05
Nov
12

Het Wiel van Bassa

Rivieren, dijkdoorbraken en kolkgaten

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland

zie ik breede rivieren

traag door oneindig

laagland gaan,

rijen ondenkbaar

ijle populieren

als hooge pluimen

aan den einder staan;

en in de geweldige

ruimte verzonken

de boerderijen

verspreid door het land,

boomgroepen, dorpen,

geknotte torens,

kerken en olmen

in een grootsch verband.

de lucht hangt er laag

en de zon wordt er langzaam

in grijze veelkleurige

dampen gesmoord,

en in alle gewesten

wordt de stem van het water

met zijn eeuwige rampen

gevreesd en gehoord.

Hendrik Marsman

Rivieren slingeren door oneindig laagland

Een groot deel van Nederland is opgebouwd door de rivieren de Rijn en de Maas die hier in de Noordzee uitkomen. Zich steeds verleggend, overal zand en klei afzettend is West-Nederland door de rivieren vormgegeven. Het gebied ten zuiden van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe en ten Noorden van de Brabantse zandgronden is HET rivierengebied. Voor de bedijkingen slingerden hier ongeremd, zich steeds verleggend, de voorlopers van Rijn, Waal en Maas. Overal getuigen de fossiele oeverwallen (hoge oude zandbedding) en komgronden (lage kleigebieden) in de ondergrond nog van deze vroegere rivierlopen. De Rijn bijvoorbeeld heeft de laatste 2000 jaar verschillende hoofdarmen gehad. In de Romeinse tijd was de tak Nederrijn – Kromme Rijn (via Utrecht) – Oude Rijn de hoofdtak en stroomde de Rijn bij Katwijk in zee. In de vroege middeleeuwen veranderde dit en werd de Lek de voornaamste afvoer van de Rijn. In de late Middeleeuwen werd deze functie overgenomen door de Waal.

 

De eerste dijken

Vanaf dat moment begon de mens zich te bemoeien met de loop van de rivieren. Rivierarmen en meanderbochten werden afgedamd zodat het water ‘sneller’ en dus makkelijker wegstroomde. Toen de Waal de belangrijkste rivier was geworden, was de bedijking, die rond het jaar 1000 was begonnen en rond 1300 compleet was, er de oorzaak van dat de rivieren niet meer vrij hun gang konden gaan. Een enkele dijkdoorbraak daargelaten, bleef de rivier netjes binnen de hem toegewezen bedding stromen en zijn ligging kon niet meer gewijzigd worden. Het gebied tussen de eigenlijke rivierloop en de dijk noemt men sindsdien uiterwaarden. Sinds de bedijkingen is de Waal steeds de belangrijkste Rijntak gebleven.

 

Dijkdoorbraken

Voor de bedijking gingen de mensen op de hoger gelegen oeverwallen wonen. Na de bedijking bleef men dit doen doordat er nog veelvuldig doorbraken voorkwamen en de lager gelegen komgronden onder water liepen. Door de bedijking kon het water bij hoog water niet weg over de oeverwallen de kommen in. Het water werd in de relatief smalle bedding opgestuwd tegen de, zeker in het begin nog, zwakke dijken. De belangrijkste oorzaken van opstuwing waren grote hoeveelheden neerslag,  stormen aan de kust en kruiend ijs aan het eind van de winter. Wanneer het aan de kust stormde, zoals bijvoorbeeld tijdens de verschillende Allerheiligenvloeden* dan kon het rivierwater de hogere zee niet snel genoeg instromen. Het water kwam dan in de rivieren zo hoog te staan dat de dijken bezweken. Datzelfde kon gebeuren als ijsschotsen op de zandbanken kwamen klem te zitten. Daarachter vormde het kruiende ijs een dam. Het opgestuwde water brak dan ook regelmatig door de toen nog zwakke dijken. Achter het gat in de dijk ontstond een diep kolkgat, ook wel wiel of waai genoemd en ook de rest van het achterliggende land liep onder water. Vroeger vormden rivierdijkdoorbraken een grotere bedreiging voor de bewoners van Nederland dan de doorbraken aan de kust. Veel slachtoffers vielen er zodoende in vroeger tijden in het rivierengebied.

 

Binnen- of buitendijks.

Het herstellen van de dijk kon niet zomaar dwars over het metersdiepe kolkgat. Het nieuwe stuk dijk werd dan langs de kortste zijde van het kolkgat gelegd. Hierdoor kwam het kolkgat soms binnendijks, soms buitendijks te liggen. De buitendijkse kolkgaten kwamen daarna vaker onder water te staan en slibden vaak deels of zelfs geheel weer dicht. De binnendijkse kolkgaten, zeker de grotere, bleven bijna allemaal bestaan. Het kostte gewoon teveel kostbare grond om ze weer te dempen. Vandaar dat de meeste kolkgaten nu nog zichtbaar zijn. Als getuige van kleine en grote rampen, vaak al eeuwen geleden. Dit verklaart gelijk waarom een dijk vaak meer slingert dan de rivier zelf. Langs de grote rivieren moet ik eigenlijk zeggen slingerde. Daar zijn veel dijken de laatste 15 jaar alsnog rechtgetrokken. En verhoogd.

 

Andere maatregelen tegen hoogwater

Om overstromingen zoveel mogelijk te voorkomen werden de oeverwallen nog verder opgehoogd en ontstonden er terpen, die vandaag de dag nog duidelijk zichtbaar aanwezig zijn. Ook ging men vaak op de dijk wonen en zo ontstonden de typische dijkdorpen. Andere maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperken was het aanleggen van overlaten en dwarsdijken. Overlaten waren verlagingen in de dijk om zo bij zeer hoge waterstanden het water gereguleerd af te voeren om catastrofes te voorkomen. Dwarsdijken werden aangelegd tussen twee rivieren om het water van een overstroming verder stroomopwaarts, te belemmeren verder te komen. Nadeel was de stagnatie van dit water tegen aan de oostzijde van deze dwarsdijken. Een enkele keer brak zelfs zo’n dwarsdijk door.

 

Dwars door de ‘Achterdeur van Holland’

Zo ook in 1571 langs de Diefdijk, de dwarsdijk tussen Lek en Linge. Omdat deze dijk op de grens van Gelderland en Holland lag en dus Holland moest beschermen tegen overstromingen, werd deze dijk de ‘achterdeur van Holland’ genoemd. In februari 1571 brak de Diefdijk door ter hoogte van Schoonrewoerd. Toen de dijk hier in 1573 voor een tweede keer doorbrak, bleef herstel tot 1577 uit. Dit kwam mede door de vele oorlogshandelingen** in dit gebied. Zo kon hier het grootste wiel van Nederland ontstaan, het Wiel van Bassa, ook wel het Kruithofwiel of Schoonrewoerdse wiel genoemd. Omdat de Diefdijk onderdeel ging uitmaken van de Hollandse Waterlinie werd het de eeuwen daarna netjes onderhouden. Om die reden zit er in het viaduct waar de dijk de snelweg A2 kruist, een schuif die in geval van nood naar beneden kan om zo het dijklichaam te sluiten.

 

Veilig?

Om dit soort noodgrepen onnodig te maken werden in de 19e eeuw de rivieren op grote schaal genormaliseerd. Veel zandbanken werden verwijderd en er werden kribben in de rivier aangelegd om de stroom te dwingen het midden van de rivier aan te houden om zo ondermijning van de dijken te voorkomen. Vandaag de dag lijkt in het rivierengebied het grootste leed geleden, maar in de jaren ’90 van de 20e eeuw bleek dat de rivierdijken toch nog erg kwetsbaar waren. Grote delen van het rivierengebied werden geëvacueerd en met man en macht wist men een dijkdoorbraak te voorkomen.

Na het veilig maken van onze kust werden de daar vrijgekomen manschappen nu door Rijkswaterstaat ingezet voor de dijkverzwaring. Van de landschappelijk fraaie, kronkelende en op het oog veilige rivierdijken werden rechte, onooglijke en meters hoge maar veilige dammen gemaakt. Aan het verkrijgen van veiligheid in ruil voor landschap hangt een prijskaartje!?

 

Riviervruchten

Een groot deel van het rivierengebied is in gebruik voor de fruitteelt, met als meest bekende de Betuwe. Als we naar de ondergrond kijken zien we dat de fruitbomen altijd op zandgrond staan. Meestal omdat hier de zandbeddingen van oude rivierlopen liggen. Bij een dijkdoorbraak werd het zand uit het kolkgat als een waaier erachter weer neergelegd. Vaak zien we daar vandaag de dag ook fruitbomen groeien.

 

PS. We vinden niet alleen kolkgaten langs de rivieren. Ook langs de kust kunnen dijkdoorbraken voorkomen. Omdat de Noordzeekust wordt beschermd door voornamelijk duinen moeten we daarvoor elders gaan kijken. Vooral langs de voormalige Zuiderzee komen we zeer veel kolkgaten tegen. Soms nog de enige getuigen dat hier ooit water tegen de dijk aan klotste.

 

* Nederland kent maar liefst vijf Allerheiligenvloeden. Achtereenvolgens was dat in 1170, 1532, 1570, 1675 en 2006. Dankzij de opgehoogde dijken was er in dat laatste jaar in het rivierengebied nergens schade.

 

** Er wordt wel eens een verband gelegd tussen de staat van de Nederlandse dijken halverwege de 16e eeuw en het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Als wordt gekeken naar de vele overstromingen in die periode, met als hoogtepunt de zwaarste overstroming uit onze geschiedenis, de Allerheiligenvloeg van 1 november 1570, wordt dit verband duidelijk. Een opstand tegen de Spanjaarden was misschien ook wel een opstand tegen de armoede in het rivierengebied.

Advertenties

0 Responses to “Het Wiel van Bassa”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: