15
Sep
12

De zwaarste etappe in de Tourgeschiedenis

Het afgelopen jaar heb ik voor touretappe.nl veel verhalen geschreven over de geschiedenis van het wielrennen. Na de Giro volgde de Tour de France en kortgeleden was daar nog de Vuelta. Met het WK in eigen land voor de deur een paar van deze verhalen op mijn eigen blog.

Dinsdag 6 juli 1926, de zwaarste dag uit de Tourgeschiedenis.

In de beginjaren was de Tour de France het kind van Henri Desgrange. Tussen de eerste Tour van 1903 en die van 1939, de laatste onder zijn hoede, deed hij er niet alleen alles aan om de Tour steeds aantrekkelijk te houden. Hij moest ook knokken tegen fraude van de deelnemende wielrenners, die alles deden om als winnaar over de streep te komen. In 1904 leek het al mis te gaan toen de eerste vier van die Tour grote delen van het parcours met de trein bleken te hebben afgelegd. Zonder meelij werden zij kort na de Tour de France door Desgrange alsnog uit de uitslagen geschrapt.

Discussie met de directie

Een iets onschuldigere truc uit de beginjaren was de discussie met de directie over het reglement. Niet voor of na de rit, maar tijdens de etappe. Jean Alavoine, nummer twee in de Tour van 1919, 1922 en 1923, maakte hier dankbaar gebruik van door soms wel meer dan een half uur in discussie te gaan met Desgrange. Zich ondertussen vasthoudend aan diens wagen. Het duurde een paar etappes voor Desgrange dit door had. Vanaf dat moment werden reglementsbesprekingen alleen nog voor of na de etappe gevoerd.

“Een Pyrenee frauderen kan men niet”

Om het frauderen zoveel mogelijk tegen te gaan maakte Desgrange de Tour het liefst zo zwaar mogelijk met zoveel bergen als mogelijk. “Men kan in een Tour de France frauderen zoveel men wil,” zei hij eens, “maar een Alp of een Pyrenee frauderen kan men niet. Een Alp is werkelijkheid en géén truc. Ik zal daarom meer Alpen en meer Pyreneeën in mijn route opnemen. Ik zal mijn ronde zo zwaar maken dat elke truc en iedere fraude er niet meer tegen opgewassen is en dat alleen de ware, eerlijke kampioen haar overmeesteren kan.” Op dinsdag 6 juli 1926 blijkt dat Desgrange dit ook kon overdrijven.

De zon komt niet op.

De dag is pas twee uur oud als de overgebleven renners van de Tour de France van dat jaar aan hun eerste Pyreneeën-etappe beginnen. Ondanks de redelijk vlakke aanloop in de eerste negen etappes zijn de verschillen al aardig groot. De favorieten, de Italiaan Bottecchia, winnaar in 1924 en 1925 en de Belg Lucien Buysse hebben al een tiental minuten achterstand op Gustaaf van Slembrouck. In de lange etappe van Metz naar Duinkerken had hij zijn slag had geslagen en rijdt nog steeds in het geel. Als na een uurtje rijden de eerste druppels van die Tour naar beneden komen weet nog niemand dat die dag  de zon niet op zal komen. De rest van de nacht wordt gebruikt om in alle rust de 177 kilometer naar de voet van de Aubisque te overbruggen. In Eaux-Bonnes – what’s in a name – aangekomen staan de renners plots aan de poort van de hel. De regen geselt de renners, iedereen die geen regenjack heeft aangetrokken, is nu al tot op het bot doorweekt. Een ploeggenoot van Buysse koopt hier ergens een stuk zeildoek. Nadat hij daarin een gat heeft gescheurd zodat het als poncho dienst kan doen, geeft hij het aan zijn kopman. Even later gaat het echt beginnen. De renners stappen af, halen het achterwiel uit de fiets en draaien het om zodat het kleinere verzet gebruikt kan worden om iets lichter bergop te kunnen trappen. Met heel veel moeite lukt het de meesten verder fietsend omhoog te komen. De weg is veranderd in een modderpad met geulen waar het bruine water als door een bergbeek naar beneden stroomt. Was Lucien Buysse op een eerdere klim die nacht nog van zijn fiets gevallen en gelost, nu gaat hij direct in de aanval. De een na de ander moet lossen. Op de  top van de Aubisque*, waar de renners niet meer dan een hand voor ogen zien en waar de regen is overgegaan in natte sneeuw, heeft Buysse een voorsprong van 1’05” op zijn twee landgenoten Huysse en Parmentier en 2’35” op een andere landgenoot, Berten DeJonghe. Bottecchia volgt op 8’30” en de gele trui heeft met 10’10” dan al bijna de helft van zijn voorsprong prijsgegeven. Op de top gooit Dejonghe ‘lijk een steen in den afgrond’ zich naar beneden. Al snel haalt hij zijn twee landgenoten bij. “Buysse moet ik hebben, levend of dood!” schreeuwt hij boven het natuurgeweld uit. Even later is hij er dan ook in geslaagd bij hem te komen. Achter hem vergaat het renners die ook alles in de afdaling riskeren een stuk minder. Benoit komt zwaar te val en moet met een gapende hoofdwond opgeven. De gevallen DeVos wordt bijna overreden door een van de volgauto’s. Op het laatste moment komt de zware wagen op het glibberige pad voor de gevallen renner tot stilstand. Even later komt de Italiaan Martinetto op dezelfde plek ten val en breekt zijn fiets en geeft ook op.

