Archief voor de categorie 'Kunsttweets'

14
mei
12

Campbell’s Soup – Andy Warholl (1962)

Populaire Blikken

Ik heb iets tegen blikken. Jarenlang deed ik mee aan de moeilijkste puzzel die Nederland rijk is, de King William Trouw Test. In de beginjaren was er altijd een vraag over blikken. Beschuitblikken, cacaoblikken, koekblikken. Weliswaar geen soepblikken, maar ik kan eigenlijk geen blik meer zien. Nou wordt dat steeds eenvoudiger. Steeds minder producten worden in blik verkocht, zelfs soep zit tegenwoordig in een pak of een zak.

Popart

In de jaren ’50 kwam in de VS en Europa de Pop-art op. Een pretentieloze manier van kunstmaken waarbij vooral alledaagse voorwerpen een hoofdrol speelden. Daarmee zette deze kunstvorm zich duidelijk af tegen stromingen als het abstract expressionisme*. Zo blies Roy Lichtenstein onderdelen van een strip op tot enorme proporties. Zodat zelfs het kleinste raster als vette punten zichtbaar werd.

De Zweeds-Amerikaanse beeldend kunstenaar Claes Oldenburg deed hetzelfde met dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Iedereen kent wel de meer dan levensgrote blauwe troffel die de beeldentuin van het Kröller-Müller museum staat.

Andy Warhol 

Verreweg het bekendst is wellicht Andy Warhol. Dit komt waarschijnlijk ook door zijn flirt met die andere populaire kunstvorm, de popmuziek. Het bekendst is zijn samenwerking met de Velvet Underground van Lou Reed en de zijnen. Daarnaast had hij contact met veel andere muzikanten en dan met name op het gebied van hoesontwerpen. Zo ontwierp hij de hoes van ‘Sticky Fingers’ van de Rolling Stones. Een misverstand is dat hij ook verantwoordelijk is voor hun wereldberoemde tong die op datzelfde album voor het eerst te zien is. Dat is een ontwerp van een zeker John Pasche.

Iconische beroemdheden

Ook het vereeuwigen van personen op zogenaamde zijdedrukken heeft hem veel bekendheid bezorgd. Wie kent niet de iconisch beeltenissen van Marilyn Monroe. Iets minder beroemd zijn de ‘Regerende Koninginnen’ uit 1985. Naast onze eigen Koningin Beatrix zien we daar Koningin Elizabeth van het Verenigd Koninkrijk, Koningin Margrethe II van Denemarken en Koningin Ntombi laTfwala van Swaziland.

32 smaken soep

Maar het begon allemaal met de soepblikken. Zoekend naar een eigen stijl binnen de popart schilderde hij in precies 50 jaar geleden 32 varianten van Campbell’s soup. De enige variatie zat hem in de smaak. Verder waren het allemaal dezelfde roodwitte blikken. Niet iedereen kon deze vorm van kunst waarderen. Galeriehouders in New York wilden er niets van weten en Andy Warhol week uit naar San Francisco. Een concurrerende galeriehouder daar zette echte blikken in de etalage en verkocht die voor 20 cent per stuk!

15 minuten beroemd 

Dit alles maakte Warhol niet zoveel uit. Als hij maar beroemd werd. Al wilde hij liever wel langer dan 15 minuten beroemd zijn. Want dat zou iedereen al worden getuige zijn uitspraak: “In the future everyone will be famous for fifteen minutes”

* Het schilderij Orange,Red,Yellow van een van haar vertegenwoordigers, Mark Rothko leverde begin mei op een veiling 86,9 miljoen dollar op.

01
mei
12

De Venus van Milo – Alexander van Antiochia (waarschijnlijk)

Beeld van een moeder

In de prehistorie was de vrouw als drager van het nieuwe leven, de moeder en de hoeder van de mensheid. Het was in die tijd misschien nog wel riskanter om zwanger te zijn dan om op jacht te gaan naar allerlei levensgevaarlijke beesten. Voedsel was noodzakelijk, maar nageslacht was het allerbelangrijkste. In dat licht moeten wij dan ook de vele Venusbeelden uit die tijd zien. De bekendste is misschien wel de Venus van Willendorf. Een kalkstenen beeldje van een vrouw waarbij vooral de stevige benen, de uitgesproken venusheuvel, de dikke buik en de grote borsten opvallen. Verder heeft het een hoofd zonder gezicht en geen armen. Alle aandacht is gericht op de buik van de moeder waarin het nieuwe leven, de toekomst van de mensheid, groeit. Na de vondst van dit beeldje zijn er elders in Europa nog meerdere gevonden, die er allemaal ongeveer hetzelfde uitzien.

Het contrast met de Griekse en Romeinse venusbeelden lijkt groot. Het beroemdste van deze beelden is waarschijnlijk de Venus van Milo. Deze Venus voldoet veel meer aan het huidige schoonheidsideaal met een platte buik en niet al te grote borsten. Dit beeld heeft ook duidelijk een gezicht gekregen. De aandacht van de kijker is naar boven verschoven. De enige, toevallige overeenkomst tussen de Venus van Willendorf en de Venus van Milo is het ontbreken van de armen. Bij de Venus van Milo zaten die er oorspronkelijk echter wel aan. De appel die zij zeer waarschijnlijk in haar linkerhand hield maakt het contrast tussen beide venusbeelden kleiner. Zeker als we weten dat Gaia, de godin van de aarde, Hera bij haar huwelijk met Zeus een appel schonk als symbool van de vruchtbaarheid en dat in het oude Athene jonggehuwden bij het betreden van het bruidsvertrek eerst een appel aten. Ook de Venus van Milo is een verbeelding van de Moeder, nu met ruimte en aandacht voor uiterlijke schoonheid.

In de loop van de eeuwen komen we de Venus steeds weer tegen. Niet alleen in beelden, ook op schilderijen. Het beroemdst is waarschijnlijk ‘De Geboorte van Venus’ van Botticelli. Ook minder bekende schilders verwijzen soms naar de bekendste Venus. Zo zien we in het schilderij ‘Ochtendtoilette’ van de Deense schilder Christoffer Wilhelm Eckersberg duidelijk de gespiegelde rug van de Venus van Milo. Helaas ontbreekt hier de appel. Vrij recent slaagde de Britse kunstenaar Marc Quinn erin de beide Venussen te combineren. In zijn beeld van de zwangere Alison Lapper, dat tijdelijk de Fourth Plinth op Trafalgar Square sierde, ontmoeten de Venus van Willendorf en de Venus van Milo elkaar.

16
apr
12

De Barcelona-stoel – Ludwig Mies van der Rohe & Lilly Reich

Less is More

De Europese puinhopen van na 1918 waren een ideaal uitgangspunt. Om helemaal opnieuw te beginnen. Geen poespas en tierlantijnen, maar eerlijk en abstract. Less is more werd in de kunst en in de architectuur voor veel vernieuwers het motto. Zo ook voor de Duitser Ludwig Mies van der Rohe. Verbonden aan het beroemde Bauhaus rekende hij af met het overbodige in de architectuur. Zowel het huis als haar interieur straalde eenvoud uit in al zijn facetten.

Voor de Wereldtentoonstelling van 1929 in Barcelona had Mies van der Rohe zijn beroemde paviljoen ontworpen. Direct na de tentoonstelling weer afgebroken, is het in de jaren ’80 op ongeveer dezelfde lokatie weer herbouwd. Toen ik daar een paar jaar geleden was, werd ik overdonderd door de spectaculaire eenvoud. Een paar wanden van luxe natuursteen, een plat dak, veel glas en een ondiepe vijver. Dit geeft het gebouw zoveel ruimte dat het veel groter lijkt dan het in werkelijkheid is. Ook het interieur is sober. Het beeld ‘Der Morgen’ van Georg Kolbe en een paar stoelen. Met voetenbankje. Maar dit zijn niet zomaar stoelen, het is de Barcelona-stoel. Volgens Tom Wolfe in zijn boek ‘Van Bauhaus tot ons huis’; “Het Platonische ideaal van de stoel; puur arbeiderswoning-leer en roestvrij staal, het meest volmaakte meubelontwerp van de twintigste eeuw.”

Hier kan ik met het verhaal stoppen. Vaak gebeurt dat ook want ook de kunstwereld is grotendeels een mannenwereld. Kijk maar naar de kunstenaars op mijn blog. Bijna allemaal mannen. Bijna, want misschien zijn de echte makers van het tapijt van Bayeux wel vrouwen geweest, maar we kennen hun namen niet en zullen het dus nooit zeker weten. Bij de Barcelona-stoel ligt dat anders. Die is niet alleen het product van Ludwig Mies van der Rohe, maar ook van een vrouw, Lilly Reich.

Van 1925 tot 1938 werkten Lilly en Ludwig nauw samen. Zij zorgde voor de inrichting van woningen die Mies van der Rohe ontwierp en samen waren zij in 1929 verantwoordelijk voor het tot stand komen van de Duitse bijdrage aan de Wereldtentoonstelling in Barcelona. Samen ontwierpen zij de Barcelona-stoel. Toen Mies van de Rohe een jaar later directeur werd van Bauhaus, werd zij de enige vrouwelijke docent daar. In 1933 werd Bauhaus opgeheven, omdat de kunst waarin werd gedoceerd als ontaard werd beschouwd door de Nazi’s. Een paar jaar later zou Mies van der Rohe naar de Verenigde Staten emigreren. In 1939 was Reich een paar weken in Amerika op bezoek bij Mies van der Rohe. Omdat hij niet erg voortvarend probeerde haar over te halen om ook Duitsland vaarwel te zeggen, keerde zij terug naar haar vaderland. In de oorlog onderhield zij nog wel een uitgebreide correspondentie met Mies van der Rohe, maar zij zouden elkaar nooit meer zien. Wel is zij er verantwoordelijk voor dat het grootste deel van het persoonlijke archief van Mies van der Rohe dat nog in Duitsland was, bewaard is gebleven. Toen de geallieerde bombardementen op Berlijn begonnen, heeft zij alles in veiligheid gebracht op een boerderij buiten de hoofdstad. De laatste twee jaar van de oorlog zat zij gevangen in een werkkamp. Na de oorlog wilde zij de Deutsche Werkbund nieuw leven inblazen. Dit nieuwe leven heeft zij helaas niet meer mogen meemaken. In 1947 overleed zij op 62-jarige leeftijd.

De stijl van Mies van der Rohe en de zijnen was ondertussen aan een grote vlucht bezig. De verhuizing naar Amerika wierp zijn vruchten af. De architectuur van de ‘Internationale Stijl’, werd leidend tot diep in de jaren ’70. Elke architectuurstudent in die jaren had op zijn kleine kamertje een matras op een deur met bakstenen als poten en een molton deken. Op de grond lag een sisalmat en aan weerszijden van die mat stonden twee stoelen. Twee Barcelona-stoelen.

26
mrt
12

Het Tapijt van Bayeux (± 1070)

Afbeelding

Afbeelding

Tapijt van Bayeux

1997. Het is nog winter en kraakhelder. Van de haven fietsen wij over Terschelling naar de boerderij waar wij met enkele vrienden het weekend zullen doorbrengen. De waddeneilanden zijn in ons vrijwel overal overbelichte land de plek om naar de sterren te kijken. Tijdens de fietstocht kijk ik dan ook geregeld omhoog. Ik ben verbaasd als ik een ster zie met ‘iets eraan’. Even twijfel ik aan mijn bril, maar als ik mijn reisgenoten op de ster attent maak, weet één van hen mij te melden dat dit de komeet van Hale-Bopp is. Die ochtend heeft er een uitgebreid artikel in de krant over gestaan. Maandenlang kijk is elke heldere avond omhoog. De ster met ‘iets eraan’ is een vertrouwd beeld geworden.

Een paar maanden later loop ik met diezelfde vrienden langs het immense tapijt van Bayeux. In eerste instantie vond ik de hoogte wel iets tegenvallen. In mijn gedachten was het tapijt meters hoog, maar het is vooral de lengte van 70 meter die het imposant maakt. Het tapijt verhaalt in allemaal kleine vertellingen het grote verhaal van de verovering van Engeland door Willem de Veroveraar in 1066. Halverwege is er duidelijk een ‘ster met een staart’ zichtbaar. Dit is vrijwel zeker de ‘Komeet van Halley, waarvan later is komen vast te staan dat deze elke 76 jaar terugkeert.* In die tijd werden kometen gezien als slechte voortekens. Natuurrampen, hongersnoden en onrust werden vaak toegeschreven aan de staartster die kort daarvoor aan de hemel was verschenen. In dit geval was er ook sprake van een slecht voorteken, voor de Engelsen tenminste. Het zou de laatste keer worden dat een invasie van de Britse eilanden succes had.**

Het tapijt is waarschijnlijk vrij kort na de verovering van Engeland vervaardigd. Sommige bronnen noemen de hofhouding rond bisschop Odo. De halfbroer van William was graaf van Kent en regeerde in naam van William als deze niet in het land was. Anderen spreken van Koningin Mathilda, de vrouw van William. In Frankrijk staat het tapijt ook wel bekend als ‘La Tapisserie de la Reine Mathilde.’ Hoe dan ook zullen beiden niet zelf met de gekleurde wol in de weer zijn geweest. In beide gevallen zijn het vast en zeker kundige handwerkslieden geweest waarvan de namen voor altijd in de mist van de cultuurhistorie verborgen zullen blijven.

In de eeuwen daarna lag het tapijt meestal keurig opgeborgen om af en toe te worden tentoongesteld. Tijdens de jaren na de Franse Revolutie van 1789 dreigde het verloren te gaan toen het door het volk werd gebruikt als kleed om militaire wagens mee af te dekken. Later gebruikte Napoleon het nog als propagandamiddel bij zijn geplande invasie van Engeland. Toen hij daarvan afzag, keerde het tapijt terug naar Bayeux. In de Tweede Wereldoorlog was het weliswaar veilig opgeborgen, maar vlak voor de bevrijding van Parijs wilde Himmler het tapijt nog veilig opbergen door het naar Berlijn te brengen. Gelukkig is dat nooit gebeurd. Eind 1945 is het na een korte tentoonstelling in het Louvre teruggekeerd naar Bayeux. Daar hangt het sindsdien in het Musée de la Tapisserie de Bayeux.

* Mark Twain werd geboren twee weken nadat de komeet van Halley in november 1835 was verschenen. Later zou hij zeggen dat hij teleurgesteld zou zijn als hij niet tegelijk met de Komeet van Halley de aarde zou verlaten, want hij was ook met haar gekomen. Op 21 april 1910, een dag voordat de komeet dat jaar de aarde het dichtst genaderd zou zijn, overleed Mark Twain aan een hartaanval.

** Volgens sommige puristen is de tocht van Willem III in 1688 naar Engeland de laatste echt geslaagde invasie. Dankzij de ‘Glorious Revolution’ werd ‘onze’ stadhouder Willem III koning van Engeland, Schotland en Ierland, nadat hij koning Jacobus had verjaagd.

PS. hieronder een leuk filmpje. Met dank aan @Touaregtweet

13
mrt
12

De grottekeningen van Lascaux – Cro Magnon mens

DE GROT VAN LASCAUX

Ergens eind jaren ’80 was ik in Lima. Toen de eigenaar van mijn hostel hoorde dat ik uit Nederland kwam, begon hij te stralen.

“In het cultureel centrum is een tentoonstelling van ‘Bangkok’,” vertelde hij enthousiast.

“Bangkok?,” vroeg ik verbaasd.

“Si, Bangkok, el pintor holandés,” zei hij met een blik waar het medelijden met mij van afdroop.

Plots viel het kwartje. “Oh, Vincent van Gogh.” Het was te laat. De indruk dat ik een cultuurbarbaar was, kon ik niet meer wegpoetsen.

Toen ik een half uur later in een leeg cultureel centrum aankwam heb ik nog even lopen zoeken naar de tentoonstelling. Die bestond uiteindelijk uit niet meer dan twee verplaatsbare wandjes met daarop zes schilderijen van Van Gogh op postzegelformaat. Waarschijnlijk heeft geen enkele Peruviaan deze tentoonstelling van een van de beroemdste schilders ter wereld gezien. En ik gaf ze geen ongelijk.

Een zelfde gevoel overvalt mij als ik iets buiten het plaatsje Montignac tussen de bomen bij ‘Grotte de Lascaux II’ sta. Dus niet bij de originele grot, maar bij een kopie. Dit is vandaag de dag de enige mogelijkheid om de wereldberoemde grottekeningen te bekijken. Ik twijfel of ik een kaartje zal kopen, maar besluit het toch te doen. Al is het vanuit didactisch oogpunt. Om mijn dochters iets over de prehistorie bij te brengen. Ik ben positief verrast. De grot met zijn vele tekeningen is een exacte kopie van het origineel. De leek ziet het verschil met de echte tekeningen niet en alleen de vlakke bodem, ook geschikt voor rolstoelen, verraadt hier de namaak. Wel moet ik mijn dochters uitleggen waarom we niet in de echte grot kunnen.

De Grot van Lascaux werd in 1940 ontdekt zoals het in een jongensboek thuishoort. Vier jongens liepen hier met hun hondje Robot, toen deze plotseling verdween. Al zoekend ontdekten zij, overgroeid door bramenstruiken, een gat in de grond. Nadat ze met veel moeite de stekelige takken hadden weggehaald ging een van de jongens naar binnen. Hij verloor zijn evenwicht en gleed enkele meters naar beneden tot hij in een pikdonkere grot uitkwam. Gelukkig hadden zijn vrienden een kleine olielamp bij zich. Ze kwamen op zijn geroep af en bij het zwakke schijnsel van de lamp zagen zij als eersten de prachtige grottekeningen. Zij vertelden het daarna aan hun onderwijzer, de heer Laval en daarna ging het lopende vuurtje snel. Het werd ingericht als toeristische attractie en in 1948 konden de eerste bezoekers verwelkomd.

In verschillende zalen met namen als “De Gallery”, “De Grote Zaal van de Stieren” en “De Kamer van de Katachtigen” zijn honderden tekeningen te zien. Vooral van dieren zoals Oerossen, paardachtigen, herten, enkele katachtigen, een beer en een neushoorn. Daarnaast is er één mens getekend en veel geometrische figuren, zoals stippen en strepen. Heel bijzonder zijn de twee bisons die deels over elkaar zijn geschilderd. De ene is iets groter en staat schijnbaar voor de andere. Blijkbaar waren sommige van de kunstenaars in staat een vorm van perspectief te creëren.

Een veelgestelde vraag is waarom de toenmalige mens, de Cro-Magnon zoals wij deze Homo-Sapiens noemen, deze grottekeningen maakte. Daarop bestaan bijna net zoveel antwoorden.

Een hypothese is dat de jagers uit die tijd hun successen verbeelden. Zowel uit het verleden als in de nabije toekomst. Het schilderij als trofee en voorspelling. En misschien ook wel als waarschuwing. Aan de kinderen. Aan de jagers die op het punt staan om een gewaagde jacht te ondernemen.

Daarnaast wordt het soms ook als een religieuze uiting gezien. Vreemd in dat geval is, dat andere aspecten uit het dagelijks leven, zoals het landschap waarin zij leefden, vrijwel niet is afgebeeld. Geen heilige bomen of dagelijks voedsel zoals de veel voorkomende rendieren die nergens in Lascaux terugkomen.

Recent is de stelling geponeerd dat het hier om sterrenkaarten gaat. De vele stippen rond en boven de dieren zouden de prehistorische sterrenhemel representeren. Met een beetje goede wil zijn de Pleiaden en het sterrenbeeld Stier te herkennen.

Soms wordt getracht een analogie te vinden met hedendaagse ‘primitieve’ volken. Zo maken de San in zuidelijk Afrika hun schilderingen nadat zij zichzelf in trance hebben gedanst. De grottekening als hallucinatie.

We zullen nooit precies weten wat de mens toen bezielde. Maar dat maakt de fascinatie niet minder. In de jaren na de opening voor het publiek was Lascaux direct een populaire attractie. Zo populair dat al in de jaren ’50 de schilderingen beschadigd raakten. Door de uitgeademde lucht en het vocht van al die lichamen die langs de schilderingen schuurden. Dit werd zo’n bedreiging dat de grot in 1963 werd gesloten voor het publiek en alleen nog toegankelijk was voor wetenschappelijk onderzoek. Om de nieuwsgierigheid toch te bevredigen werd in 1983 Lascaux II aangelegd. Niet alle zalen werden nagemaakt, alleen “De Gallery”, “De Grote Zaal van de Stieren” zijn te bewonderen.

Blijft één vraag nog overeind. Hebben wij hier te maken met kunst? Na dit bezoek aan Lascaux II ga ik ook nog de originele schilderingen in de grotten van Pech Merle, Font-de-Gaume en Combarelles bekijken. Na het zien van zoveel moois kan ik deze vraag alleen maar met een volmondig “JA!” beantwoorden. En mijn dochters met mij.

PS. Ik heb ook alle antwoorden goed gerekend waarin andere grotten dan Lascaux werden genoemd.

27
feb
12

Het Melkmeisje – Johannes Vermeer (± 1658)

Een stil leven?

Er was enige verwarring over het feit dat ik ‘stilleven’ in de beschrijving gebruikte. Mag ik dit schilderij eigenlijk wel zo noemen? Volgens van Dale is een stilleven:

Een groepering van onbeweeglijke voorwerpen als model voor een schilder, tekenaar, fotograaf… 

… het stilleven maakt een aanmerkelijk deel uit van de nalatenschap der Oud-Hollandse school; in het stilleven wordt het motief opgenomen in een puur beeldende visie waarin de objecten een andere werkelijkheid krijgen.

Wikipedia voegt hier nog aan toe:

Een stilleven is een artistieke compositie van roerloze of levenloze voorwerpen, die met zorg zijn belicht.

Met deze omschrijving in mijn achterhoofd kijk ik eerst even naar een paar andere stillevens. Een erg fraai voorbeeld zijn die van de 17e eeuwse Adriaan Coorte. Als we kijken naar een van zijn ‘Asperges-stillevens’ dan zien wij deze kunstvorm in perfectie. Het bundeltje samengebonden witte goud wordt zo mooi belicht dat de bovenste asperges bijna doorschijnend lijken. Waar deze asperges verser dan vers lijken, begint onderin al het verval. De buiten de bundel gevallen asperge lijkt niet meer voor consumptie geschikt.

Een moderne variant hiervan vinden we terug bij de Groningse schilder Henk Helmantel. Als we kijken naar het schilderij ‘Witte Kom met Eieren’ dan herkennen we dat Helmantel zich schatplichtig voelt aan zoals hij zelf zegt, ‘vijf eeuwen Europese schilderkunst’. Het licht-donker onderscheid is weliswaar minder nadrukkelijk dan bij Coorte maar zeker herkenbaar.

In deze traditie hoort op het eerste gezicht ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer niet thuis. Juist vanwege dat melkmeisje. Maar kijken we even door het feit heen dat we hier met een levend persoon hebben te maken, dan openbaart zich een heus stilleven. Allereerst natuurlijk de kan waaruit een dun straaltje melk als bevroren de eeuwigheid overleeft. Het brood in de mand en in brokken daarnaast lijkt nog net zo vers als 350 jaar geleden. Op de grond staat een stoof met daarin de nog nagloeiende kolen. Daarachter een vijftal Delfts blauwe tegels langs de plint. Naast het raam hangen roerloos een rieten mand en een koperen keteltje. Daarnaast een op het eerste gezicht helemaal witte muur. Als we iets nauwkeuriger kijken zien we spijkergaatjes. Alsof er ooit wel iets heeft gehangen. Uit recent radiografisch onderzoek blijkt dat Vermeer in een vroege versie een schilderij aan de muur had geschilderd.

Maar het meest opvallend is het licht. Hetzelfde licht als bij Adriaan Coorte. Verpletterend valt het naar binnen. Op het brood, op het straaltje melk en natuurlijk op het melkmeisje. Haar ontblote onderarmen vormen dankzij het licht het hart van het schilderij. Haar gezicht, met de halfgeopende mond lijkt dankzij het licht nog geconcentreerder. Het geel van haar blouse steekt nog sterker af bij het donkere blauw van de schort. Alsof het melkmeisje, eigenlijk moeten we hier spreken van een dienstmeid, iets te verbergen heeft. Iets waardoor het uitschenken van de melk en de andere symbolen een diepere lading krijgen. Herbergt de schoot van Het Melkmeisje van Vermeer een stil leven?

15
feb
12

De Overgave van Breda, ‘Las Lanzas’ – Diego Velásquez (1634-1635)

De Overgave van Breda

Het is alweer bijna 25 jaar geleden dat ik dit schilderij zag hangen in het Prado in Madrid. Ik weet nog dat ik verbaasd was toen ik, na een vluchtig bekijken van het schilderij, de titel las. Beeld en onderschrift pasten gevoelsmatig niet bij elkaar. In plaats van verlies en vreugde is er vooral vrede en compassie te zien. Dat is het duidelijkst te zien aan de twee centrale figuren in het schilderij. Links staat licht onderdanig Justinus van Nassau, de verdediger van Breda. Alsof hij vrede heeft met de situatie overhandigt hij de sleutel van de stad. Hij geeft deze aan de bevelhebber van de Spaanse belegeraars, Ambrogio Spinola. Deze toont geen leedvermaak, maar duidelijk compassie door zijn rechterhand op de schouder van Justinus van Nassau te leggen. Alsof hij zeggen wil; “De volgende keer is het jouw beurt, kameraad.”

Ook de rest van het schilderij laat deze hoffelijkheid zien. Links de overwonnenen die de kijker redelijk gelaten en neutraal aankijken. Alleen de jonker bij het paard toont sporen van de nederlaag door middel van de bloedspatten op zijn witte jasje. Aan de rechterkant staan de overwinnaars. Ook op hun gezichten geen spoor van vreugde of vermaak. Op het ‘el Greco-achtige’ gezicht in het centrum van de Spaanse overwinnaars is met wat goede wil zelfs medelijden te bespeuren.

Toch is goed te zien dat de Spanjaarden de overwinnaars zijn. Spinola is bijna een kop groter dan de nederige Justinus van Nassau. De Spaanse soldaten staan ook hoger dan de overwonnen Nederlanders. Tevens staan zij in het licht, terwijl de overwonnenen met een plekje in de schaduw genoegen moeten nemen. De plaats van de vlaggen in het schilderij laat ook duidelijk zien wie er gewonnen en wie er verloren heeft. De vlag van de Spanjaarden bevindt zich rechts in de bovenste helft van het schilderij. Terwijl het blauw-rood-witte vaandel van de verliezers veel lager in het centrum van het schilderij nog maar net zichtbaar is. Ook staat het paard van Spinola krachtig vooraan in beeld. Terwijl het ietwat verscholen paard van Justinus van Nassau het hoofd licht neigt. Het feit dat we de achterkant van het paard van Spinola zien, zou kunnen duiden op de ontembaarheid. Van het paard en dus van de Spaanse furie.

Heel opvallend is verder de orde en wanorde van de wapenen. Rechts de lansen, links de hellebaarden. Fier domineren de lansen dusdanig het schilderij dat het in Spanje ook onder de naam ‘Las Lanzas’ te boek staat. De orde lijkt doorbroken te worden door enkele schuine lansen. Dit is echter schijn. Deze drie afwijkende lansen staan ook weer netjes evenwijdig aan elkaar.

Velasquez heeft trouwens ook opvallend veel aandacht besteed aan de achtergrond. Daar liggen niet alleen de smeulende en soms zelfs nog brandende resten van het belegerde Breda. We zien zelfs iets van het landschap er omheen. In een goed perspectief en opvallend gedetailleerd. Zeker als we in ogenschouw nemen dat Velasquez als voorbeeld op dat moment alleen nog maar inferieure landschapschilderingen tot zijn beschikking had. De Nederlandse landschapschilders beleefden later die eeuw pas hun hoogtepunt.

Noot 1. Rechtsonder heeft Velasquez een wit vel papier geschilderd. Een prachtige plek voor zijn signatuur. Maar die vinden we nergens. Alsof de schilder wil zeggen: “Zo’n meesterwerk kan maar door één kunstenaar  zijn geschilderd.”

Noot 2. Het verhaal gaat dat een van de voorvaderen van Spinola, die uit het Italiaanse Genua kwam, mee zou zijn geweest met de Eerste Kruistocht. In het Heilige Land zou hij toen een doorn uit de doornenkroon van Jezus hebben gevonden. Hier ligt ook de basis van de familienaam, Spinula betekent namelijk doorn.

Noot 3. Breda is verschillende malen belegerd en veroverd. En paar jaartallen:

1577 Beleg door Filips van Hohenlohe-Neuenstein

1581: Breda door de Spanjaarden werd veroverd door Claudius van Berlaymont, furie van Houtepen

1590: Breda heroverd op de Spanjaarden door de list met het Turfschip van Breda door Maurits van Oranje

1624-1625: Beleg door Ambrogio Spinola

1637: Breda heroverd door de Republiek onder leiding van Frederik Hendrik van Oranje

30
jan
12

Brasilia, de nieuwe hoofdstad – Costa, Niemeyer e.a (1960)

 

Brasilia

“Een spiksplinternieuwe hoofdstad midden in de jungle.”

Dat leerde ik ergens eind jaren ’60 op de lagere school. Dat de nieuwe hoofdstad van Brazilië toen spiksplinternieuw was klopte. Alleen is het niet in het tropisch regenwoud gebouwd, maar op een savanneachtige hoogvlakte in de binnenlanden van Brazilië.

Al in de 19e eeuw waren er plannen voor een meer centraal gelegen Braziliaanse hoofdstad. In 1827 werd zelfs de naam Brasilia al genoemd door een adviseur van de toenmalige keizer Dom Pedro II. In 1883 schijnt de Italiaanse heilige Don Bosco een voorspellende droom te hebben gehad. Daarin zag hij een nieuwe futuristische hoofdstad ergens in het midden van Brazilië. In 1892 leidde de Belgische astronoom Louis Cruls een expeditie naar het gebied waar ruim een halve eeuw later Brasilia zou worden gebouwd. Hij deed onder andere onderzoek naar de leefbaarheid in dit gebied. Het was de Braziliaanse president Juscelino Kubitschek die in de jaren ’50 het definitieve initiatief nam tot de bouw. Op 21 april 1960 nam hij officieel de nieuwe hoofdstad in gebruik.

Het is uiteraard bijzonder dat er een nieuwe stad wordt gebouwd, maar het meest bijzondere is toch het feit dat het hier een kunstwerk betreft. Over de vorm en invulling van de stad is zeer goed nagedacht. Het is onder andere goed zichtbaar dat het idee voor de stad ontstond in een tijd dat het massale gebruik van de auto in opkomst was. De gebouwen, die op ruimte afstand van elkaar werden gebouwd werden verbonden door brede wegen. Meerdere personen hebben hun naam verbonden aan Brasilia.

Lucio Costa.

Deze Braziliaanse architect is de bedenker van het grondplan, het Plano Piloto, van de nieuwe hoofdstad. Vanuit de lucht lijkt Brasilia op een vliegtuig. Sommigen zien er een onregelmatig kruis in en weer anderen een libel. Het centrum van het plan werd gevormd door de centrale as, de Eixo Monumental. Hierlangs bevinden zich voornamelijk overheidsgebouwen, het Nationaal Museum en de Kathedraal van Brasilia. Op de vleugels, de Asa Norte en Asa Sul, zijn uiterst regelmatig geordend, grote woonblokken (superquadra’s) gebouwd. Lucio Costa is deels geïnspireerd door Le Corbusier.

Oscar Niemeyer.

Deze leerling en protégé van Costa is de architect van de belangrijkste gebouwen van Brasilia. Ook Oscar Niemeyer werd sterk beïnvloed door de ideeën van Le Corbusier.  Enkele gebouwen die hij ontwierp zijn het Palacio da Alvorado (Paleis van het ochtendgloren), het Nationaal Congres, het Palacio do Planalto, ministeries en de Kathedraal van Brasilia. Het gebouw van het Nationaal congres met zijn twee hoge strakke gebouwen en de laagbouw met de twee halve bollen, heeft wel iets weg van het hoofdgebouw van de Verenigde Naties. Bij het ontwerp van dit laatste gebouw was Niemeyer destijds ook betrokken geweest. Het Palacio da Alvorado ontleent haar naam aan een uitspraak van de initiator van de nieuwe hoofdstad, de Braziliaanse president Juscelino Kubitschek: ‘Que é Brasília, senão a alvorada de um novo dia para o Brasil?’  Wat zoveel betekent als ‘Wat is Brasilia, ware het niet het aanbreken van een nieuwe dag voor Brazilië?’ De Kathedraal van Brasilia is misschien wel het bekendste van de gebouwen die Niemeyer ontwierp. In deze voor kerken bijzondere vorm is een abstracte doornkroon te herkennen. Voor het gebouw staan de vier evangelisten en in de kerk hangen drie engelen aan het plafond.

 

Roberto Burle Marx

Hij is een van de voornaamste landschapsarchitecten die betrokken werd bij de aanleg van Brasilia. Beroemd is zijn watertuin bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

 

Sinds 1987 staat de hele stad op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Dit heeft echter ook een nadeel. De leefbaarheid van de stad werd er in de loop van de jaren niet beter op. Veel inwoners verlaten in de weekend de stad en voor alles moet je grote afstanden afleggen. In Brasilia is vrijwel niets op loopafstand.  Plannen om de leefbaarheid te vergroten door grootschaligere verbouwingen worden tegengehouden door de status als Werelderfgoed. Die bepaalt namelijk dat was is, behouden moet blijven. Restaureren ok, verbouwen nee. Het nadeel van een stad als kunstwerk.

02
jan
12

De Vallende Soldaat (foto) – Robert Capa (1936)

Voluit heet de foto ‘Loyalist Militiaman at the Moment of Death, Cerro Muriano, September 5, 1936.’ De foto is niet alleen de doorbraak van Robert Capa als oorlogsfotograaf. Het is misschien wel de beroemdste oorlogsfoto ooit gemaakt.

Capa is in 1913 in Boedapest als Endre Ernó Friedmann geboren.  Als linkse activist van Joodse komaf vlucht hij eerst van Hongarije naar Duitsland en na 1933 via Wenen naar Parijs. Hier leert hij Gerda Taro kennen en samen besluiten zij foto’s te maken onder de Amerikaans klinkende naam “Robert Capa.” Toen hun identiteit uitlekte besloot Friedman Capa als zijn naam aan te nemen. Hierdoor zijn de vroege foto’s van Gerda Taro jarenlang onderbelicht gebleven omdat die lang aan de fotograaf Capa zijn toegeschreven. In 2009 was er in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam een mooie tentoonstelling van deze vrouwelijke fotograaf. In 1936 besluiten zij naar Spanje te vertrekken om aan de zijde van de antifascistische republikeinen de Spaanse Burgeroorlog in foto’s te verslaan. Op 5 september schiet hij de foto die bekend zal worden als “De Vallende Soldaat.”

Met name de laatste decennia is er veel discussie geweest of de foto wel echt is. Er is door deskundigen gekeken naar de stand van de zon op de foto en zoals die op de aangegeven locatie is op 5 september op het tijdstip van fotograferen. Er is gekeken naar de heuvels op de achtergrond. Kloppen die wel met de aangegeven locatie? De ene keer is men ervan overtuigd dat het een vervalsing is. Ander onderzoek waaruit de authenticiteit van de foto zou blijken, heeft de “vallende soldaat” geïdentificeerd als Frederico Borell García. De discussie is nog steeds niet verstomd als de foto in 2009 wordt tentoongesteld tijdens de expositie This is War! in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Lees de artikelen en oordeel zelf zou ik zeggen.

Een jaar na het maken van deze foto komt zijn partner Gerda Taro te overlijden nadat zij onder een tank terecht is gekomen. In 1938 reist Capa naar China om foto’s te maken van het Chinese verzet tegen de Japanse overheersing. In de Tweede Wereldoorlog is Robert Capa erbij als de geallieerden in Normandië landen. Op Omaha Beach maakt hij meer dan honderd foto’s. Kort na de oorlog richt hij met enkele collega’s het fotopersbureau Magnum op. In 1948 trekt hij door de jonge staat Israël. Begin jaren vijftig gaat hij voor Life-magazine naar de ontluikende oorlog in Indo-China. Daar stapt hij 25 mei 1954 op een landmijn en overlijdt korte tijd later aan zijn verwondingen.

12
dec
11

Bankbiljet 250 gulden, ‘de Vuurtoren’ – R.D.E. ‘Ootje’ Oxenaar en J.J. Kruit

Toen ik ergens rond 1975 mijn eigen bankrekening opende, was er van pinnen nog geen sprake. Voor cash geld stond je binnen bij de bank in de rij. Achter vuistdik glas werd je paspoort gecontroleerd voordat het geld werd overhandigd. Sinds een paar jaar was dat het papiergeld dat was ontworpen door R.D.E. ‘Ootje’ Oxenaar (Erflaters II-serie*).  De voorgangers, behorende tot de zogenaamde Erflaters I-serie van Eppo Doeve, kwamen toen nog sporadisch in de portemonnee terecht. Opvallend aan de nieuwe briefjes van Oxenaar was het felle kleurgebruik. Een traditie die tot het eind van de gulden stand zou houden.  In het buitenland werd er overigens regelmatig wantrouwend naar ons ‘monopolygeld’ gekeken. Dit werd nog erger toen Michiel de Ruyter werd vervangen door de Snip en de nieuwe briefjes van 50 en 250 gulden (de felgele Zonnebloem en de paarse Vuurtoren) in omloop werden gebracht.

Dit laatste biljet beschouw ik nog steeds als het mooiste bankbiljet dat ik ooit in handen heb gehad. Voor mij werd hier het ontwerpen van een bankbiljet tot kunst verheven. Geen nationalistische kijk op geld, maar een esthetische. In eerste instantie wilde Oxenaar het Rietveld-Schröderhuis op het biljet van 250 gulden afbeelden. Dit werd afgewezen, waarschijnlijk omdat de andere grote steden zich gepasseerd zouden kunnen voelen. Rotterdam zou de Euromast erop willen hebben en Den Haag de Ridderzaal, om over Amsterdam maar te zwijgen. Het werd uiteindelijk de neutralere vuurtoren van Haamstede. Op deze manier ontstond ook een bankbiljet met een makkelijke bijnaam, net als bij de Snip en de Zonnebloem.

De vuurtoren komt uit in 1986 en zal tot de komst van de euro in 2002 het enige biljet van 250 gulden blijven dat ooit in Nederland in omloop is geweest. Ik ga niet in op alle beveiligingskenmerken zoals de watermerken. Maar één aspect maakt dit biljet extra fraai. Met het briefje van 250 in je portemonnee had je ook poëzie op zak. Voor de lezer met zeer goede ogen of een leesbril, was in kleine lettertjes een fragment te lezen van het gedicht ‘Een eerlijk zeemansgraf van J. Slauerhof. Dit stond er in de ‘hals’ van de vuurtoren te lezen:

De golven slaan in woesten dans,
De wolken stormen langs de zon
En breken op den horizon,
De vuurtoren staat in ‘t geklots,
Fier op zijn eenzaamheid, zijn rots,
Alsof de zware stalen trans
Zich zonder hem niet welven kon.

Deze Erflaters II-serie werd eind jaren ’80 vervangen door een serie abstracte bankbiljetten die ontworpen waren door Jaap Drupsteen. Als enige van de drie ‘kunst-biljetten’ van Oxenaar werd toen ook de Snip vervangen. Er kwamen geen nieuwe biljetten van 50 en 250 gulden. 
   




Archief

Tweets


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.538 other followers