Archief voor de categorie 'Allerlei korte verhalen'

14
dec
11

Als je niet tegen je verlies kunt: Wordfeud-tips

De dobbelstenen vlogen door het raam.

Risk spelen samen met klasgenoten die ook niet tegen hun verlies kunnen. Nachtenlang landen veroveren, legers verliezen en uiteindelijk hele continenten bezetten. Niet alleen door geluk met de dobbelsteen, maar ook door allerlei afspraken te maken en die weer te breken. Later gevolgd door het vredelievendere Trivial Pursuit en het eveneens verslavende Kolonisten van Katan. Verliezen was niet alleen voor mij niet leuk, maar ook voor mijn tegenstanders.

Leve de smartphone.

Veel ouderwetse bordspellen kunnen nu ook online gespeeld worden. Tegenstanders hebben geen last meer van mij als ik verlies en er sneuvelen ook geen ruiten meer. Al moet ik soms wel oppassen om niet mijn iPhone door de kamer te gooien. Dit laatste gebeurt regelmatig bij HET verslavende spel van 2011; Wordfeud. Om mijn iPhone heel te houden heb ik allerlei technieken ontwikkeld om zo vaak mogelijk als winnaar uit de strijd te komen.

Een paar van die tips & tricks wil ik toch graag met jullie delen. Want ik speel toch het liefst tegen gelijkwaardige tegenstanders. En hoe beter de tegenstanders, des te zoeter smaakt de winst.

  1. Speel zo schoon mogelijk. Gebruik geen app’s en andere online hulpmiddelen die je helpen om woorden te leggen die je zelf nooit gevonden zou hebben. Even in de Van Dale (papier of online) opzoeken of een woord bestaat kan wat mij betreft geen kwaad. Al is dat eigenlijk niet nodig omdat je alles kunt uitproberen en niemand er last van heeft als jij ‘foute’ woorden op het bord legt.
  2. Probeer daarom ook gewoon regelmatig de gekste combinaties uit. Het kan verrassende woorden en onverwachts hoge scores opleveren. Word daarnaast niet boos als ‘logische’ woorden niet worden goedgekeurd. De lijst wordt regelmatig bijgewerkt en je tegenstander heeft dezelfde beperking.
  3. Wees niet bang je letters te ruilen. Zeker als de stand nog dicht bij elkaar zit. Heb je bijvoorbeeld allemaal medeklinkers, ruil er dan zoveel mogelijk. Bewaar wel die ene S (zie punt 8). Pas op als je besluit maar 3 of 4 letters te ruilen. De kans bestaat dat je er weer medeklinkers voor terug krijgt. De levert weer frustratie op.
  4. Twee- en driemaal woordwaarde (DW en TW) lijken het meest op te leveren. Maar vaak levert driemaal letterwaarde (TW) meer op. Vooral als je daar slim mee omgaat. Zeker als het vakje naast een klinker ligt, kun je daar een medeklinker met een hoge letterwaarde kwijt. Zeker als het een letter is die bij twee woorden tegelijk hoort. Zo kan je door EX onder ME te leggen zomaar 54 punten verdienen.
  5. Soms heb je een zevenletterwoord op je plankje liggen. Dit levert naast de letter- en woordwaardes nog eens een bonus van 40 punten op. Hoe verder het spel is gevorderd, hoe lastiger het wordt het woord nog kwijt te kunnen. Je kunt dan passen in de hoop dat een beurt later het bord er gunstiger voor ligt. Pas nooit vaker dan één keer. Je tegenstander heeft het vaak door en zal niets weggeven en ondertussen wel scoren en dus uitlopen. In een paar beurten is je achterstand vaak onoverbrugbaar.
  6. DE lastigste letters zijn de Q, X en Y. Hou ze niet vast, maar speel ze zo snel mogelijk. Ook als dit niet veel oplevert. Met deze letters op je bord kun je vrijwel nooit een zevenletterwoord maken en als je er mee blijft zitten kan een Q je zomaar 20 punten kosten (bij jou eraf, bij je tegenstander erbij als hij het spel uitspeelt).
  7. Leg niet zomaar je mooie woord neer. Kijk welke velden bereikbaar worden voor je tegenstander. 40 punten voor jou kunnen zomaar 100 punten betekenen voor je tegenstander. Zeker als het rijtje DW en TW (bij elkaar 6x woordwaarde) open komt te liggen. Zelfs met maar 10 punten aan letters, levert dit al 60 punten op. Als je dit toch moet doen, leg daar dan moeilijke letters neer. Een Z of een V op het eind is erg lastig en een klinker aan het begin is ook niet makkelijk. Tevens geef je dan ook niet veel punten weg.
  8. Probeer zo vaak mogelijk meerdere woorden tegelijk te leggen. Het handigst kan dat door een letter voor of achter een bestaand woord te leggen en dan kruiselings het nieuwe woord te maken. Dit levert meer punten op dan je nieuwe woord gewoon kruiselings over een ander woord te leggen. Het handigst is ongetwijfeld de letter S. Zo maak je van veel woorden makkelijk de meervoudsvorm. Vaak leveren korte woorden parallel aan een bestaand woord ook veel punten op. Als er GESP ligt levert het woord ZOU ook de woorden ZE, OS en UP op. Met een beetje geluk heb je op deze manier snel meer dan 30 punten verdiend.
  9. Blijf maximale woorden spelen. Ook als je 100 punten voorstaat. Voor je het weet speelt je tegenstander een zevenletterwoord met drie keer woordwaarde en is je voorsprong verdampt.
  10. Probeer het spel uit te spelen. De punten op het plankje van je tegenstander komen er bij jou bij en gaan er bij de ander af. Dit kan het verschil tussen winst en verlies betekenen.

 

29
aug
11

Vader & Dochter

De plaatjes op het digibord beginnen te dansen. Daar heeft Josje altijd last van als haar juf het over geschiedenis heeft. Al die verhalen over veel te lang geleden interesseren haar niets. Haar gedachten dwalen af naar vorige week.

“Josje schiet je op?” roept haar vader onderaan de trap.
“Ja-aa, ik ben bijna klaar. Nog even mijn haar doen.” Ze staat in de badkamer voor de spiegel. Ze weet niet of ze een staart in zal doen of niet. Ze kijkt om zich heen. Omdat ze nergens een elastiekje ziet liggen is de beslissing toch sneller genomen dan normaal. Als ze even later op de fiets zit, baalt ze wel. Ze heeft nu al statisch haar.

“Josje, loop je door, anders missen we de trein,” roept haar vader terwijl hij naar de roltrap loopt.
“Ja-aa, ik kom eraan.” Ze legt het tijdschrift terug en loopt snel de Bruna uit. Heel even weet ze niet waar haar vader is, maar dan ziet ze net nog zijn kale achterhoofd. De rest van zijn lichaam is al bijna beneden. Ze rent hem achterna en ze komt gelijk met hem op het perron aan. De trein is er nog niet.

“Josje, trek je jas aan, we zijn er bijna,” zegt haar vader terwijl hij opstaat en beide jassen uit het bagagerek vist.
“Ja-aa, even deze bladzij uitlezen.” Verstoord kijkt ze op uit haar spannende boek. Haar vader pakt altijd veel te vroeg zijn jas. Meestal staan ze dan veel te lang op het balkon te wachten tot de trein stilstaat. Nu schrikt ze toch wel als de trein plots remt. Ze zijn er eerder dan zij had verwacht. Snel trekt ze haar jas aan. Ze loopt achter haar vader aan naar de uitgang. Op het perron ontdekt ze dat haar boek nog in de trein ligt. Gelukkig blijft de trein nog wel even staan, zodat ze het boek niet kwijt is.

“Josje, kom je mee, dan halen we de volgende metro nog,” roept haar vader terwijl hij met het kaartje naar de klapdeurtjes loopt.
“Ja-aa, ik kom eraan.” Ze snap niets van de haast van haar vader. Iedere vijf minuten komt er wel een metro. Als ze ziet dat haar vader zonder om te kijken door de klapdeurtjes loopt, gaat ze hem toch snel achterna. Daarbij blijft ze met haar jas haken. Een winkelhaak is haar eerste souvenir.

“Josje, kom je mee, dan gaan we naar de Mona Lisa,” zegt haar vader terwijl ze bij het schilderij met een soort van reddingsvlot staan.
“Ja-aa, ik kom eraan.” Geboeid blijft ze nog even naar de drenkelingen kijken. Als een chaotische menselijke piramide proberen ze zwaaiend met stukken kleding de aandacht van voorbijvarende schepen te trekken. Als ze naast zich kijkt, ziet ze dat haar vader al weg is. Als ze hem bij de opvallend kleine Mona Lisa weer tegenkomt, baalt ze dat ze vergeten is op te schrijven hoe het schilderij van daarnet heette.

“Josje, blijf je wel in de buurt?” roept haar vader vanuit de rij voor de Eiffeltoren.
“Ja-aa, ik ga alleen even daar kijken.” Ze wijst naar een kiosk met Eiffeltorens in alle soorten en maten. Ze zou sleutelhangers meenemen voor haar vriendinnen. Als ze terug komt, ziet ze haar vader nergens staan. Ze schrikt als ze een hand op haar schouder voelt.

“Josje, zit je weer te dromen.” Ze schrikt van de stem van juf Lianne.
“Blijf je wel bij de les?”

PS. Het plaatje is uit de prachtige animatiefilm “Father & Daughter” van Michael Dudok de Wit.

PPS. Dit verhaal is eerder gepubliceerd op SchrijfbloQ

19
jun
11

Vals Plat

Ik zal een jaar of veertien geweest zijn. Rijdend op mijn nieuwe Peugeot racefiets door het heuvelachtige Gooi, voelde ik mij Lucien van Impe. Deze kleine Belg had dat jaar Joop Zoetemelk afgetroefd in de Tour de France. In de bergen leek de zwaartekracht voor hem een stapje opzij te doen. Zonder noemenswaardige problemen reed hij de ene col na de andere omhoog. De kleinste helling werd door mij dan ook omgedoopt in Tourmalet of l’Alpe d’Huez. Zwetend maar voldaan kwam ik dan boven. In gedachten toegejuicht door een uitzinnige menigte.

Van mijn zakgeld kocht ik allerlei zaken om nog meer op een echte wielrenner te gaan lijken. Een bidonhouder met bidon met op de fles reclame voor Gan-Mercier, een petje van Kas en vingerloze handschoentjes. Maar het meest trots was ik op de echte wielerbroek. Met zeemleer in het kruis. Samen met drie vrienden fietste ik die hele zomer door de heuvels rond Hilversum. Soms reden we een lange etappe van bijna honderd kilometer met een sprint op de laatste ‘berg’, soms alleen een tijdrit van nog geen tien kilometer.

Mijn vuurdoop zou ik krijgen in Frankrijk. Op vakantie in een klein dorpje iets ten zuiden van Limoges (in mijn fantasie zag ik in de verte de Puy de Dome) werd er een heuse wielerwedstrijd georganiseerd. Een rit van zestig kilometer (10 rondjes van zes kilometer) waar iedereen tussen de 12 en 16 jaar aan mee mocht doen. Omdat ik mijn fiets na veel zeuren had meegekregen, schreef ik mij ook in. Er deden uiteindelijk 13 jongens mee, waarvan zeven van onze camping. Ik wist dat die vooral meededen omdat ik ook meedeed en dat dit niet echte concurrenten zouden zijn.

Nadat ik mij had ingeschreven zou het nog een week duren voordat de wedstrijd zou plaatsvinden. Elke dag reed ik het parcours van de wedstrijd en de laatste kilometer reed ik nog vaker. Dit was gelukkig makkelijk te doen omdat de finish voor de ingang van de camping lag. Een dag voor de wedstrijd had ik helemaal uitgevogeld waar ik mijn slag zou moeten slaan. Er zaten in het begin weliswaar een paar pittige klimmetjes, maar vlak voor de finish was een stuk van een paar honderd meter vals plat. Op het oog liep dit stuk weg vlak tot aan de finish. Maar als je in een te zware versnelling bleef rijden was je na honderd meter al uitgeput en kansloos. Hier zou ik mijn slag slaan. Ik zou proberen in de voorlaatste ronde te demarreren. Als dat niet lukte zou ik in de laatste ronde hier vroeg de sprint aan gaan.

Op de grote dag ging het precies zoals ik dacht. De andere jongens van de camping moesten al na een paar ronden afhaken en met nog twee ronden te gaan waren we nog met z’n drieën over. Ik en nog twee Franse jongens, een lange magere en een kleinere. Omdat mijn Frans niet verder ging dan ‘quattre croissants’ kon ik niets tegen die jongens zeggen. Maar een groter nadeel was dat die twee jongens elkaar kenden en de hele tijd tegen elkaar aan het praten waren. Aan de toon begreep ik op een gegeven moment dat ze het erover hadden om die ‘toerist’ niet te laten winnen. Bij elke helling demarreerde eerst de lange magere en dan de kleine en ik moest die dan omstebeurt in mijn eentje proberen terug te halen. Dat lukte wel, maar ik was te moe om in de voorlaatste ronde zelf aan demarreren te denken.

Zo gingen wij de laatste ronde in. Ik had goed zitten opletten en het was mij opgevallen dat de beide jongens in een iets te zware versnelling steeds dat stukje vals plat waren opgereden. Dat was nog steeds mijn kans. Ook deze ronde hadden de twee geprobeerd mij eruit te rijden. Maar het viel mij wel op dat de lange magere minder meedeed. Hij was of te moe of zijn krachten aan het sparen. Ongezien schakelde ik vlak voor het stuk vals plat terug naar een lichtere versnelling. Ik ging achteraan rijden en wachtte mijn kans af. Op ongeveer 400 meter voor de finish versnelde ik en haalde de twee jongens snel in. Ik durfde niet om te kijken, maar ik was ervan overtuigd dat ik een gaatje had geslagen en de wedstrijd zou winnen. Op ongeveer 100 meter van de finish keek ik toch even achterom. Ik schrok toen ik die lange magere vlak achter mij zag zitten. Ik ging weer op mijn pedalen staan. Op het moment dat ik extra wilde aanzetten voelde ik een tik tegen mijn achterwiel. Ik raakte uit balans. Ik slingerde naar rechts en samen met die lange magere jongen viel ik in de droge greppel naast de weg. Ik hoorde de kleine jongen die achter ons reed voorbijkomen. Ik pakte snel mijn fiets op, maar zag dat haasten geen zin meer had. Ik werd nog wel tweede, maar was daar niet blij mee.

Direct na de finish kwam mijn vader op mij af.

“Pap. Ze hebben vals gespeeld. Die kleine en die lange magere moeten worden gediskwalificeerd,” riep ik verontwaardigd.

“Rustig jongen. Wat is er aan de hand?”

Ik legde hem uit wat er was gebeurd.

“Jongen, dat is geen valsspelen. Bij het wielrennen noemen ze dat een combine.”

Ik heb daarna nooit meer op mijn racefiets gezeten. Dankzij de broek met zeemleer ben ik twee jaar laten nog wel kampioen paalzitten geworden in het Friese Idserdaburen.

 

Dit verhaal verscheen eerder op www.schrijfbloQ.nl

13
jun
11

De wielrenner en zijn dochter

Het regent al drie dagen onafgebroken en zijn peloton is op weg van Arras naar Carency. Korporaal Francois Faber kijkt om zich heen. Volgens de kalender is het al bijna twee maanden lente. Hij merkt er niets van. De grauwheid die al ruim negen maanden over Noord-Frankrijk ligt, heeft ook hier het landschap in haar greep.

“Bent u dé Francois Faber?” vraagt de soldaat naast hem.

“Ja,” zegt hij kortaf.

“Jongens, dit is Francois Faber, de Tourwinnaar,” schreeuwt de soldaat enthousiast.

Een enkeling kijkt even om, maar de massa beweegt zich met dezelfde traagheid voort. Francois snapt dat wel. Er is slechts één ding belangrijk; overleven. De Tour de France die hij in in 1909 won, lijkt een eeuwigheid geleden. Ook de etappes die hij de laatste Tour won, kan hij zich amper nog herinneren. Niet lang daarna brak de Grote Oorlog uit. Hij denkt aan Michelle, zijn vrouw. Hij pakt voor de zoveelste keer de brief die zij hem een paar maanden geleden heeft geschreven. Na allerlei ditjes en datjes staat het helemaal onderaan: “Wij krijgen een kind!”

Drie weken na het uitbreken van de oorlog meldde hij zich bij het Vreemdelingenlegioen. Sinds die 22e augustus 1914 heeft hij Michelle niet meer gezien. Ze was toen dus net zwanger. Hun kind kan nu elk moment worden geboren. Misschien is hij zonder het te weten al vader.

“Denkt u dat er dit jaar nog een Tour de France komt?” vraagt dezelfde soldaat die nog steeds naast hem loopt.

“Misschien,” zegt hij zachtjes terwijl hij naar beneden kijkt. Hij ziet de modderklodders als glimmende naaktslakken van zijn laarzen glijden. Ondertussen sijpelt het water langzaam langs zijn rug naar beneden. Aan de rillingen raakt hij nooit gewend. Hij hoopt ook dat de oorlog snel is afgelopen. Of hij dan weer op de fiets stapt weet hij nog niet. Op dit moment kan hij alleen maar aan morgen denken. Als de loopgraven weer voor enige tijd zijn thuis zullen zijn. De laatste keer verloor hij een paar van zijn beste soldaten. De meesten zonder hun vijand te hebben gezien.

De volgende ochtend wordt hij al vroeg wakker van het artilleriegebulder. Zij zitten nog in de achterste loopgraven. Na de eerste aanval die op deze artillerieaanval volgt, zal zijn peloton naar voren trekken. De volgende aanval is dan voor zijn peloton. Waarschijnlijk ergens vanmiddag. Hij gaat naar buiten en loopt gebukt door de loopgraaf. Ook hier moeten ze oppassen voor Duitse sluipschutters. Hij ziet dat zijn soldaten zich ook aan het klaarmaken zijn. Hij wil net de soldaat die gisteren naast hem liep aanspreken als hij zijn naam hoort roepen. Op een drafje komt er een ordonnans op hem afgelopen.

“Korporaal Francois Faber?” vraagt de man als hij vlakbij hem tot stilstand komt.

“Ja, dat ben ik.”

“Een telegram voor u.” Met de motorhandschoen tussen zijn lippen haalt hij een papier uit zijn tas. “Alstublieft.” Hij wacht het dankjewel niet af, doet zijn handschoen weer aan en rent terug naar zijn motor.

Francois vouwt het telegram open en leest snel het bericht waar hij al dagen op hoopt.

“Ik heb een dochter!” roept hij uit. Met beide handen omhoog maakt hij een kleine vreugdesprong. Vrijwel tegelijkertijd klinkt er een droge knal. Als Francois weer terug op de grond komt, zakt hij direct door zijn knieën. Terwijl zijn rechterhand naar zijn borst gaat, valt hij voorover in de modder. Het telegram hangt als bevroren boven de loopgraaf.

Naschrift

Francois Faber was niet de enige Tourwinnaar die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde. Ook zijn voorganger Lucien Petit-Breton en zijn opvolger Octave Lapize overleefden de Grote Oorlog niet.

 

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op www.schrijfbloq.nl

08
mrt
11

Libie en Gadaffi; een kritische blik in 2006

Onderstaand verhaal heb ik geschreven na mijn bezoek aan Libië in 2006. Ik was daar toen om de totale zonsverduistering mee te maken. Overal werd Gadaffi geëerd en toch was er soms op een subtiele manier kritiek op de almachtige leider.

Tijdens mijn reis naar de eclips midden in de woestijn van Libië, was het absolute noodzaak dat ik goed beschermd zou zijn tegen de felle zon. Factor 35 alleen zou niet helpen, lange mouwen, een lange broek en natuurlijk een goed hoofddeksel waren noodzakelijk. Een paar jaar geleden heb ik in Zuid-Afrika een prachtige leren hoed gekocht die zeker zou voldoen en die dan ook mee zou gaan. Ik was op Schiphol net door de douane toen mijn oudste dochter, Anna belde met de mededeling: “pappa, je hebt je hoed vergeten!” Teruggaan was er niet meer bij en een korte zoektocht in de taxfree leverde ook niets op. Dan maar in Tripoli proberen iets op de kop te tikken. In Tripoli was een petje van de New York Yankees (NY, made in China) het enige waar ik voor korte tijd mijn hoop had gevestigd. Maar in Sebha aangekomen merkte ik al snel dat die klep alleen niet voldoende was. Oren en nek zouden binnen de kortste keren onbehoorlijk gaan verbranden. Ik ging op zoek, naar een hoofddoek a la Gadaffi, al 36 jaar de held van het land. Overal kom je zijn trotse hoofd op posters tegen en je vindt zijn portret zelfs terug op horloges.

Toen ik in Sebha een kledingzaak binnenstapte en uitlegde wat ik wilde werd ik door de baas dan ook vakkundig aangekleed. Allereerst werd mij een ses (hoofdtooi van 3 meter doek) aangemeten. Deze werd om mijn hoofd gewikkeld zoals kolonel Gadaffi deze ook vaak draagt. Vervolgens kreeg ik een djellaba (jasachtige jurk) aan en moest ik mijn eigen bril inruilen voor de zonnebril van een groepsgenoot van mij. Nadat mij ook nog een stok in handen was geduwd, was het opzetten van een intelligente blik, met de kin omhoog en de rechterhand tegen mijn rechterwang voldoende om de imitatie van Gadaffi te vervolmaken. Het opmerkelijke was dat deze imitatie niet mijn initiatief was, maar dat van de baas van de kledingzaak. Op deze verkapte manier werd kritiek geleverd op de alleenheerser van dit mooie land. Nadat ik mij van alle kledingstukken had ontdaan verliet ik zijn zaak met alleen de ses.

De komende dagen in de woestijn zou ik deze niet op de Gadaffi-manier dragen, maar zoals de Toearegs dat doen. Door enkele reisgenoten werd ik dan ook Lawrence of Arabia genoemd. Zeker toen mijn baard, bij gebrek aan (warm) water, na een kleine week steeds prominenter mijn kin en wangen ging sieren. Ik heb in de woestijn mijn hoed geen moment gemist!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

03
sep
10

Tweets @verhaal140 juli 2010

Tien tweets die in juli door mij op Twitter zijn gezet. Het gaat hier om een selectie. De rest staat uiteraard nog steeds ergens op datzelfde Twitter. Alle verhalen zijn exact 140 karakters lang.

Verhaal geschreven voor @lucyboogaard met het woord ‘volle maan’

De volle maan werpt lange gerafelde schaduwen. Verder heerst er totale rust. Het lijkt stilte voor de storm. Cas houdt z’n adem in. De zon!

Verhaal geschreven voor @tessartdesign met het woord ‘verbeeldingskracht’

Isa ziet de appel ver van de boom liggen. Door haar verbeeldingskracht kan ze Newton tegenspreken. “The only way is up!” zingt ze luidkeels.

Verhaal geschreven voor @coruzeel met het woord ‘muziek’

Muziek begeleidt hem op zijn weg omhoog. De wenteltrap lijkt niet op te houden. Voor ‘t eerst heeft hij geen last van hoogtevrees. Ademloos.

Verhaal geschreven voor @nielsfcwillems met het woord ‘speelkwartier’

Nooit meer stress. Geen burn-out. Niet een jaar lang een sabbatical. 15 minuten loskomen van je werkzaamheden. Iedere dag een speelkwartier.

Verhaal geschreven voor @barbiew met het woord ‘maanlanding’

Direct na de maanlanding wordt de verbinding verbroken. De astronaut struikelt en blijft liggen. 41 jaar later wordt Bart wakker in Haarlem.

Verhaal geschreven voor @jantien010 met het woord ‘liefde’

Nooit meer knusse koude winternachten. Alleen nog klamme lakens in de zomerhitte. De klimaatverandering betekent zo het einde van de liefde.

Verhaal geschreven voor @sylvia_zegt met de woorden ‘hevig & teder’

Zo hevig was het niet eerder. Windvlagen bliezen torens weg. Tenten vlogen door de lucht. Veilig achter dikke muren streelde hij haar teder.

Verhaal geschreven voor @polderdom en @dorethv op de verjaardag van @fiederels i.v.m. de fietsactie op Twitter.

Beatrix vindt het maar niks. Voor haar kan ‘t gestolen worden. Maar dankzij dit sociale netwerk kan Els weer vooruit. Met Twitter als motor!

Verhaal geschreven voor @jeroenla met het woord ‘betrokken’

Als meteoroloog is dit z’n moment. Tropische temperaturen, zwarte lucht, botsende wolken. Omhoogkijkend raakt hij betrokken bij een ongeluk.

Verhaal geschreven voor @hondaluza met het woord ‘uitgeburgerde landpiraat

De uitgeburgerde landpiraat zit in het kraaiennest. Ze kijkt uit over de bergen. Daarachter ligt haar vaderland. Ze wil hem niet meer terug.

Verhaal geschreven voor @muur met het woord ‘gevoelig’

De bokser heeft een goede hoek en ‘n ondoordringbare verdediging. Slechts één klein nadeel. Hij is té gevoelig. Na elke klap zegt hij sorry.

31
aug
10

tweets @verhaal140 juni 2010

Tien tweets die in juni door mij op Twitter zijn gezet. Het gaat hier om een selectie. De rest staat uiteraard nog steeds ergens op datzelfde Twitter. Alle verhalen zijn exact 140 karakters lang.

Verhaal geschreven voor @papamarsie met het woord ‘vader’

Mark kijkt al zijn hele leven tegen zijn vader op. Hij doet niets zonder diens goedkeuring. Maar waar moet hij nu heen met zijn nekklachten?

Verhaal geschreven voor @justinedus met het woord ‘assertief’

“Ik ben niet agressief!” roept de bebrilde ridder. Hij grijpt zijn zwaard. Met één houw onthoofdt hij zijn tegenstander. “Ik ben assertief!”

Verhaal geschreven voor @adriaanbos met de woorden ‘pelgrim, zonder & zwerver’

De zwerver noemt zichzelf een pelgrim zonder huis. Hij hangt geen religies aan, maar hij gelooft wel. Vooral in de goedheid. En in zichzelf.

Verhaal geschreven voor @FrankBolder met het woord ‘improvisatie’

Als Jazzliefhebber reist Steef overal heen. Alles tot in de puntjes geregeld. Hij laat niks aan het toeval over. Een hekel aan improvisatie.

Verhaal geschreven voor @Josterre met het woord ‘zingeving’

Zingeving of leegte? Ze wist ‘t antwoord toen ze de pen ontdekte. De verhalen vloeien sindsdien. Als tranen van verdriet maar ook van geluk.

Verhaal geschreven voor @romenu met het woord ‘gedichten’

Zijn gedichten moesten de vergankelijkheid van het leven uitbeelden. Hein schreef ze op het strand. Elke vloed verdwenen ze weer. Ongelezen.

Verhaal geschreven voor @vrouw_polle met het woord ‘zingen’

“Pap, wil je niet zingen met mijn vrienden erbij?” Ooit zongen wij samen op de fiets uit volle borst. Nu slaat de schaamte onbarmhartig toe.

Verhaal geschreven voor @keuningcoaching met het woord ‘nieuwsgierig’

Zijn neus bloedt. Andermans zaken kunnen erg pijnlijk zijn. Hij kan niet bij z’n zakdoek. Het overhemd kleurt rood. Nooit meer nieuwsgierig.

Verhaal geschreven voor @paulavreeburg met het woord ‘onmogelijk’

“Hier is niets onmogelijk,” schreeuwt Plien tegen haar vader. “Dat is toch mooi?” antwoordt hij. “Nee, ik wil ook wel eens iets níet mogen!”

Verhaal geschreven voor @marikee met het woord ‘ballet’

Miljoenen kleine muggen dansen ritmisch boven de dijk. Daarachter glijdt een aak voorbij. Het geluid van de diesel is muziek bij dit ballet.

19
aug
10

De Eerste Druk

Met een verbaasde blik houdt hij het boek in zijn hand. Zijn jarenlange zoektocht is ten einde.

Hij had ooit nog wel eens een goedkope herdruk gevonden. Maar diep van binnen had hij het zoeken naar die eerste druk al opgegeven. Tientallen zoekopdrachten hadden niets opgeleverd. Deventer bezocht hij iedere keer trouw. Meerdere keren per jaar ging hij naar Breedevoort. Elke keer als hij in Wales was, bracht hij meerdere dagen in Hay-on-Wye door. Hoewel het gros van de boeken hier Engelstalig is, heeft bijna elke winkel wel een paar planken Nederlandse literatuur. Bijna iedere boekhandelaar kende hem. Regelmatig kreeg hij een mail van een van hen dat ze een tweede of hogere druk hadden gevonden. In het begin sloten ze altijd af met de zin; “We blijven zoeken!” Alleen de meest betrokken boekhandelaars hielden dit vol. Tot vanmorgen. Toen kreeg hij van een boekantiquariaat uit Hilversum een mailtje:

Van: info@joopkaasantiquariaat.nl

Onderwerp: Hebbes!

Datum: 13 april 2010 10:55:26

Aan: lucas.touwslager@gmail.com

Hallo Lucas,

Je gelooft het niet. Maar ik heb ‘m gevonden. Ik moest vanmorgen hier in Hilversum een boedel leeghalen met een stuk of tien dozen oude boeken. Nadat ik vluchtig had gekeken, dacht ik even dat er helemaal niets bijzat. Maar tot jouw geluk begaf de bodem van één van de dozen het. Toen ik de boeken in een andere doos deed en die ene voorkant zag, wist ik het meteen. ‘Dit is de eerste druk waar Lucas al jaren naar op zoek is’. Zelfs ik kreeg er kippenvel van.

Bel even wanneer je het komt halen.

Met boekgroeten,

Joop

Boekantiquariaat Joop Kaas

In- en verkoop van tweedehands boeken

035 2730608

Na een opgewonden telefoongesprek was hij direct in zijn auto gesprongen en naar Hilversum gereden. Joop had hem het boek cadeau gedaan.

“Als je mij vertelt waarom dit boek zo bijzonder voor je is.”

“Het is bijna 50 jaar geleden dat ik dit boek van mijn opa kreeg. Het was voor mijn tiende verjaardag.”

“Hoe komt het dat je het boek niet meer hebt dan?”

“Ik vond het zo’n mooi boek dat ik het overal mee naar toe nam.”

“En toen heb je het helemaal kapot gelezen?” onderbrak Joop hem.

“Nee, ik was er heel zuinig op. Zo legde ik het boek nooit opengeslagen neer. Ik gebruikte altijd keurig een boekenlegger.”

“Wat is er dan gebeurd?”

“Op mijn veertiende ging ik in de paasvakantie een paar dagen bij mijn opa logeren. Ik was er net toen hij onwel werd en met de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Ik ging toen met hem mee, maar ik heb hem niet meer gezien. Kort na aankomst in het ziekenhuis overleed hij. Totaal in de war ging ik daarna direct naar huis. Het boek lag nog bij mijn opa en ik heb het nooit meer teruggevonden.”

“Wow, wat een verhaal. Ik dúrf er niet eens meer iets voor te vragen.”

“Dankjewel Joop, dat waardeer ik zeer. Ik kom snel weer een keer langs, maar nu ga ik naar huis, want ik wil het boek direct gaan lezen.”

“Tuurlijk, dat snap ik.”

Iets te snel reed hij terug naar huis. Maar ook de flitspalen wisten blijkbaar dat het een bijzondere dag voor hem was.

Met het boek in zijn hand denkt hij even na en realiseert zich dat het bijna 48 jaar geleden is dat hij het boek kwijt is geraakt. Op 24 april 1962 overleed zijn opa.

Hij slaat het boek open om het te gaan lezen. Dan schrikt hij zich bijna letterlijk dood. Kippenvel doet de grijze haren op zijn armen recht overeind staan. Hij voelt een koude zweetdruppel langs zijn ruggengraat glijden. Op het schutblad staat met trillende letters een verkleurde boodschap;

“3 april 1958

Voor Lucas die vandaag tien jaar oud is geworden.

Je grootvader Cas Touwslager

Dit verhaal was eerder te lezen op www.SchrijfbloQ.nl

15
jul
10

15 juli 1410; Slag bij Tannenberg of hoe ontstaan aardpiramiden?

Het is 1410 en de slag bij Tannenberg is in volle gang. De legers van Polen en van de ridders van de Duitse Orde zijn aan elkaar gewaagd. Maar met de verwachte steun van de troepen uit het uiterste zuiden van het Duitse Rijk zal de strijd snel beslecht zijn. De troepen zijn al enkele weken geleden uit Tirol opgeroepen om over de Alpen naar de oostgrens van het Duitse Rijk te komen.

Maar op datzelfde ogenblik wachten in de Ritten, in het zuiden van Tirol, de ridders van de Duitse Orde op beter weer. Een dagen voortdurende stortregen heeft hen afgesloten van de buitenwereld. Overal denderen de beken met keien en stenen allesvernielend naar beneden. Zowel de weg voor als achter is weggeslagen. De dag lijkt op de nacht, het is al drie dagen donker.

Wanneer het noodweer is weggetrokken zien zij dat de weg waarover zij moeten oprukken heeft plaatsgemaakt voor een gapend gat. Grote rotsblokken liggen her en der op de helling. Vele donkere waterstroompjes zoeken  hun weg naar beneden. Diepe geulen en geultjes achterlatend. Voor de ridders is er geen doorkomen aan. Zij sturen een boodschapper naar het noorden om te vertellen dat hun komst nog wel even op zich zal laten wachten.

In de zomer van 2007 volg ik iets voorbij het in Nederland heel beroemde Collalbo de bordjes ‘Erdpyramiden Ritten’. Het pad is mooi aangelegd om zoveel mogelijk toeristen naar dit natuurfenomeen te lokken. Ik voel mij met mijn bergschoenen aan een beetje ‘overdressed’. Om te voorkomen dat de onwetende toerist te snel terugkeert kun je langs het pad ook twaalf staties van de kruisgang volgen. Het is prachtig helder weer en niets herinnert hier aan het noodweer van bijna 600 jaar gelden. Vlak voordat ik verwacht een eerste blik op de aardpiramiden te kunnen werpen, zie ik links van het pad iets wat op een stukje eeuwenoude weg lijkt. ‘Zou dit?’ vraag ik mij af. Het zal het restant zijn van een eeuwenoude weg, maar 600 jaar is wel erg lang. Maar ik geloof er graag in. Even verderop krijg ik een prachtig overzicht. De hele berg met op de voorgrond het gapende gat, waarin metershoge zuilen van klei, zand, grind en keien als gebeeldhouwd naast en voor elkaar staan. Met een beetje fantasie is er zelfs regelmaat te bespeuren. Daarachter de groene alpenweiden met een dorpje met de typische uivormige kerktoren en de zwart-witte huizen waar ik nog net niet de geraniums op de balkons kan onderscheiden. Het is dit ‘kleine’ gat dat de Duitse ridders ervan weerhield om hun weg te vervolgen zoals die nu nog, weliswaar geasfalteerd, over de groene alpenweide loopt.

Dat er in de Alpen in tijden van noodweer soms halve berghellingen naar beneden komen is niet eens zo bijzonder. Elke zomer lees ik wel een bericht in de krant dat er ergens in de Alpenlanden na zware regenval wegen zijn afgesloten vanwege modderstromen. Dat dit leidt tot het ontstaan van aardpiramiden heb ik nog nooit gelezen. Wat maakt aardpiramiden zo bijzonder? Terwijl de oorzaak heel erg algemeen is: ontbossing!

Ontbossing in bergachtig gebied levert bouwhout en weideland, maar daar waar de helling te steil is en na een enkele bui ook nog eens ontdaan wordt van het laatste restje beschermende bovenlaag, is erosie het gevolg. Het beekje dat vandaag rustig en helder naar beneden kabbelt kan morgen na een zware regenbui veranderen in een woeste stroom grijs van het slib en zand dat van de hellingen wordt afgespoeld. Toen ik een keer midden in de Karwendel op een kale puinhelling overvallen werd door noodweer, zag ik dat elke regendruppel, als had hij de kracht van een kanonskogel, de zandkorrels letterlijk naar beneden schoot. Binnen de kortste keren veranderde het heldere beekje waar ik een dag eerder via enkele stenen makkelijk overheen kwam, in een onneembare barrière. Met heel veel moeite en een natte voet bereikte ik de overkant. Een uur later hoorde ik dat verderop in het dal een deel van de weg bedekt was met modder en puin. Ik zat gelukkig al hoog en droog in de hut.

Alleen onder heel speciale omstandigheden levert dit proces echter aardpiramiden op. Als ik dichterbij kom, bekijk ik de zuilen, die eigenlijk meer op een obelisk lijken dan op een piramide, zowel qua vorm als grootte, eens nauwkeuriger. De ongeveer vijf meter hoge zuil waar ik voor sta bestaat uit een mix van materiaal. Stenen en steentjes, zand en klei en op de bovenkant een heel grote kei, die lijkt te moeten balanceren om te blijven liggen. Nu de zon schijnt, voelt de aardpiramide zo hard als beton aan. De klei is keihard opgedroogd en niets lijkt een stabiele toekomst in de weg te staan. Een beetje regen kan dan ook geen kwaad. Maar als het langduriger regent wordt de klei vloeibaar en het water dat langs de zuil stroomt neemt dan toch steeds iets aan zand, klei en kiezels mee. Maar als de zon weer gaat schijnen droogt de klei snel weer op tot een harde beschermende korst. De kei die de zuil als een hoed beschermt, zorgt er in tevens voor dat de zuil niet steeds geraakt wordt door de vallende regendruppels. Maar de zuil waar ik voor sta is al zo smal geworden dat het niet lang meer duurt voordat de balans verdwenen is en de kei naar beneden valt. Dan zal het met de rest van de zuil ook snel gedaan zijn. Maar dieper in de hellingen liggen vaak andere grote stenen klaar om de taak over te nemen. Willen aardpiramiden kunnen uitgroeien tot zulke mooie exemplaren als hier in de Ritten dan mag het wel regenen, maar niet te veel. Regent het vaak en langdurig dan zal er geen aardpiramide zichtbaar worden, want dan is alles te snel weggespoeld.

Het meest ideale materiaal om als geboortegrond voor aardpiramiden te dienen is het morenemateriaal dat door gletsjers in koudere tijden is meegenomen en her en der in de Alpen is achtergelaten. Op het hoogtepunt waren de gehele Alpen met gletsjers bedekt! De langwerpige meren ten noorden en zuiden van de Alpen zijn nog de meest herkenbare stille getuigen van de kracht en reikwijdte van dit ijs. De gletsjers hebben zich na het warmer worden weer teruggetrokken tot hoog in de bergen, maar het allegaartje van klei, zand, kiezels en keien is achtergebleven. Voer voor aardpiramiden! Het wachten is op noodweer zoals de Duitse Ridders in 1410 meemaakten. Ongewild waren zij getuige van de geboorte van de aardpiramiden van de Ritten.

Aardpiramiden vinden we in alle berggebieden op aarde. De meeste heb ik ooit ergens hoog in de Himalaya van Noord-India gezien. Helaas onbereikbaar voor de gewone onderzoeker. Naast die in de Ritten bij Bolzano komen de bekendste voor in de Franse Alpen. Alleen al vanwege hun naam moeten dit wel de mooiste zijn. Maar ook de  “Demoiselles Coiffees” aan de oevers van het stuwmeer Lac de Serre Ponçon, in de rivier de Durance, veranderen na elke regenbui van hoofddeksel. De jongedame die ik het ene jaar getooid zag met een ranke muts, stond een jaar later met ontbloot schedeldak in de regen. Ze leek ook al een stuk kleiner geworden. Met elke aardpiramide verdwijnt er een stukje vruchtbare bergbodem. Wanneer men bossen blijft kappen en de berghellingen intensief blijft bebouwen zullen we nog lang kunnen genieten van dit bijzondere fenomeen.

De Polen hebben ondertussen de Duitsers vernietigend verslagen.

Vandaag wordt gevierd dat dit precies 600 jaar geleden is.

20
mei
10

Succes is een keuze

“Succes!”

Ik moet even zoeken waar het vandaan komt. Dan zie ik het hoofd van mijn buurman uit het dakraam. Ik steek mijn hand op om hem te bedanken. Ik wil mij alweer omdraaien om door te lopen, want ik weet vaak niet wat ik moet zeggen als mij succes wordt gewenst.

“Wat vind jij toch zo fijn aan dat koude ijs?” vraagt hij lachend.

“Als je ooit een mooie tocht hebt gemaakt zou je die vraag niet stellen,” antwoord ik met opzet te zacht.

“Ik versta je niet. Wacht, ik kom naar beneden.”

Voordat ik hem kan tegenspreken, is het zolderraam al dichtgevallen. Nu snel weggaan durf ik niet. Ik wacht gelaten de komst van de buurman af.

“Kom even binnen,” zegt hij terwijl hij de deur op een kier houdt. “Hier is het tenminste lekker warm.”

Als ik naar zijn voordeur loop, baal ik van mijzelf. Ik wil dit niet, maar ik kan niet anders.

“Kopje warme chocomel, buurman?” vraagt de buurman met de nodige ironie in zijn stem als ik de deur verder openduw.

“Heb je ook koffie?” vraag ik aarzelend.

“Dacht je echt dat ik chocomel heb? Het is hier geen koek- en zopietent.” Hij moet keihard lachen om zijn eigen flauwe grap.

“Ik heb niet veel tijd, want ik heb met vrienden afgesproken,” onderbreek ik zijn gelach. Door de nadruk op vrienden te leggen probeer ik de afstand tussen ons beiden te benadrukken. Maar het lijkt net alsof hij mij niet heeft gehoord.

“Melk en suiker?” vraagt de buurman, terwijl hij naar de keuken loopt.

“Helemaal zwart graag,” antwoord ik bezijden de dagelijkse waarheid.

Als zijn verblijf in de keuken langer duurt dan ik verwacht, trek ik dan toch de stoute schoenen aan. Ik loop de kamer uit, trek de voordeur met een klap achter mij dicht en zonder om te kijken zie ik het verbouwereerde gezicht van mijn buurman. Eindelijk succes!

Dit verhaal was eerder te lezen op www.schrijfbloQ.nl




Archief

Tweets


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.538 other followers