De vruchtbare hel

Dan moet de moeilijkste klim nog beginnen. Voor de wielen ligt na de Aubisque de zwaarste berg van de dag, de Tourmalet. De weg is nog ‘vruchtbaarder’ zoals een Belgische journalist ‘s avonds in zijn hotelletje opschrijft, de modder nog dikker en de geulen waardoor het water naar beneden stroomt zijn nog breder. Het water komt nu niet alleen uit de lucht, maar ook uit de rotsen. Op de steilste stukken slippen de achterwielen zonder vooruit te komen onder de renners vandaan. Alleen de sterksten kunnen blijven zitten. De meesten gaan lopend met de fiets aan de hand omhoog. Ondertussen de volgauto’s inhalend die bijna allemaal vast zijn komen te zitten. Ver daarvoor stampen Buysse en DeJonghe onverschrokken door en hebben geen idee wat er zich achter hun afspeelt. Tot iets voorbij de helft van de beklimming. DeJonghe kan niet meer. Hij stapt af en besluit korte tijd uit te rusten. Aan de finish zal zijn achterstand meer dan een uur beslaan. Buysse is dan helemaal alleen op de wereld. Alleen met zijn alsmaar malende benen. Hij verwacht vandaag niemand meer tegen te komen. Zeker niet als de wolken zich weer om hem sluiten en de regen geluidloos overgaat in sneeuw. Een paar kilometer voor de top stapt hij ook even af om zich warm te stampen. Hij trapt de modder van zijn wiel en net als hij weer op wil stappen valt hij bijna om van verbazing. Verwensingen mompelend en woest aan zijn stuur trekkend komt daar zijn landgenoot Odille Tailleu voorbij. Even denkt hij dat er iets tegen hem wordt gezegd, dan is Tailleu al uit het zicht verdwenen. Lopend en fietsend gaat Buysse er achteraan. Op de top hoort hij dat Tailleu ook meer lopend dan fietsend voorbij is gekomen. Zijn achterstand van anderhalve minuut hoopt Buysse in de afdaling in de lopen. Ondanks een slippartij en een val komt hij alleen aan de voet van de Aspin. Tailleu heeft zijn inspanningen met een inzinking moeten bekopen en Buysse komt hem vandaag niet meer tegen. Dat geldt voor meer renners. Pas de volgende dag hoort Buysse dat zijn ploeggenoot en tot vandaag grootste concurrent, Ottavia Bottecchia hier is afgestapt. Voor het eerst en voor het laatst.

Verdwaald op de kale berg

Aan de voet van de Aspin begin de mythe pas echt. Volgers zijn in geen velden en wegen meer te bekennen. De renners moeten het nu helemaal alleen doen. Niemand weet waar ze zijn en wat er met ze aan de hand is. Pas aan de finish in Luchon kan de balans worden opgemaakt. Om kwart over zeven komt Lucien Buysse daar als eerste over de streep. De 326 kilometer lange etappe heeft hij in ruim 17 uur afgelegd. Het wachten is op zijn achtervolgers. De eerste die zich meldt is de Italiaan Bartolomeo Aymo op ruim 25 minuten. Net binnen het half uur komt een landgenoot van de winnaar, Leon DeVos binnen. Wat er daarna gebeurt, is verdwenen in de mist van de geschiedenis. Volgens de officiële etappeuitslag wordt de Belg Theophile Beekman vierde op precies 40 minuten en komt de Luxemburger Nicolas Frantz daar weer twee minuten achteraan. Maar volgens andere bronnen duurt het tot half elf voordat een groepje van tien renners bijna tegelijk over de finish komt. Vlak daarna stapt een boze boer op Desgrange af. Van vijf van deze renners krijgt hij nog geld voor de lift die hij gegeven heeft om de renners de bergen uit de brengen. Op dat moment beseft de tourbaas de omvang van de ramp. Hij mobiliseert iedereen met een auto om het laatste deel van de etappe in omgekeerde volgorde af te gaan leggen. Op zoek naar ‘zijn’ renners. Een voor een wordt de rest van het peloton uit de nacht geplukt. De een wandelend naast iets dat ooit een fiets werd genoemd, anderen schuilend in spelonken langs de weg en de iets fortuinlijkere uit hutjes en huizen waar ze eindelijk een beetje aan het opdrogen waren. Niemand van hen bereikt op de fiets Luchon. Ook de gele truidrager VanSlembrouck niet. Net over de top van de Peyresourde treft Desgrange hem totaal ontredderd aan. Hij wil het liefst voor altijd daar blijven. Zijn benen en vooral zijn hoofd kunnen niet meer. In de auto terug naar Luchon overtuigt Desgrange hem om toch door te gaan. Daartoe last hij voor de volgende dag wel een extra rustdag in.  Als een paar etappes later de weg in de Alpen weer omhoog gaat, stapt hij alsnog af. Omdat in de officiële uitslag zijn achterstand in Luchon 1 uur en 50 minuten is, moet hij zijn gele trui sowieso aan Lucien Buysse afstaan. Die zal deze niet meer verliezen en een week later zijn eerste en enige Tour winnen.

De ware kampioen

Volgens diezelfde uitslag waren er na die etappe nog 54 renners in de koers. Om zijn Tour de France te redden had Henri Desgrange de gepleegde fraude door de vingers gezien en er zelfs aan meegewerkt. Hij zou de Tour nooit meer zo zwaar maken. En de fraude? Die zou in alle verschijningsvormen altijd blijven bestaan. Maar op die dinsdag de zesde juli 1926 had wel de ware kampioen gezegevierd.

  • Lucien Buysse werd na zijn actieve wielercarrière uitbater van café Aubisque in Deinze en wie vandaag de dag over mooi asfalt in zijn voetsporen treedt, treft op de Col met dezelfde naam zijn borstbeeld aan. Daar neergezet door trotste dorpsgenoten uit zijn geboorteplaats Wontergem (Deinze). Waarschijnlijk deels beïnvloed door de ‘klapkes’ die zij ooit deden met hun vroegere barman.

Bronnen:

Joost van Velzen – De zwaarste etappe ooit (Trouw 27/6 2006)

Paolo Facchinetti  – Bottecchia: il forzato della strada

Rik Vanwalleghem  – Kaorle; Karel van Wijnendaele

Martin W. Duyzings – Sport op twee wielen

Advertenties

0 Responses to “De zwaarste etappe in de Tourgeschiedenis”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: