27
Mei
11

Een schilderij in 140 tekens; De Stier van Paulus Potter (1647)

Van huis uit gingen wij vroeger nooit naar kunst kijken. ‘De Nachtwacht’ en ‘De Aardappeleters’ kende ik alleen uit de boekjes. Het duurde tot de middelbare school voordat ik voor het eerst een echt schilderij zag. Met school gingen wij naar het Mauritshuis in Den Haag. Waarschijnlijk vond de schoolleiding het te riskant om met 30 pubers naar Amsterdam te gaan. En het door mij later zeer gewaardeerde Haags Gemeentemuseum was zeker te modern. Het enige schilderij dat mij van dit bezoek is bijgebleven is ‘De Stier’ van Paulus Potter. Dat kwam ook omdat ik het herkende als het schilderij dat bij mijn opa en oma op de gang hing. Ik had er nooit veel aandacht aan besteed omdat er meer plaatjes met koeien en andere dieren in huis hingen. Ik had dat altijd verbonden met het oude vak van mijn opa, slager. Toen ik hem later vertelde dat ik het schilderij in het echt had gezien, werd hij helemaal enthousiast. Het bleek zijn favoriete schilderij te zijn. “Altijd als ik in Den Haag ben, ga ik even kijken,” zei hij toen tegen mij. Toen ik dat hoorde was het ook mijn favoriete schilderij. Al duurde dat slechts kort. In de jaren daarna werd mijn smaak steeds moderner om uiteindelijk in de eerste helft van de 20e eeuw te blijven hangen.

Toch kwam ik het schilderij later nog eens tegen. Het speelt een belangrijke rol in het postuum verschenen boek van Boudewijn Büch, Het Geheim van Eberwein.

‘Vandaag,’ vervolgde mijn vader zijn betoog in het zand, ‘gaan we naar het Mauritshuis. Dat is een paleis, midden in de stad. Er woont nu geen prins meer in; het is een museum. Misschien wel het mooiste schilderijenmuseum van Nederland…’

‘Misschien?’ onderbrak ik hem.

‘Ja, ja, misschien. Toen ik het zei, dacht ik dat het Rijksmuseum in Amsterdam misschien toch wel meer mooie schilderijen heeft. Daar gaan we nog wel eens een keertje heen…’

‘He, jonge vriend, ben je hier? Sta je die suppoosten lastig te vallen? Dat is niet verstandig, hoor, die moeten de zaak goed bewaken en opletten. Kom we gaan naar de stier,’ zei mijn vader. Ik wist niet dat we ook nog naar een weiland zouden gaan.

En daar stond ik. Samen met mijn vader. Voor een schilderij van vele vierkante meters. Een boer met een rare hoed leunde tegen een boom. Een koe keek mij aan. Een paar schapen of geiten lagen op de grond. Een stier – duidelijk het hoofdbeest van het tafereel – had een grappige natte bek. Hij leek bijna te lachen en loenste…

…In de verte was een kerktoren te zien. In een onheilspellende wolkenlucht hing een vogel, maar het meest opvallende was de enorme stier, die nogal raar geschilderd was.

‘Hij heeft een leuke kop, maar waarom staat hij zo raar gedraaid met zijn kont?’ vroeg ik.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordde mijn vader, ‘maar ik wilde je dit schilderij laten zien om dat het kunst is.’

‘En?’ vroeg hij. ‘En? Wat vind je van het schilderij?’

‘Heel erg groot,’ antwoordde ik.

‘Het is geschilderd door Paulus Potter, Anno Domini 1647. De schilder was eenentwintig jaar oud toen hij het doek maakte. Knap he?’

Beneden in het museum kocht hij voor mij een ansichtkaart met de afbeelding van Potters Stier…

…Mijn vader is allang dood. De ansichtkaart heb ik nog steeds. Zij is verbleekt. De herinnering nog steeds niet.

Om het boek af te sluiten – nadat hij met de twee meisjes Lotte en Ottilie een hamburger heeft gegeten – met de prachtige zin; “De middag was volmaakt geworden; de stier gedood.”

Waarom hield mijn opa zo van dit schilderij? Waarom hield de vader van Boudewijn Büch zo van dit schilderij? Als ik naar mijn eigen ouders kijk, ook zij vonden schilderijen die het alledaagse herkenbaar verbeelden het mooist, samen met een enkele Van Gogh. Navraag bij enkele vrienden geeft een vergelijkbaar beeld. Waarom geldt dat voor mij en mijn generatiegenoten minder?

Er is iets wat mij opvalt. Een parallel die mij nog niet eerder was opgevallen. De laatste decennia is Nederland, net als de rest van de wereld sterk verstedelijkt en gemechaniseerd. In de tijd van mijn opa keek je aan de rand van stad en dorp nog uit over de groene weiden. Toen stonden daar de koeien nog van het vroege voorjaar tot het late najaar. En kon je nog een stier tussen deze koeien tegenkomen. Dat is niet meer zo. Weilanden zijn zeldzaam en vaak leeg. Als ze er al zijn, dan grenzen ze niet aan de bewoonde wereld, maar aan een triest industrieterrein. Veel koeien zien deze groene huppelvlaktes zelden of nooit en hun mannen worden vanwege zijn kostbare sperma ergens achteraf tot het laatste rietje leeggemolken. Stadskinderen denken dat melk uit een pak komt en als ze er al een koe bijdenken, dan zien ze daar geen de uiers bij.

Dezelfde gang naar abstractie is te zien in de smaak van schilderijen. Hielden mijn grootouders van de Oude Meesters, mijn ouders kregen ook al waardering voor de Franse impressionisten. Ik en velen van mijn generatie zijn de abstractere kunst van Picasso tot Mondriaan gaan waarderen. Mijn kinderen vinden Appel en Pollock prachtig. Al bemerk ik wel een hang naar nostalgie. Waardering voor schilderijen waar de alledaagse taferelen op een herkenbare manier zijn afgebeeld. Misschien moet ik binnenkort mijn kinderen maar eens meenemen naar het Mauritshuis. Ook voor mijzelf.

Want sinds die ene keer in de brugklas heb ik het schilderij nooit meer in het echt gezien. Dat had een iets andere oorzaak. Kort nadat mijn opa was overleden vertelde mijn moeder dat het een man was met heel veel fantasie. Zo vertelde hij iedereen dat hij nog met Abe Lenstra bij Heerenveen had gevoetbald. Grondig speurwerk van mijn oom leerde dat zijn vader in die tijd helemaal niet bij Heerenveen voetbalde, laat staan dat hij met Abe Lenstra zou hebben samengespeeld. Mijn moeder vertelde mij ook dat mijn opa nooit van zijn leven in een grotere stad dan Heerenveen was geweest, dus ook niet in Den Haag.

PS. Dit artikel stond in de Groene Amsterdammer van 21 juli 2011. Overigens een geweldig dubbeldik zommernummer! Om op te eten.

Advertenties

2 Responses to “Een schilderij in 140 tekens; De Stier van Paulus Potter (1647)”


  1. 1 Daisy
    mei 29, 2011 om 10:54 am

    Mooi verhaal met een triest einde, eigenlijk… Je opa had fantasie, dat vind ik geweldig. Goed dat hem dat niet ontnomen is terwijl hij nog leefde. En ik heb je kunsttweet gemist, alweer… Het schilderij doet me niet veel, ook niet in het echt gezien, dat zal vast schelen 😉

  2. mei 29, 2011 om 10:58 am

    @daisyfeetje: Ik heb het schilderij vooral gekozen vanwege dit verhaal. Al gaande kwam er meer bij. Zoals dat gaat bij mensen met veel fantasie 😉 Van wie zou ik dat hebben?


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Archief

Tweets


%d bloggers liken dit: