19
Okt
12

Valsspelers

“Lance Armstrong raakt zijn zeven Tourzeges kwijt wegens bewezen dopinggebruik,” meldt de Usada in 1000-pagina’s tellend rapport.

“Rabobank stopt met sponsoring wegens gebrek aan vertrouwen in wielersport,” kopt Teletekst.

Fraude in het wielrennen is van alle tijden. Volgend jaar wordt de 100e Tour de France gereden. In 1904, tijdens de tweede Tour, ging het al gelijk mis toen de eerste vier van die Tour grote delen van het parcours met de trein bleken te hebben afgelegd. Zonder meelij werden zij kort na de Tour door Desgrange alsnog uit de uitslagen geschrapt.

Discussie met de directie

Een iets onschuldigere truc uit de beginjaren was de discussie met de directie over het reglement. Niet voor of na de rit, maar tijdens de etappe. Jean Alavoine, nummer twee in de Tour van 1919, 1922 en 1923, maakte hier dankbaar gebruik van door soms wel meer dan een half uur in discussie te gaan met Desgrange. Zich ondertussen vasthoudend aan diens wagen. Het duurde een paar etappes voor Desgrange dit door had. Vanaf dat moment werden reglementsbesprekingen alleen nog voor of na de etappe gevoerd.

“Een Pyrenee frauderen kan men niet”

Om het frauderen zoveel mogelijk tegen te gaan maakte Desgrange de Tour het liefst zo zwaar mogelijk met zoveel bergen als mogelijk. “Men kan in een Tour de France frauderen zoveel men wil,” zei hij eens, “maar een Alp of een Pyrenee frauderen kan men niet. Een Alp is werkelijkheid en géén truc. Ik zal daarom meer Alpen en meer Pyreneeën in mijn route opnemen. Ik zal mijn ronde zo zwaar maken dat elke truc en iedere fraude er niet meer tegen opgewassen is en dat alleen de ware, eerlijke kampioen haar overmeesteren kan.”

Van drugs naar doping

Helaas werd het wielrennen hierdoor veel te zwaar. De renners zagen hierdoor slechts één oplossing om dat het hoofd te bieden; de farmacie. Al in de jaren dertig was het gebruik van drugs als cocaïne gemeengoed in het peloton. Dezelfde Desgrange schreef in die periode in de reglementen dat drugs niet door de organisatie zou worden verschaft. Ze waren dus niet verboden! In een boek uit 1950 staat het volgende te lezen; “Drogue! ….het kwaad zit diep, het heeft zich met duizend zuignappen vastgezogen in de internationale wielersport…” Het zou nog meer dan tien jaar duren voordat er een verbod op doping zou komen. In 1960 stierf de Deen Knut Jensen na een valpartij tijdens de Olympische Spelen van Rome op de 100 kilometer ploegentijdrit. Na autopsie bleek dat de val veroorzaakt was door het gebruik van onder andere amfetamine. Dit gebeurde ruim een maand nadat de grote Franse belofte Roger Rivière tijdens de Tour zwaar ten val was gekomen. Onder invloed van zware pijnstillers en amfetamine was zijn reactievermogen dusdanig aangetast dat hij te laat remde bij een bocht en rechtdoor een ravijn inreed. Het einde van zijn carrière. Deze gebeurtenissen waren het sein voor de UCI om een paar jaar later prestatiebevorderende drugs te verbieden en te beginnen met de eerste dopingcontroles.

Rampjaar

Dit kon niet voorkomen dat 1967 een rampjaar werd. Het bekendst is natuurlijk het overlijden van Tommy Simpson tijdens de Tour dat jaar. Op de hellingen van de Mont Ventoux stierf hij aan een combinatie van hitte en doping. Later dat jaar kwam ook de Belg Roger Dewilde om het leven. Het gebruik van amfetamine leidde tijdens een wedstrijd in het Vlaamse Kempzeke tot een hartaanval waardoor hij ten val kwam en overleed. Andere beroemde dopinggevallen dat jaar kwamen op naam van Jacques Anquetil en Evert Dolman. Evert Dolman werd dat jaar Nederlands Kampioen bij de profs. Maar bij de dopingcontrole probeerde hij urine uit een meegebracht flesje in het potje te gieten. Hij werd betrapt, gaf toe dat hij doping had gebruikt, werd alsnog positief getest en verloor op die manier het roodwitblauw. Anquetil wilde na een succesvolle aanval op het werelduurrecord in Milaan niet meewerken aan de dopingcontrole. Daarop werd zijn record niet erkend, al staat het nog steeds in de boeken zonder extra notitie.

Kat en muis

In de jaren daarna ontspon zich een steeds gewiekster kat-en-muisspel tussen frauderende renners en naar waarheid zoekende dopingartsen. Als we kijken naar de periode 1970 – 2010 dan zijn alle grote namen wel een keer betrapt of verdacht geweest. Van Eddy Merckx via Joop Zoetemelk en Bjarne Riis tot Alberto Contador. Met alle betrapte renners zijn meerdere pelotons te vullen. Als de renners niet betrapt werden, dan was er wel vieze vis of vervuilde kip die het complete ploegen onmogelijk maakte verder te fietsen. Er zijn slechts twee wielrenners aan te wijzen die nooit zijn betrapt of op een andere manier in opspraak zijn geraakt aangaande dopinggebruik. Het lijkt erop dat alleen de Belg Lucien van Impe en de Spanjaard Oscar Pereiro schoon het geel in Parijs mochten aantrekken. Dat het steeds moeilijker werd om gebruikers te pakken bleek wel uit de affaire rond Lance Armstrong. De jarenlange geruchten werden pas recent tot waarheid gepromoveerd door een meer dan duizend pagina’s tellend rapport opgesteld door de USADA. Vooral dankzij veel indirecte bewijzen en getuigenverklaringen van ex-collega’s. Echt op heterdaad betrapt werd de Texaan nooit, er moest een Agatha Christie-achtig onderzoek aan te pas komen om deze modernste onder de valsspelers in de kraag te vatten.

Hoe nu verder?

De wielrenner van de toekomst zal net als zijn voorgangers willen winnen. Als het moet speelt hij daarbij weer vals. Zeker als er zoveel geld mee is gemoeid als binnen het wielrennen. Moeten we dus de commerciële ploegen afschaffen en terug naar de landenploegen? Moeten we de wedstrijden lichter maken met bijvoorbeeld na elke rit in de Tour de France een rustdag? Moeten we het gebruik van stimulerende middelen toestaan, mits onder goed medisch toezicht? Ik heb daar geen antwoord op. Maar als ik dan toch word bedonderd dan liever door iemand als Marco Pantani dan door Lance Armstrong.

De rol van de journalist

Oh ja, er wordt dezer dagen ook gewezen op de rol van de sportjournalisten. We moeten niet vergeten dat de sportjournalist een andere rol heeft dan bijvoorbeeld de politiek verslaggever. Er zal niet zo snel een Bob Woodward of Carl Bernstein tussen zitten. Het gaat niet alleen om het verslaan van de wedstrijd maar ook om het krijgen van een interview met unieke quotes. Die krijg je alleen als je op goede voet staat met de sporter. Ben je alleen maar kritisch en snuffel je iets te vaak onder iemands hotelraam dan kun je dat soort exclusiviteit wel vergeten. Dit wordt nog versterkt als de band tussen journalist en sporter te hecht wordt. De journalist wordt dan ook supporter en kan dan niet meer objectief naar diens prestaties kijken. Lance Armstrong begreep dit als geen ander. Ik durf zelfs zover te gaan door te zeggen dat zonder Livestrong Lance Armstrong al veel eerder door de mand was gevallen.

Noot: Vandaag 19 oktober maakte Rabobank bekend te stoppen als sponsor van de gelijknamige wielerploeg. “Wij zijn er niet van overtuigd dat de wielerwereld weer in staat is om een schone en eerlijke sport mogelijk te maken,” zei Bert Bruggink, lid van de Raad van Bestuur. Gezien bovenstaand verhaal gek dat zij daar pas na 17 jaar sponsoring achterkwamen.

PS. Natuurlijk mag ik één journalist niet vergeten te noemen. David Walsh was een van de weinigen die zich gelijk een Bob Woodward vastbeet in het wonder rond Lance Armstrong. Een wonder waarin hij niet geloofde en waardoor hij zich steeds dieper in de zaak vastbeet. Vanwege die vasthoudendheid werd hij door velen uitgekotst. Deze week haalde hij alsnog zijn gelijk. Na 13 jaar onderzoek en schrijven over de zaak.

Advertenties

3 Responses to “Valsspelers”


  1. oktober 19, 2012 om 4:16 pm

    Het blijft verwonderlijk dat Armstrong zijn titels zijn afgepakt terwijl hij tien jaar lang niet positief is getest

    • oktober 21, 2012 om 10:42 pm

      Ik vind dat er ook een soort verjaringstermijn moet komen voor het gebruik van doping. Als je 15 jaar of langer geleden hebt gebruikt en je wordt nu dankzij slimmere methodes gepakt dan is het te laat. Voor Lance is dat helaas nog niet aangebroken.

  2. oktober 26, 2012 om 11:12 am

    Mooi verhaal! Alleen was er kennelijk slechts één renner die ‘schoon’ het geel mocht aantrekken in Parijs, want Oscar Pereiro werd die eer ironisch genoeg niet gegund..


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: