteindelijk iets noordelijker te liggen. In plaats van Wieringen naar Piaam (iets ten zuiden van Makkum) zoals in de eerste plannen van Lely stond, werd de dijk uiteindelijk van Wieringen naar Zürich (iets ten noorden van Makkum) aangelegd. Via twee sluiscomplexen (Bij Den Oever en Kornwerderzand) kan het overtollige water dat voornamelijk uit de IJssel afkomstig is, worden afgevoerd.

Noordoostpolder (1936-1942). Twee van de vier eilanden kwamen in deze polder te liggen. Urk met zijn vissershaven kwam aan de westkant te liggen zodat het zijn haven kon behouden. Schokland kwam helemaal droog te liggen. In de oorlog waren werknemers die in de Noordoostpolder (NOP) werkten vrijgesteld van de Arbeidseinsatz. Hierdoor weken veel onderduikers uit naar de NOP dat al snel de bijnaam Nederlands Onderduikers Paradijs kreeg. De gemeente Noordoostpolder kent twaalf plaatsen waarvan Emmeloord de grootste is en Schokland de kleinste. Vermeldenswaard is hier nog het dorp Nagele dat als een architectonisch experiment kan worden beschouwd. Architecten als Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck en Cornelis van Eesteren bouwden een dorp volgens een streng en recht stedenbouwkundig plan. Ruime, rechte straten en huizen van beton, glas en platte daken.

Oostelijk Flevoland (1950-1957). Dit werd de grootste van alle polders. De grootste plaats werd Lelystad genoemd, als eerbetoon aan de bedenker van de Zuiderzeewerken. Na slechte ervaringen met de ontwatering van de Noordoostpolder, werd besloten om randmeren tussen het oude en nieuwe land aan te leggen. Het bekendst zijn het Ketelmeer en het Veluwemeer. Vermeldenwaard is nog het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad. Hier wordt alles verteld over de Zuiderzeewerken en wat er tijdens de droogleggingen allemaal boven water kwam. De vele vergane schepen en getuigen van een prehistorische cultuur zijn slechts enkele voorbeelden.

Zuidelijk Flevoland (1959-1968). Deze polder wordt van Oostelijk Flevoland gescheiden door de Knardijk. Ook hier scheiden randmeren als het Gooimeer het nieuwe land van het oude. De grootste plaats is Almere, vernoemd naar de Middeleeuwse binnenzee. Op dit moment is Almere de 7e gemeente van ons land, achter de vier Randsteden en achter Eindhoven en Tilburg.

Markerwaard (1963-?). De polder werd nooit aangelegd. Het is gebleven bij twee dijken, één naar Marken en één van Lelystad naar Enkhuizen en veel plannen, waaronder voor een Tweede Schiphol. De milieulobby heeft de inpoldering in eerste instantie weten te vertragen en toen elders in Nederland kostbare landbouwgrond omgeploegd werd tot natuur, was duidelijk dat de Markerwaard niet meer nodig was. In 2003 werd besloten dat uitstel ook afstel betekende.

Schokland

Van de vier natuurlijke eilanden die in de Zuiderzee lagen, is Schokland het enige dat alle contact met het water is kwijtgeraakt. Aan alle kanten wordt het sinds het droogvallen van de Noordoostpolder omgeven door land. Wanneer je het met de auto passeert, de provinciale N352 snijdt het eiland meedogenloos in tweeën, is het minder dan een lichte hobbel in de weg. Voetstappen in de klei bewijzen dat een paar duizend jaar geleden al mensen hier hun heil probeerden te zoeken. Tot het eind van de Middeleeuwen zat Schokland nog vast aan wat nu Overijssel is. Maar het veen, waaruit Schokland bestaat was niet bestand tegen de steeds onstuimigere golven van de uitdijende Zuiderzee. Halverwege de 15e eeuw werd Schokland een eiland. Aan het eind van de 18e eeuw woonden er ruim 600 mensen. Maar door de dalende bodem en stijgende zeespiegel werd het leven wel steeds hachelijker. Begin februari 1825 werd Noord-Nederland getroffen door een vernietigende stormvloed. Het hele eiland liep onder water en tientallen huizen werden vernield. Dertig jaar later verhuisde vrijwel iedereen naar de terp van Middelbuurt. Maar dit mocht niet baten. In 1859 wordt besloten het eiland te evacueren. Iedereen moest het eiland verlaten. De bewoners verspreidden zich over Kampen, Vollenhove, Blokzijl en Urk. En enkeling bleef achter om de vuurtoren te bedienen. Dat Urk dit lot niet trof had te maken met de geologische samenstelling van beide eilanden. Urk was gelegen op een keileembult, een overblijfsel van de ijstijd, terwijl Schokland geheel uit veen bestond. Dit maakte het niet alleen kwetsbaar voor de golven van de Zuiderzee. Ook na de drooglegging was de teloorgang nog niet te einde. Doordat het veen indroogde zakte het eiland nog verder in elkaar. Waar Urk nog duidelijk boven het omringende landschap uittorent, is Schokland niet meer dan een lichte hobbel. De enige troost is dat er in ieder geval nog iets van Schokland bewaard is gebleven. Wanneer het in zee was blijven liggen, dan was het waarschijnlijk allang in de golven verdwenen. Om te voorkomen dat dit alsnog gebeurt, maar dan in het omringende landschap, is Schokland in 1995 op de werelderfgoedlijst van Unesco terechtgekomen.

Advertenties

2 Responses to “Schokland, het einde van een eiland”


  1. november 13, 2012 om 11:18 am

    Mooi verhaal, ik had het bijna zelf kunnen schrijven. Kijkend naar mijn verzamelde werken over de Zuiderzeewerken in mijn privebibliotheek.

  2. november 13, 2012 om 11:19 am

    Reblogged this on Kanteldenker and commented:
    Een verhaal naar mijn hart, mijn Zuiderzeehart.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: