29
Apr
16

Ruimte voor de rivier (deel 2): De Beerse Maas

De Beerse Maas: Ruimte voor de rivier door de eeuwen heen

Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.16.17

 

 

Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.36.38Na de overstromingen van 1809 werd duidelijk dat op Rijks schaal de afvoer van de rivieren in de delta moest worden aangepakt. Naast deze grootschalige aanpak waarbij zelfs rivieren werden gegraven, gebeurde er al eeuwenlang het een en ander op lokale en regionale schaal. Een van de meest gebruikte methoden om overtollig water af te voeren was de ‘Overlaat’. Een overlaat was een laag gedeelte in een dijk of andere waterkering waarover het water bij hoge waterstanden kon wegstromen. In Nederland ging het meestal om rivierwater en een enkele keer om zeewater. Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.16.40Het water werd dan afgevoerd zodat de waterstand in de rivier werd verlaagd om een dijkdoorbraak verder stroomafwaarts te voorkomen. Eigenlijk ging het hier om een gecontroleerde overstroming op een vantevoren aangewezen plek om een overstroming op een willekeurige plek met alle desastreuze gevolgen van dien te voorkomen. Meestal stroomde het water verder stroomafwaarts weer terug naar de rivier. In het verleden waren op bijna 40 plekken zulke overlaten in ons rivierengebied te vinden. Ze kwamen voor langs de Maas, Waal, Rijn, IJssel en zelfs langs de kust van de voormalige Zuiderzee*, in de IJsseldelta. Een van de beroemdste overlaten bevond zich in Noord-Brabant, de Beerse Overlaat.

 

Gecontroleerde overstromingen

Schermafbeelding 2016-04-27 om 14.57.56De Beerse overlaat bestond uit een hele serie overlaten en kon eigenlijk gebruikt worden voor het hele gedeelte langs de Maas tussen Cuyk en Geertruidenberg. Ten zuiden van Cuyk stroomt de Maas door het heuvelland van Midden-Limburg met slechts een smalle strook dat onder water kan komen te staan. Voorbij Cuyk wordt de Maas door de stuwwal bij Nijmegen naar het westen gedwongen en komt zij in het oneindige laagland terecht. Toen er nog geen dijken waren, trad de Maas hierna dan ook regelmatig buiten haar oevers. Nadat in 1350 de Maas tussen ’s Hertogenbosch en Grave was bedijkt, had het water veel minder de ruimte. Schermafbeelding 2016-04-29 om 10.56.28Wanneer er in het achterland veel neerslag viel – en met name de Ardennen waren hofleverancier – dan steeg het Maaswater tussen de dijken regelmatig tot gevaarlijke hoogte, met dijkdoorbraken als gevolg. Al in het begin van de 15e eeuw werd besloten om de Maas gecontroleerd buiten zijn oever te laten treden. Ten westen van het gehucht Katwijk – iets ten noorden van Cuyk – werd de dijk verlaagd en was de Beersche overlaat geboren.

 

Parallelle sluiproute

Schermafbeelding 2016-04-28 om 18.58.42Vandaar stroomde het water dan parallel aan de Maas eerst in de richting van Grave. Later kwam daar ook een overlaat om de Maas te ontlasten. Daarna stroomde deze brede, ondiepe dochter, die al snel de Beersche Maas of de Groene rivier werd genoemd, westelijk langs Ravestein en ten noorden van Oss in de richting van ’s Hertogenbosch. Als het grootste gevaar was geweken, dan stroomde het water hier weer terug naar de Maas. Maar bij ’s Hertogenbosch deed zich vaak een andere complicatie voor. Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.03.43Daar kwamen kleine riviertjes als de Aa, de Dommel en de Dieze vanaf de Brabantse zandgronden bij elkaar. Als deze ook opgezwollen waren na langdurige regenval, dan zouden bij Den Bosch  de problemen opnieuw beginnen. In dat geval stroomde de Beersche Maas nog een tijdje door. Ten zuiden van het Land van Heusen en Altena stroomde het water via de Baardwijksche overlaat naar de Langstraat om daar via het Oude Maasje – niet te verwarren met de Oude Maas bij Rotterdam – naar de Amer bij Geertruidenberg. Zo werd het overtollige water al in de 15e en 16e eeuw, toen de Bergsche Maas en de Nieuwe Merwede nog gegraven moesten worden, via een kortere route naar het Hollands Diep afgevoerd.

 

Als de Maas ‘om’ is

Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.05.52Lezend in het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden – dat tussen 1837 en 1851 in 14 kloeke delen werd samengesteld door de Amsterdammer Abraham Jacob van der Aa – staat te lezen dat de Beersche Maas minimaal één keer en vaak meerdere keren per jaar water voerde. Voor de boeren wier land dan onderliep, was dit uiteraard geen pretje. De gebieden die onder water konden komen te staan waren alleen geschikt als hooiland en weiland voor het vee. Al in de 16e eeuw werd hierover geklaagd. Sommige stadjes en dorpen waren wekenlang van de buitenwereld afgesloten. Om de schade nog enigszins te beperken werd bepaald dat de Beerse Overlaat alleen tussen 15 november en 15 maart gebruikt mocht worden. Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.06.03De overlaat werd gebruikt op het moment dat bij Grave een waterstand werd bereikt van 10 meter boven het Amsterdams Peil (AP). ‘De Maas is om’ heette dat. Om de boeren te waarschuwen zodat ze hun vee moesten binnenhalen, werd in Grave een kanon afgeschoten. Ook werden er in het gehele stroomgebied van de Beersche Maas dwarsdijken als de Schutlakensche Dam en de Groene Dijk aangelegd. Op die manier liep niet altijd het gehele gebied onder water. Maar dit leidde weer tot onenigheid tussen de boeren onderling. Van de een liep het land liep onder en bleef veel langer blank staan terwijl de ander droge voeten hield. In de 19e eeuw werd duidelijk dat een onbelemmerde doorstroom het beste was. Alle ruimte voor de rivier dus. En natuurlijk zoveel mogelijk schutsluisen. Om het overtollige water indien mogelijk weer zo snel mogelijk naar de moederrivier terug te laten stromen. Ook bij de aanleg van nieuwere infrastructuele werken moest hier rekening mee worden gehouden. De spoorlijn van ‘s Hertogenbosch naar Nijmegen liep vlak voor Ravestein over een brug midden in een weiland. Op oude kaarten staat deze nog aangegeven als ‘doorlaatbrug’ in de Buitenpolder. Maar het fraaiste staaltje hiervan is nog steeds te zien; de Moerputtenbrug** ten westen van ‘s Hertogenbosch. Midden in het kletsnatte veengebied van de Moerputten ligt hier een spoorbrug. Ooit reed hier het halvezolenlijntje over van de Langstraat naar ‘s Hertogenbosch. Vanuit dit leerlooiersgebied rond Waalwijk werden de halffabricaten naar ’s Hertogenbosch gebracht om schoenen van te maken. De in onbruik geraakte spoorbrug is een paar jaar geleden gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor wandelaars. Wandelend op schoenen uit het Verre Oosten.

Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.08.42

 

Een normale Maas

Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.10.23Ondanks de overlaten bleef de Maas regelmatig overstromen. Er moest iets anders gebeuren om de rivier te temmen. De overlaten moesten het veld ruimen voor de zogenaamde normalisering van de Maas. Bochten werden afgesneden, er kwam een stuw bij Lith, heggen moesten uit het zomerbed verdwijnen, kribben legden de breedte van het rivierbed vast en als ultiem staaltje werd de Bergsche Maas – niet te verwarren met de Beersche Maas – aangelegd. De Beerse Overlaat hield nog even stand. Pas in 1942 werd de overlaat gesloten. De normalisatie van de Maas was toen nog niet klaar. Pas in 1982 was die met de bochtafsnijding bij Boxmeer voltooid. Schermafbeelding 2016-04-29 om 11.11.18De Maas was door alle afsnijdingen in totaal ongeveer 23 kilometer korter geworden, ongeveer de lengte van de Bergsche Maas. Zijn de overlaten dan helemaal verdwenen? Nee, in het uiterste noordwesten van de provincie is er weer een aangelegd. In het kader van het project ‘Ruimte voor de Rivier’ is in het noorden van de Brabantse Biesbosch de Noordwaard ontpolderd. Langs de Nieuwe Merwede is wat men nu noemt, een verlaagde dijk aangelegd. Vroeger heette dit een overlaat!

 

 

Schermafbeelding 2016-04-28 om 12.16.18* Na de rampzalige overstromingen in de winter van 1824/25, toen vrijwel het gehele kustgebied van de toenmalige Zuiderzee onder water kwam te staan, werd in de buurt van Kampen ook het fenomeen overlaat ingezet om toekomstige hoogwatersituaties gecontroleerd de baas te kunnen zijn. Bij Mastenbroek werden twee overlaten aangelegd en ten westen van Kampen kwam de Dronthense Overlaat. Deze laatste werd pas in 1979 opgeheven. De Zuiderzee heette toen al bijna 50 jaar IJsselmeer en lag de overlaat aan het randmeer het Drontermeer. De kans bestaat nu dat bij de hoogwatergeul die in het kader van ‘Ruimte voor de Rivier’ zuidlangs Kampen wordt aangelegd, dit stukje dijk helemaal verdwijnt.

 

** De nattigheid rond ‘s Hertogenbosch werd ook gebruikt als verdedigingsmiddel. Daarom mocht in het moerassige gebied ten zuiden en westen van de hoofdstad van Noord-Brabant niet worden gebouwd en moest al het water vrij weg kunnen stromen. Een extra reden om de Moerputtenbrug aan te leggen.

 

Met dank aan:
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), diverse auteurs
Estersheem.nl
F.I. Kappers: Overlaten; (g)een oplossing van de problemen bij te veel water (2002)

 

 

 

 

 

 

 

 

26
Apr
16

Ruimte voor de rivier (deel 1): De Bergsche Maas

De Bergsche Maas: Ruimte voor de rivier in de 19e eeuw

 

In het oosten wringt

en kronkelt de Maas

als een giftige slang

en waant zich de baas.

Maar achter haar rug

ondergraaft men die macht

in een bedding

gericht naar de zee.

Cees Visser

 

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.21.30Mijn jonge collega Marco kon eind januari 1995 makkelijk een paar dagen bij ons in Utrecht komen wonen. Dat scheelde hem ook nog eens enkele uren reistijd per dag. Zijn ouders en jongere zusje verhuisden tijdelijk naar een vakantiehuisje in Grave. ­­Zij mochten niet in hun huis in Afferden – Gelderland – blijven. Het gehele Land van Maas en Waal werd samen met de Bommelerwaard, de Ooijpolder en later ook de Betuwe ontruimd. Deze evacuatie was noodzakelijk omdat de rivieren op recordhoogte stonden en op sommige plaatsen dreigde een doorbraak. Wanneer dit zou gebeuren dan zouden sommige gebieden maar liefst 5 meter onder water komen te staan. Bij Ochten was de situatie het meest kritiek. Dankzij de inzet van militairen en duizenden zandzakken werd een doorbraak van de Waaldijk daar voorkomen. Ik ben nooit de naam van diens burgemeester vergeten; Henk Zomerdijk.

 

Een nieuw Deltaplan

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.23.01In ruim een jaar tijd, december 1993 en januari 1995, hadden ’s lands grote rivieren aangetoond dat de dreiging van het water niet alleen uit het westen kwam. Na de Zuiderzeewerken en de Deltawerken maakte Nederland zich op voor een comfortabel achteroverleunen in droogte en veiligheid. Totdat hevige regenval en smeltende sneeuw in de bovenstroomse heuvels de Rijn en de Maas zorgwekkend deden opzwellen. Na de zeeweringen moesten ook de rivierdijken worden verhoogd. Terwijl de eerste dijken werden verhoogd en rechtgetrokken en menig idyllische dijkwoning onder de sloopkogel bezweek, ontstond aan het begin van de 21e eeuw het inzicht dat verhogen alleen niet de oplossing zou worden.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.24.13Deels voortbordurend op het Plan Ooievaar uit de jaren ’80 van de vorige eeuw werd ‘Ruimte voor de Rivier’ opgetuigd. Uiterwaarden werden uitgegraven, obstakels in diezelfde uiterwaarden moesten verdwijnen, kribben werden verlaagd, nevengeulen gegraven en sommige dijken werden verlaagd om te dienen als overlaat zodat bij hoogwater het achterliggende binnendijkse land onder water kon lopen om zo de rivieren te ontlasten.

 

Sneller naar zee

Schermafbeelding 2016-04-26 om 18.32.05On-Nederlands aan dit plan was dat er in sommige gevallen mensen plaats moesten maken voor water. En dat in een land waar het water altijd voor zijn inwoners had moeten wijken. Elke keer als het water zijn woeste kracht had getoond, had de Nederlander keihard teruggeslagen door dat water nog meer te temmen. Het was alsof de Nederlander na 1995 eindelijk inzag dat het de echte strijd zou gaan verliezen en dat alleen een samenwerking tot droge voeten zou leiden. En toch was niet alles helemaal nieuw. Sterker nog, er was in vroeger tijden ook al ruimte aan de rivieren gegeven om overstromingen tegen te gaan. Kijkend naar ons rivierengebied zo’n 200 jaar geleden is zichtbaar dat die ruimte erg nodig was. Overal hoopte zich water op als het in de bovenloop hard regende of als in Nederland de winter voorbij was en kruiend ijs dammen in de rivier vormde.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 18.33.33In 1809 stond nog vrijwel het gehele rivierengebied onder water. Het onder Napoleon* opgerichte Rijkswaterstaat ging de volgende decennia aan het werk om de waterafvoer in het rivierengebied te verbeteren. Een goede eeuw daarvoor was daartoe al het Pannerdens Kanaal en het Bijlands Kanaal gegraven. Dit zorgde ervoor dat 2/3 van het Rijnwater via de Waal werd afgevoerd en 1/3 via de Nederijn (2/9e) en de IJssel (1/9e). Een verdeling die vandaag de dag nog steeds van kracht is. Vooral in de omgeving van Gorinchem kwam veel water bij elkaar. De Maas kwam hier in de Waal uit en moest via de smalle Merwede richting zee worden afgevoerd. Vanaf Werkendam werd daarom dwars door de Biesbosch een kanaal gegraven. Sinds 1874 stroomt hier de Nieuwe Merwede. Zo kon snel water worden afgevoerd naar het Hollands Diep, dat tot de Deltawerken in direct contact met de zee stond. De oude stroomt sindsdien met twee namen door het landschap. Van Gorinchem tot Werkendam is het nu de Boven Merwede en na Werkendam is het de Beneden Merwede. De Nieuwe Merwede vormt hier sindsdien de grens tussen Noord-Brabant en Zuid-Holland.

 

Welke Maas is nu dé Maas?

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.26.00Maar nog steeds kwam er vaak te veel water bij Gorinchem samen. Men wilde eigenlijk wel van de Maas af. De oplossing was een eigen afvoer richting het al eerder genoemde Hollands Diep. Bij Ammerzoden werd daartoe tussen 1887 en 1904 een 24 kilometer lang kanaal gegraven naar Geertruidenberg, de Bergsche Maas.  Grotendeels werd hiervoor de genormaliseerde Amer gebruikt. Ten Westen van Geertruidenberg is die naam dan ook nog bewaard gebleven en stroomt de Maas als de Amer in het Hollands Diep. De Maas tussen Ammerzoden en Slot Loevestijn heet sindsdien de Afgedamde Maas, vanwege de afsluitdijk bij Well. Om de Maas en de Waal toch per boot bereikbaar te houden is deze Afgedamde Maas ter hoogte van Nederhemert via het Heusdens Kanaal verbonden met de Bergsche Maas.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 22.30.09Het enige dat vandaag de dag er nog aan herinnert dat de Maas vroeger noordelijker stroomde zijn de namen Oude- en Nieuwe Maas in Rotterdam. De al eerder genoemde Beneden Merwede splitst zich bij Dordrecht. Naar het noorden gaat de rivier verder als de Noord, om bij Krimpen waar de Lek zich erbij voegt, als Nieuwe Maas naar het centrum van Rotterdam te stromen. Het deel van de rivier dat vanaf Dordrecht naar het zuidwesten stroomt heet de Oude Maas. Dit was ooit de noordelijke tak van de Maas vlak voordat deze in zee uitmondde. Maar daarvan is door al dat gegraaf weinig overgebleven. In de buurt van Vlaardingen komen de huidige Oude en Nieuwe weer bij elkaar. En voordat dit water als de Nieuwe Waterweg in de Noordzee uitkomt, gaan ze nog 13 kilometer samen door het leven als Het Scheur. Eigenlijk zijn al deze maatregelen – zowel de 19e eeuwse als de 21e eeuwse Ruimte voor de Rivier – genomen om Rotterdam droog te houden. Want Rotterdam met zijn haven is de kurk waar onze economie op drijft. Een ondergelopen polder overleven wij nog wel. Maar een ondergelopen Maasstad is fataal voor onze welvaart.

 

* Lodewijk Napoleon, koning van Holland en broer van Napoleon Bonaparte, bezocht in 1809 enkele getroffen gebieden. Het verhaal gaat dat hij eigenhandig meehielp dijken met zandzakken te versterken.

 

 

 

28
Mrt
16

Globalisering van het geweld

 

Schermafbeelding 2016-03-28 om 14.54.54Toen ik eind jaren ’80 enkele maanden door Zuid-Amerika trok was het ergste scheldwoord wat je toegeslingerd kon krijgen ‘Gringo’, oftewel Amerikaan. Als ik dan vertelde dat ik uit Nederland kwam, was de glimlach tweeledig. Ik was geen gringo en ik kwam uit het land van Goelit, Ban Basten en natuurlijk Kroiff. Waarom had men zo’n hekel aan Amerikanen? Die bemoeiden zich overal ter wereld met de politieke gang van zaken. Vietnam was weliswaar al enige tijd geleden, maar in een land als Chili was Pinochet nog aan de macht. En iedereen wist of dacht dat de CIA hem daar had neergezet. De enkele ‘gringo’ die ik tegenkwam werd met achterdocht en enige minachting bekeken. Dat was overigens het enige. Hij hoefde niet voor zijn leven te vrezen. Wat is er op dit gebied veranderd tussen toen en nu?

 

West-Europa aan het eind van de 20e eeuw

Schermafbeelding 2016-03-28 om 14.55.59In landen waar groeperingen voor een bepaalde mate van onafhankelijkheid of autonomie streden, was het bijbehorende geweld redelijk lokaal. Als we naar West-Europa kijken, waar in veel landen ‘terroristen’ actief waren – sommige kranten putten zich uit om de huidige hoeveelheid slachtoffers in West-Europa te nuanceren door te wijzen op dit terroristische verleden – dan was dit geweld vaak beperkt tot het land waar het om draaide.

Het beroemdst waren de RAF (Rote Armee Fraktion) in Duitsland, De Rode Brigades in Italië, De ETA in Spanje en de IRA in Noord-Ierland. Al deze organisaties – waar toen overigens nog niet het etiket terroristisch op werd geplakt – waren vooral actief in eigen land en richten zich met name op het gezag daar.

De 48 slachtoffers van de RAF – vooral gezagsdragers – vielen bijna allemaal in Duitsland bij gerichte aanslagen. Een van de uitzonderingen was de Utrechtse agent Kranenburg die bij de arrestatie van het RAF-lid Knut Folkerts dodelijk werd getroffen.

De Rode Brigades maakten in Italië ongeveer 75 slachtoffers, meest gezagsdragers. Een enkele keer kwamen burgers om het leven als bijvoorbeeld een bank werd overvallen om aan geld voor hun acties te komen. De grote uitzondering in Italië was de aanslag in 1980 op het treinstation in Bologna waarbij 85 burgers het leven lieten. Deze aanslag was overigens niet het werk van de Rode Brigades, maar van een extreem rechtse groepering.

In Spanje maakte de ETA fors meer slachtoffers. De meeste aanslagen vonden ook hier in eigen land plaats, met een enkel uitstapje naar Frans Baskenland – maar waren niet altijd gericht op de gezagsdragers. In 1987 bijvoorbeeld kwamen er bij een aanslag op een supermarkt in Barcelona 23 mensen om het leven, voornamelijk burgers. In totaal vielen er in de halve eeuw strijd meer dan 800 dodelijke slachtoffers te betreuren.

Het beroemdst, beruchtst en dodelijkst was in West-Europa de strijd van de katholieke IRA in het door de protestanten geregeerde Noord-Ierland. Tijdens de zogenaamde ‘Troubles’ vielen tot 1998 toen het Goede Vrijdag-akkoord werd gesloten, ongeveer 3500 slachtoffers te betreuren. Niet alle slachtoffers staan overigens op naam van de IRA, dat zijn er ongeveer 1770. De aanslagen van de IRA wijken op het oog erg af van de bovengenoemde groeperingen. Er werden vaker burgers slachtoffer van een bomaanslag. Pubs en restaurants waar militairen kwamen, maar nog meer burgers, waren enkele keren het doelwit. Bijna de helft van de slachtoffers van de IRA – bijna 650 – was burger. En de aanslagen beperkten zich niet tot Noord-Ierland. Regelmatig worden ook de grote Engelse steden opgeschrikt door een aanslag. Al moet wel worden gezegd dat het de IRA natuurlijk ging om afscheiding van Londen en dus hoorde Engeland ook bij de vijand. En de aanslagen gingen soms gepaard van een telefonische waarschuwing vooraf. Een van de weinige uitzonderingen vond ook hier in Nederland plaats. In 1990 werden in Roermond twee Australische toeristen door de IRA vermoord. Later bleek het hier om een misverstand te gaan. De IRA dacht dat het hier om Britse militairen ging, die in Duitsland waren gelegerd en in Roermond sigaretten kwamen kopen.

 

West-Europa in de 21e eeuw

Schermafbeelding 2016-03-28 om 14.57.44In de 21e eeuw verandert het terroristisch geweld. Tweeëneenhalf jaar na 9/11 vinden op 11/03 2004 de aanslagen op de treinen in Madrid plaats. Hierbij vallen 191 slachtoffers, allemaal burgers. Een jaar later is het raak in Londen. Bij aanslagen op de metro en een bus vallen op 7/7 2005 52 slachtoffers, weer allemaal burgers. 22/7 2011 is Noorwegen het toneel van de bloedigste aanslag uit haar geschiedenis. In totaal vallen er 77 slachtoffers – allemaal burgers – waaronder 69 jongeren op het socialistische eiland Utøya. Op 13/12/11 vallen in Luik 5 doden, allemaal burgers, als een terrorist bij een bushalte om zich heen schiet en enkele granaten gooit. Tussen 11/3 en 22/3 2012 vinden bij verschillende schietpartijen in en in de buurt van Toulouse 7 mensen, allemaal burgers, de dood. Op 24/5 2014 vinden 4 mensen – allemaal burgers – de dood bij een schietpartij bij het Joods Museum in Brussel. In 2015 is Parijs het decor van twee bloedige aanslagen. Op 7 januari wordt de redactie van het satirische blad Charlie Hebdo bestormd en vallen er 12 slachtoffers, bijna allemaal burgers. Twee dagen later vinden bij een gijzeling van een Joodse supermarkt in Parijs nog eens 4 mensen, allemaal burgers, de dood. Ruim 10 maanden later, op vrijdag de 13e november worden bij verschillende aanslagen 129 mensen, allemaal burgers, gedood. De meeste slachtoffers vallen in de concertzaal Bataclan. Negentachtig, vooral jeugdige concertbezoekers, worden hier neergeschoten. En vorige week, 21 maart 2016, waren daar de aanslagen in Brussel waarbij meer dan 30 slachtoffers vielen, allemaal burgers.

 

Burgers zonder grenzen

Schermafbeelding 2016-03-28 om 15.01.11Wat opvalt aan de rij aanslagen die de eerste 15 jaar van de 21e eeuw West-Europa teisterden, is dat er voornamelijk burgerslachtoffers vielen. De meeste slachtoffers in de tweede helft van de 20e eeuw waren nog gezagsdragers. Voor de daders kwamen de burgers toch te dichtbij, het slachtoffer zou je buurman kunnen zijn. Dit wierp waarschijnlijk een morele drempel op. Vandaag de dag zijn de slachtoffers veel anoniemer. Ook als het zoals in Parijs en Brussel gewoon Fransen en Belgen zijn die de aanslagen plegen, dan zorgen de cultuurverschillen voor genoeg distantie om het slachtoffer anoniem te laten blijven. Net zo anoniem als hun cultuurgenoten die door de westerse drones vanuit het niets worden getroffen.

Alleen al door het hoge percentage burgerslachtoffers komen de recente aanslagen dichterbij. Die burger, dan kan ook jij of ik zijn. Dat gevoel geldt in een land als Nederland wel iets sterker dan in bijvoorbeeld Engeland waar de IRA nog redelijk recent actief was.

En waren België en Frankrijk vroeger nog buitenlanden. Met het wegvallen van de grenzen dankzij Schengen zijn Brussel en Parijs een stuk dichterbij gekomen. We vliegen net zo makkelijk van Zavetem als van Schiphol en voor een vrijgezellenavond is Parijs allang niet meer zo bijzonder.

Een ander belangrijk verschil is de aard van het terrorisme. Zochten de RAF en de Rode Brigades, maar ook de Tamil Tijgers en Tjetsjenen vroeger hun slachtoffers in eigen land of regio. De laatste decennia zijn ook die grenzen gaan vervagen. Het terrorisme zoekt haar slachtoffers in de landen die in hun ogen de veroorzakers van hun ellende zijn. Waren tot ver in de jaren ’80 en ’90 vaak nog alleen de gringo’s uit Verenigde Staten de oorzaak van veel ellende. Na de Golfoorlogen en Afghanistan horen wij Europeanen daar ook bij.

 

Grenzen aan de globalisering

Schermafbeelding 2016-03-28 om 14.59.44De bovengenoemde globalisering heeft wel zijn grenzen. Wanneer er bommen ontploffen in Beiroet, Ankara, Istanbul of Lahore dan is dat toch verder van ons bed. Er komen hier dan geen extra nieuwsberichten, aangepaste Facebook-profielen of protestdemonstraties. Hoe komt dat? Omdat we sneller een concertje pikken in Parijs dan in Beiroet? Omdat we niet het leed van de hele wereld op onze schouders kunnen nemen? Omdat het daar mensen zijn met een ander geloof dan hier in West-Europa? Omdat de Pakistaan, Turk of Libanees toch minder familie is dan de Belg of de Fransman? Ik vrees dat dat laatste zeker een belangrijke rol speelt.

 

Ik ben trouwens wel benieuwd hoe het nu in Zuid-Amerika is. Zijn de West-Europeanen daar nu ook de gringo’s? Ik denk het eigenlijk niet.

 

 

  1. Het betreft hier een beperkte observatie. Ik heb niet gekeken naar de complexe politieke veranderingen tussen 1989 en nu. Ik laat ook de – deels mislukte – integratie van de gastarbeiders in Europa achterwege. Ik probeer het groter te zien. Op het niveau van de globaliserende wereld waarin wij nu leven. Was in 1989 een reis naar Zuid-Amerika nog voor de jeugd met weinig geld en veel tijd. Vandaag gaat men met groot gemak voor een paar weekjes naar de andere kant van de wereld. Dit alles dankzij de toegenomen welvaart. Maar dus wel met een bijzonder prijskaartje.
10
Jan
16

Kockengen, luilekkerland dankzij de cope-ontginning?

 

 

Hoe het was in Luilekkerland

Ik ben er vroeger veel geweest,

het was er alle dagen feest,

het heette daar: Luilekkerland.

Er zwommen daar de hele week

gebakken vissen door de beek.

je kon ze pakken met je hand.

Waar was dat land? Hier om de hoek.

De hoofdstad heette Pannekoek.

De koning heette: Nooitgeendorst.

Uit elke pomp kwam bessenvla,

elk dak was er van chocola,

de regenpijp was leverworst.

Gebraden gans vloog in je mond,

gebraden varkens liepen rond

met mes en vork al in hun rug.

En als de klok ging beieren,

legden de paarden eieren,

van floep floep floep, wat ging dat vlug.

En bij een muur van wittebrood,

daar stond een boom, zo mooi en groot,

dat was de oliebollenbeuk.

En weet je wat de sneeuw dan deed?

Die gaf de boom een suikerkleed.

God, kinderen, wat was dat leuk.

Er was een sneeuwpop en een slee

en vader deed zo vrolijk mee,

we waren dan opeens heel rijk.

Door de herinnering gevernist,

lijkt het zo mooi. Er is een mist

van tranen, als ik daar naar kijk.

Willem Wilmink  1936 – 2003

Bron:  Verzamelde liedjes en gedichten. Deel I


Bewaren voor het nageslacht

kinderdijk_20De piramides van Cheops, Macchu Picchu, Stonehenge, de Borobudur, het Vrijheidsbeeld, de Taj Mahal. Allemaal meesterwerken, door de mens in de afgelopen eeuwen overal ter wereld aangelegd. Om deze meesterwerken voor het nageslacht te bewaren worden ze allemaal door de Unesco via een verdrag als Werelderfgoed aangeduid.

Het Werelderfgoedverdrag bestaat sinds 1972 en is bedoeld om cultureel en natuurlijk erfgoed dat van unieke en universele waarde is voor de mensheid, beter te kunnen bewaren voor toekomstige generaties,” staat er op de site van Unesco te lezen.

Ook Nederland kent erfgoed dat helemaal terecht op deze lijst staat; de Stelling van Amsterdam, het Rietveld-Schröderhuis, de Beemster en de molens op de Kinderdijk zijn enkele voorbeelden. In tegenstelling tot veel erfgoed uit de rest van de wereld is het Nederlandse erfgoed vaak slechts enkele eeuwen tot enkele decennia oud. Gezien de cultuurgeschiedenis van Nederland is dit logisch. Toen hier de eerste boeren op zoek gingen naar droge voeten in het natte West-Nederland werden er elders in de wereld al enorme bouwwerken neergezet. Maar in dat natte Nederland werd wel een prestatie van wereldformaat neergezet. Een prestatie die het verdiend om te worden bewaard net als de grote bouwwerken; de cope-ontginningen in het veen van Utrecht.

Het veen en zijn geheimen

Noa-Yde3Veen is een bruinzwarte grondsoort die bestaat uit dode planten die grotendeels humus zijn geworden. Waar onder normale omstandigheden planten door schimmels en bacteriën worden verteerd, is dat onder water anders. Door het grotendeels ontbreken van zuurstof stapelen de plantenresten zich op zonder te gaan rotten. Goed herkenbare bladeren, hele boomstammen en soms zelfs een menselijk lichaam kunnen duizenden jaren bewaard blijven in zo’n veenpakket. Een mooi voorbeeld in Nederland is het 2000 jaar oude meisje van Yde. Door het vele humuszuur is haar huid gelooid en bijna zwart geworden. Ook heeft het lichaam geen botten meer, want die zijn door datzelfde zuur helemaal opgelost. Maar verder lijkt het kortgeleden te zijn overleden. Bij vondsten van veenlijken in Denemarken werd in sommige gevallen dan ook de politie gewaarschuwd. Omdat men dacht het slachtoffer van een recent misdrijf te hebben gevonden. Als het al door een misdrijf om het leven zou zijn gekomen, dan was dit echter allang verjaard.

 

Hoogveen en laagveen

veenWe onderscheiden twee soorten veen; hoogveen en laagveen De namen doen vermoeden dat het iets zegt over de ligging. Vroeger dacht men dat inderdaad, maar hoogveen komt ook in lager gelegen gebieden voor en omgekeerd. Hoogveen is voor de vochthuishouding geheel afhankelijk van voedselarm – oligotroof – regenwater, terwijl laagveen wordt gevoed door grondwater en ander reeds aanwezig zoet water zoals meertjes. Dit water is veel voedselrijker – eutroof. De samenstelling van de venen verschilt dan ook omdat het is opgebouwd uit verschillende soorten planten. Zegge en riet zijn voorbeelden van de voedselrijke laagvenen en veenmos komen we tegen in het voedselarme hoogveen. In de streken die vroeger de karakteristieke laagveengebieden genoemd werden, kwam na verloop van tijd ook hoogveen voor. Het veenpakket was dan zo dik, dat het alleen nog gevoed werd door regenwater. Ook zijn er overgangen te vinden van voedselrijk naar voedselarm. Een goed voorbeeld van dit zogenaamde mesotrofe veen zijn de moerasbossen, ook wel broekgebieden genoemd. In Nederland zijn plaatsnamen als Langbroek, Westbroek, Broek in Waterland en ook Breukelen (in het Engels Brooklyn) aanwijzingen dat hier ooit moerasbos aanwezig was. In het westen van Nederland komen deze gebieden vooral in Holland en Utrecht voor.

 

Ontginning van het veen

veengebieden in NederlandIn Nederland was het veen het laatste gebied dat werd ontgonnen. De natte omstandigheden liet men lang links liggen. De hogere stroomruggen, rivierduinen en anderszins hogergelegen gebieden werd eerst benut. Halverwege de middeleeuwen trokken de mensen dan toch noodgedwongen de veengebieden binnen. Ook hier werden eerst de hoger gelegen gebieden in bezit genomen, daar waar zee en rivier zich niet al te vaak lieten zien. Terwijl de moerasbossen bij hoogwater van de rivieren onderliepen. Hier kwam pas verandering in toen de eerste dijken werden aangelegd en onbelangrijke maar steeds weer overstromende rivierarmen werden afgedamd. Dit alles om ook in deze gebieden droge voeten te houden. Zo werd in 1122 de Oude Rijn – in de Romeinse tijd nog de hoofdtak van deze rivier – bij Wijk bij Duurstede afgesloten. Sindsdien gaat deze tak als Kromme Rijn door het leven en kon dit gebied ten zuidoosten van Utrecht worden ontgonnen. Daarnaast werden weteringen gegraven om overtollig water af te voeren. Er was al vroeg sprake van duidelijke organisatie. Die organisatie is ook terug te zien in de ontginningen zelf.

 

Eerlijke regelmaat

veenontginning met copeDe eigenaren van deze broeklanden, de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht hielden zich in die tijd (rond 1100) niet zelf bezig met de ontginning. Dat besteedden zij uit aan zogenaamde locatoren – aanbesteders zouden wij vandaag de dag zeggen – die contracten afsloten met boeren die bereid waren het natte veen in te trekken. Deze contracten – copes – werden eerlijk en gelijk onder de verschillende boeren verdeeld. De kavels waren allemaal even groot en ook ongeveer even vruchtbaar. Vanuit de drogere vruchtbaarste ontginningsbasis werden smalle stroken steeds verder de nattere onvruchtbare gebieden in, uitgetekend.

Het te ontginnen gebied werd volgens een vaste maatvoering door de locatoren uitgegeven. De kavels hadden een vaste breedte van 30 Stichtse roeden en een lengte van 360 roeden oftewel een zesvoorling. Een voorling was de afstand die men ploegde zonder de ploeg te keren. Was een ontginning succesvol, dan werden de kavels soms verlengd tot twaalf voorling; men spreekt van zes- en twaalfvoorling hoeven.

i_NL.IMRO.0331.08benschopoost-BP01_0004Niet alle roedes waren echter even lang. Soms werd een roede gebruikt die een standaardmaat had van twaalf Rijnlandsevoet. Vandaag de dag komt dit overeen met 3,77 meter. Een andere keer werd er echter gebruik gemaakt van de zogenaamde Koningsroede die slechts tien voet lang was. De kavels hadden daardoor een breedte die varieerde van 94 tot 113 meter en een lengte van 1125 tot 1350 meter (zesvoorlinghoeve).

De ontginners groeven parallelle sloten om het water af te voeren. Langs de achterzijde werd een dwarssloot of een dwarsdijkje (achterkade) aangelegd om te voorkomen dat water van het hogergelegen veengebied voor problemen zou zorgen. Tevens werden er rondom de percelen vaak dijken aangelegd om het water uit het omringende gebied te weren. Op de kop van de kavel werd de hoeve geplaatst.

 

Werelderfgoed?

namen rond KockengenHoewel we aan plaatsnamen als Boskoop, Nieuwkoop, Willeskop en Benschop deze unieke ontginningsmethode nog herkennen, is veel van dit typische landschap in allerlei ruilverkavelingen en stads- en dorpsuitbreidingen helaas verdwenen. Een van de gebieden die nog goed herkenbaar is, ligt rond Kockengen ten westen van de A2 ter hoogte van Breukelen. Degenen die dit gebied eeuwen geleden ontgonnen deden dit met het idee dat het hier een luilekkerland zou worden. Exotische plaatsen dienden ter inspiratie. Namen als Kortrijk (in West-Vlaanderen), Kamerik (Cambrai in Noord-Frankrijk, Portengen (verbastering van Bretagne) en Spengen (Spanje) liggen hier allemaal vlakbij elkaar in de buurt van Kockengen. Deze laatste plaats is genoemd naar het land van Kokanje – Luilekkerland*.

kockengen Google EarthHoewel dit gebied deel uitmaakt van het beschermde Groene Hart willen sommigen het nog meer verankerd zien. Wanneer dit gebied Werelderfgoed wordt, dan is het voor de komende generaties behouden. Het staat helaas nog niet op de lijst van gebieden en gebouwen die Nederland tot 2020 wil voordragen. ** We moeten niet vergeten dat we hier te maken hebben met een unieke ontginningsmethode die bijna nergens anders ter wereld voorkomt. Alleen ten zuiden van Bremen vinden we een soortgelijk landschap. Al vanaf 1106 werd deze methode hierheen geëxporteerd door de aartsbisschop van ’t Sticht. Dit is dan ook de enige plek buiten Nederland waar copes voorkomen.

 

Met dank aan:
Stichting Behoud Veenweidegebied Kockengen
J.A.J. Vervloet – Landsheerlijke venen: het cope-ontginningslandschap

 

* Luilekkerland  is een sprookjesland vol overvloedig eten en drinken, ontsproten aan de middeleeuwse fantasie in West-Europa.

** Het dichtst in de buurt ligt de Nieuwe Hollandse Waterlinie die in 2018 wordt voorgedragen.

 

 

 

 

05
Okt
15

Trouw als een hond

Minibusje getroffen door neerstortende koe

Uitgegeven: 7 november 2007 06:17

AMSTERDAM – Charles en Linda Everson kregen op weg naar hun hotel in de Amerikaanse staat Washington de schrik van hun leven, toen hun minibusje met een enorme klap werd getroffen door een 270 kilo zware koe die uit de lucht kwam vallen.

Het echtpaar bleef ongedeerd, maar de koe, die van een zestig meter hoge klif was gevallen, moest uit haar lijden worden verlost. De Eversons waren op weg om hun trouwdag te vieren. Hun busje werd bij het ongeluk zondag zwaar beschadigd.

“Linda, kom eens kijken!”

Linda kwam snel aangelopen. Want zo opgewonden had ze Charles nog nooit gehoord. Ze waren nu bijna 23 jaar getrouwd en zij kende elke stem van haar man.

Zoals die keer toen ze net getrouwd waren en hij haar voor de gek wilde houden.

“Heeelp, Linda, Help mij. Ik ben in de gierput gevallen. Ik …” klonk het alsof Charles echt kopje onder ging in de gierput.

Om hem te plezieren had ze toen net gedaan alsof ze in zijn grap trapte. Ze was dan ook quasi-geschrokken naar de gierput toe gerend. Maar toen ze om de hoek van de schuur kwam gelopen, zag ze de twee kratten vlak voor de gierput te laat en was ze gestruikeld. Ze had haar evenwicht niet gehouden en was zelf voorover in de gierput gevallen. Gelukkig had Charles het zien gebeuren en had hij haar er snel weer uitgehaald. Maar Linda had daarna nog wel bijna drie weken in het ziekenhuis gelegen.

Of die keer dat hij hevig geschrokken was.

“Linda, Linda, kom snel! Kijk nou toch eens wat er is gebeurd!”

Het was nog erg vroeg geweest. De klok naast haar bed had 05.55 aangegeven. Charles was net opgestaan om hun 7 koeien te melken. Linda was de trap afgelopen en via de smalle gang in de keuken aangekomen. De achterdeur had wagenwijd opengestaan. Ze had direct gezien dat Charles dit niet had gedaan. “Er is ingebroken!” had ze tegen niemand in het bijzonder geroepen. Ze had daarna de keuken rondgekeken, maar Charles nergens gezien. Toen had ze gesnik uit de woonkamer gehoord. Ze was op het geluid afgelopen en Charles verslagen op zijn knieën voor de vitrinekast gevonden. Zijn hele verzameling porseleinen koeien was aan stukken geslagen. De twins had hij zijn verzameling altijd trots genoemd. Van elke koe had hij er twee gehad, veertien in totaal. Verder was er niets uit het huis verdwenen.

Maar de opwinding die zij nu hoorde was haar onbekend. Ze liep naar de schuur en vond haar man daar bij Berta 7 die al enige tijd drachtig was. In het hooi achter de koe lagen twee kleine kalfjes.

“De twins zijn terug!” riep Charles opgewonden.

Afgezien van het feit dat de kalfjes tegelijk waren geboren kon Linda echter geen overeenkomst ontdekken. De ene zag er met zijn zwart met witte vlekken uit zoals haar moeder. Maar de ander was veel groter en leek met haar bruingrijze vacht eerder op een uit de kluiten gewassen hond dan op een koe.

De grootste van de twee leek ook in haar gedrag wel op een hond. Altijd als Charles in de stal kwam, begon ze klagelijk te loeien. Een loeien dat wel op blaffen leek. Ze werd pas rustig als Charles bij haar kwam en haar over de kop aaide. Vanaf het moment dat de koe buiten liep, werd ze haast de schaduw van Charles. Reed hij op zijn tractor van het ene weiland naar het andere, dan volgde de koe hem overal. Nooit verloor ze Charles uit het oog. Moeilijk was dat ook niet. In al die jaren had Charles de boerderij nooit verlaten. Het was Linda die af en toe naar de stad ging om gereedschap te kopen of de producten die zij verbouwden te verkopen.

Tot die 6e november 2007. Linda heeft een verrassing voor Charles. Ze zijn die dag 25 jaar getrouwd. Zij heeft een diner geregeld in Hotel Le Chattel, slechts 5 kilometer verderop. Ze zullen daar zelfs blijven slapen. Charles heeft even zijn bedenkingen. Maar als zij belooft de volgende morgen om half zes met hem mee terug te rijden naar de boerderij om de koeien te melken, gaat hij overstag.

Wanneer ze in hun witte busje wegrijden, rent de inmiddels bijna volwassen Chien, zoals de koe al ruim twee jaar heet, weer opgewonden met hun mee. Maar als Charles met het busje bij de 60 meter hoge Boscliff komt en uit het zicht verdwijnt van Chien, wordt de koe gek. Met een enorme sprong vliegt zij over het hek dat bovenaan het klif staat!

20
Aug
15

De Eem vs. de Rijn

Natuur verkoos den gront in liefelijcke streecken.

Dat Griecken Tempe love, en d’oude Hengstebron:

ik loof dit lantprieel op ‘t ruischen van de beecken;

ik loof den Heilgen Bergh, den Duitschen Helikon.

De Nachtegael van Amisfort (1657); Joost van den Vondel

Een echte rivier?

beken gelderse valleiVolgens sommige bronnen is de Eem met zijn 18 kilometer, de enige rivier die in Nederland ontspringt en in Nederland uitmondt. Als we in de directe omgeving kijken lijkt dit te kloppen. We zien veel stroompjes, maar die ontgroeien nooit het stadium van beek. Maar elders in Nederland komen toch heus rivieren voor die hun hele loop van monding tot bron in eigen land blijven. Ik noem alleen al de Tjonger in het zuiden van Friesland, die ook nog eens een stuk langer is. En de Eem heet bij de monding dan wel de Eem, aan de bron – en dat zijn er meerdere – zijn totaal andere namen verbonden.

dwarsprofiel kwel-2Als we op zoek gaan naar de bron van de Eem, dan komen we uit bij enkele beekjes die aan de rand van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug opborrelen. De belangrijkste zijn de Heiligenbergerbeek, de Barneveldse Beek en de Lunterse Beek. Zij voeren het water af dat eeuwen eerder als regen op de stuwwallen neergutste. Dit water zakte in de zandgronden van de stuwwal weg en kwam in het grondwater terecht. Na een lange reis kwam dit water als kwelwater aan de voet van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug weer aan de oppervlakte.

Al deze beken en beekjes, sommige door de mens gekanaliseerd, komen in de buurt van Amersfoort uiteindelijk samen in de Eem. Om de laatste 18 kilometer als heuse rivier furore te maken. Want dat de rivier de Eem heet, dat zullen we weten. Namen als Eemnes, Eemdijk, Eembrugge en Eemland zeggen al genoeg. En dan te bedenken dat de naam Amersfoort komt van de oude benaming voor de Eem, de Amer.

Een echte rivier!

dwarsprofiel rivierBij rivieren wordt vaak op een andere schaal gedacht. Brede, slingerende snelwegen van water vlakbij de monding, smalle dalen met af en toe een waterval en stroomversnellingen verder weg. En aan begin een gletsjer waar het smeltwater de bron van de rivier vormt. Kijkend naar de grote rivieren in Europa zoals de Rijn, de Rhône en de Po dan klopt dat beeld deels. Ze ontspringen allemaal in de Alpen op een hoogte tussen de 1500 en 2000 meter, al heeft alleen de Rhône een echte gletsjer als bron. De Rijn bijvoorbeeld begint als een miezerig plasje water ergens midden in Zwitserland dat het moet hebben van de macht van het getal en de zwaartekracht. Vanaf de bron vlakbij de Oberalppas in Graubünden van wat dan de Voor-Rijn heet, komen er steeds meer kleine beekjes bij en door de grote hoogteverschillen vormt zich al snel een razende beek die zich via stroomversnellingen en watervallen naar beneden stort. De rivierbedding alpenrivier is dan alleen nog bevaarbaar voor kano’s en rafts. Over korte afstand wordt een groot hoogteverschil overbrugd. Het zogenaamde verval is erg groot. Het eroderend vermogen van de rivier eveneens. Zeker als bij noodweer extra water in de rivier terechtkomt. Dan worden niet alleen grind en kiezels door het water meegevoerd. Dan kunnen ook kleine keien en soms zelfs hele rotsblokken worden meegevoerd. Dankzij dit grote eroderende vermogen snijdt de rivier zich hier sterk in.

Uebersicht_RheinfallWanneer de Rijn de Alpen verlaat worden de hoogteverschillen stukken minder en neemt het verval ook af. Dit geldt tegelijkertijd voor de erosieve kracht. Als de rivier veel water vervoert dan wordt er ook nog grind en een enkele kiezel meegenomen. Midden in de zomer wanneer de afvoer gering is en de stroomsnelheid ook, dan is het vaak alleen nog zand en klei dat wordt meegenomen. In dit middendeel van de rivier is er afwisselend sprake van erosie en sedimentatie. Vlak voordat de Rijn bij Basel breed en bevaarbaar wordt voor grote rijnaken, stort het zich bij Schaffhausen nog één keer naar beneden.

DEMsuedlicher-oberrheinVoorbij Basel denkt de Rijn even bijna bij zee te zijn. Geflankeerd door Zwarte Woud en Vogezen komt de rivier in de tussenliggende slenk terecht. Tot aan Frankfurt meandert de Rijn hier traag en breed over de vrijwel vlakke Boven-Rijnse laagvlakte. Er vindt hier alleen sedimentatie van zand en klei plaats. Voorbij Frankfurt stuit de Rijn echter op een paar dwarsliggende gebergten zoals de Taunus en de Hunsrück. Met moeite heeft is de Rijn erin geslaagd hier doorheen te breken*. Hier aan de voet van de Lorelei vindt alleen erosie plaats en vrijwel geen sedimentatie. Voorbij Koblenz komt de rivier weer in rustiger vaarwater. Was het verval tussen Basel en Bonn – een afstand van ongeveer 500 kilometer – nog ruim 200 meter, tussen Bonn en de zee – ongeveer 350 kilometer varen – hoeft de Rijn nog maar een goede 40 meter te overbruggen. De Rijn begint weer te meanderen en het is duidelijk dat op het laatste traject er alleen nog maar sedimentatie van zand en klei plaatsvindt. Wanneer de Rijn bij Lobith Nederland binnenkomt is deze echt bijna bij de zee. De rivier vormt dan een delta. Hij slingert niet alleen, hij splitst zich ook op in meerdere takken. De grootste, de Waal, gaat via Nijmegen naar Rotterdam. De andere tak, de Nederrijn, verandert nog een paar keer van naam om ook bij Rotterdam in zee uit te monden.**

Schermafbeelding 2015-08-20 om 15.44.42

Samen sterk.

Grebbelinie_the_NetherlandsAl deze verschillen overziend lijken de beide rivieren weinig gemeen te hebben. Toch zijn ze beide betrokken bij een van de minder bekende verdedigingswerken van Nederland, de Grebbelinie. Deze waterlinie loopt van Rhenen tot aan Spakenburg en moest de vijand uit het oosten een tijdje ophouden zodat in het westen de Hollandse Waterlinie helemaal in gereedheid kon worden gebracht. Ook langs de Grebbelinie *** zouden grote gebieden onder water worden gezet. Hiervoor werd water gebruikt uit de Eem en haar bronrivieren en uit de Rijn. grebbeberg-silhouetSinds 1940 weten wij in Nederland wat de waarde is van water als hindernis voor de vijand. De Duitsers vlogen er en masse overheen en alleen bij een klein stukje werd kort weerstand geboden en dat was niet omdat het water was, maar een berg, de Grebbeberg.

* Het is niet zo dat de Rijn hier letterlijk doorheen is gebroken. Toen deze gebergten werden gevormd stroomde de Rijn hier al. De Rijn wist het omhoogkomende gebergte steeds snel genoeg af te breken zodat het vandaag lijkt alsof de Rijn er dwars doorheen is gebroken. Ditzelfde proces geldt voor de Maas die door de Ardennen is ‘gebroken’.

** Op de verschillende mondingen van de Rijn door de eeuwen heen kom ik in een ander blog nog terug.

*** zie apart blog over Grebbelinie (zsm beschikbaar)

18
Jan
15

De Man van Staal

640px-John_Cockerill_-_statue_and_tombToen in 2012 voor de 1e etappe van de Tour de France de streep was getrokken in Seraing, vlakbij Luik, leek dat een eerbetoon aan de man die de Industriële Revolutie naar het vasteland van Europa had gebracht. Vlakbij waar toen de finish lag, bevindt zich het stadhuis van Seraing met daarvoor het standbeeld van John Cockerill. Maar eigenlijk gaat de eer naar zijn vader en dan komen we terecht in Verviers.

Industriële Revolutie

Het verhaal begint bij zijn vader William Cockerill. Als maker van de ‘Spinning Jenny’, een handspinmachine, mocht hij eigenlijk Engeland niet verlaten. Op deze manier moest voorkomen worden dat kostbare industriële kennis in handen van concurrerende landen viel. Zeker aan het eind van de 18e eeuw, toen Engeland in oorlog was met het Frankrijk van Napoleon en het technisch een grote voorsprong had op de landen op het continent was Londen erg zuinig met haar kennis. Toch vertrok William in 1794, John was pas vier jaar oud, naar Sint-Petersburg om daar als beschermeling van Catharina de Grote aan het werk te gaan. Maar na haar dood twee jaar later, werd William door de nieuwe Tsaar in het gevang gegooid omdat hij een machine te laat zou hebben afgeleverd. Hij wist te ontsnappen en via Zweden en Amsterdam kwam hij uit in Verviers, vlakbij Luik. Hier bouwde hij een textielfabriek en tegelijkertijd liet hij zijn gezin uit Engeland overkomen. Met de vernieuwingen die hij doorvoerde daar in Verviers bracht William Cockerill de Industriële Revolutie naar het Europese Continent. Om als Engelsman onverdacht te zijn en om ongestoord zijn gang te kunnen gaan, liet hij zich en zijn gezin in 1810 nationaliseren.

Vaart de Volkeren

Toen zijn zoon John na diens pensionering in 1813 het roer overnam, ging het hard met België. John Cockerill bouwde de eerste hoogovens op cokes van België. Cokes die dankzij de vele steenkolenmijnen in de buurt van Luik in grote mate voorhanden waren. Hierdoor kreeg de staalindustrie een enorme boost. In de fabrieken van John Cockerill werden textielmachines, stoommachines, kanonnen en bruggen gebouwd. In 1835 kwamen daar de spoorstaven voor de eerste spoorwegen van België en het Europese vasteland bij. Het in 1830 van Nederland onafhankelijk geworden België had niet zulke mooie transportmogelijkheden als haar noorderbuur. De rails werden de ijzeren rivieren. Op 5 mei 1835 reed ‘De Pijl’ over het staal van John Cockerill van Brussel naar Mechelen. Daarmee was de industrialisatie van België een feit en is de naam van John Cockerill hier voor altijd mee verbonden.

Erfenis

Met John Cockerill zelf ging het minder goed. In 1839 leek een nieuwe oorlog met Nederland op handen en haalden alle Belgen hun geld van de bank en ging hij bijna failliet. Op zoek naar fondsen reisde hij zelfs naar Sint-Petersburg waar hij onderhandelde met Tsaar Nicolaas I, de zoon van de tsaar die zijn vader gevangen wilde zetten. Op de terugreis kreeg hij in Warschau tyfus en overleed hij daar op 19 juni 1840 op 49-jarige leeftijd. Maar België zou een van zijn grootste zonen nooit vergeten. In 1867 werd zijn lichaam naar Seraing gebracht waar vier jaar later een standbeeld van hem werd onthuld. Ook op het Place du Luxembourg in Brussel kwam een beeld van hem met aan zijn voeten enkele van zijn staalarbeiders te staan. In 1927 hield Koning Albert I niet toevallig in de Cockerill-fabrieken zijn beroemde ‘Toespraak van Seraing’. Deze toespraak wordt gezien als de start van enkele van de belangrijkste Belgische wetenschappelijke onderzoeksinstellingen. John Cockerill werd daarin als lichtend voorbeeld regelmatig aangehaald. Diens leus ‘Courage to the last‘  werd hier geadopteerd als geldend voor het hele Belgische volk. Dat gold in die jaren in ieder geval voor de Belgische wielrenners. Zij reden in de periode tussen de wereldoorlogen maar liefst negen van de 21 keer in het geel Parijs binnen. Op hun stalen ros.




Archief

Tweets


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.503 andere volgers