
Bij de foto:
Een paar jaar geleden was vakantievieren overzichtelijk. Zwemmen en spelen voor de dochters & wandelen en cultuur voor de hele familie. Dat laatste gebeurde soms weliswaar onder protest, maar leidde vaak wel tot geslaagde uitjes. Een huttentocht door de Alpen waar nog steeds over wordt gesproken, het Louvre dat toch wel mooie schilderijen heeft of dat middeleeuws festival waar ze zelf ook met bijlen mochten werpen en potten bakken.
Dit jaar was het anders. De puberteit laat steeds duidelijker haar gezicht zien. “Gaan jullie maar, wij blijven wel bij de tent.” Hun zelfstandigheid wordt steeds vaker tegen ons gebruikt. Dat we het jammer vinden dat ze niet altijd meer meegaan camoufleren we door te zeggen: “Nu hebben we lekker alle tijd om ook nog even rustig dat kerkje te bekijken.” Als het toch lukt ze mee te krijgen dan is het met de belofte dat we naar een leuk stadje gaan. Zonder het woord shoppen te noemen. Maar zij vertalen plaatsnamen als Cahors en Albi moeiteloos in ‘Winkelstraten’. Nu is het nog de vraag hoe lang ze nog in deze opzichtige cultuurval van hun ouders stappen. Op weg naar het eerste stadje doen we snel nog even het Zadkine-museum aan en in Albi mogen ze pas de eerste kledingzaak in als ze Toulouse-Lautrec hebben gezien.
Laatste reacties